Windmolenstrijd op het Drentse land

Een groep Drentse boeren wil twee grote windmolenparken laten aanleggen. De bewoners in de omgeving maken zich grote zorgen. Over het uitzicht en de huizenprijzen.

Nederland - Eemshaven- ( Groningen) - 25-04-2009 Eemshaven, met windmolenpark van Essent. Foto: Sake Elzinga

Jan Feiken uit het Drentse Nieuw Buinen is zich rot geschrokken van de plannen voor twee megawindparken in de Veenkoloniën. Zijn tuin grenst aan landbouwgronden zover het oog reikt. „Daar”, wijst hij, „op ongeveer 500 meter komen windturbines van zo’n 200 meter hoogte. De Franse Gezondheidsraad adviseert een afstand van minstens 1.500 meter om gezondheidsproblemen te voorkomen.”

Drenthe had als enige provincie van Nederland tot voor kort slechts één windturbine. Nu heeft een groep agrariërs plannen voor twee windmolenparken in de Veenkoloniën. Windpark ‘De Drentse Monden’ in Borger-Odoorn moet 300 tot 450 megawatt gaan opwekken; Windpark Oostermoer 120 tot 150 megawatt. Windenergie levert de boeren niet alleen inkomsten op, maar geeft de streek ook een economische impuls, verzekeren ze.

Maar tegenstanders, verenigd in Platform Storm, luiden de noodklok. Voorzitter Jan Feiken begrijpt dat veel boeren „koppie onder” dreigen te gaan. „Maar hun inkomsten hoeven niet over de rug van 50.000 bewoners in deze streek te gaan.”

De windturbines verpesten het karakteristieke vrije uitzicht en het landschap, het ecologisch systeem („ganzen worden geheid uit de lucht gemept”). Ook tasten ze de gezondheid van de bewoners aan, somt hij op. „Denk aan het geluid, de slagschaduw en de ziekmakende laagfrequente trillingen.”

Om nog maar te zwijgen van de te verwachten forse waardedaling van de woningen. „Mensen willen hier straks weg, waardoor de regio nog meer leegloopt.” Hij verwacht weinig of geen draagvlak in de streek. Ruim 1.100 mensen hebben bezwaren gemaakt tegen de plannen. „Heel wat voor Drenten, die afwachtend zijn en niet snel de barricaden op gaan.”

Platform Storm wordt bijgestaan door Fred Jansen van het Nationaal Kritisch Platform Windenergie, dat 110 plaatselijke actiegroepen ondersteunt en adviseert. Vooral de geluidsoverlast baart zorgen. „Het ministerie heeft een nieuwe norm opgesteld om megaparken te kunnen toelaten. In de praktijk mogen windmolens meer herrie produceren, waardoor de hinder veel groter wordt.”

In een bovenruimte van Hotel Bieze in Borger zitten de agrariërs Hans Mentink uit Gieterveen en Henk Olthuis en Harbert ten Have beiden uit Eerste Exloërmond. De Veenkoloniën profiteren juist van de windparken, onderstrepen ze. „De streek krijgt meer economische dynamiek. De bouw en het onderhoud ervan leveren werk op. De opbrengst van beide windparken bedraagt tien tot vijftien miljoen euro per jaar. Geld dat ten goede komt aan de streek. Daarmee kan ook de krimp worden bestreden,” vertellen ze.

Mentink zit met 29 collega’s in windpark Oostermoer dat in de omgeving van Stadskanaal, Gieterveen en Gasselternijveen moet komen. Ten Have is voorzitter van de Stichting Duurzame Energieproductie Exloërmond dat samen met Raedthuys Windenergie De Drentse Monden ontwikkelt.

De in totaal 150 betrokken agrariërs zoeken een tweede bedrijfstak om een inkomensdaling van circa 20 procent op te vangen. Windenergie is duurzaam, schoon en past in de Veenkoloniën, verzekeren ze. Ten Have: „Windenergie kan andere duurzame vormen van energieopwekking aanjagen, zoals zonnestroom of bioraffinage.”

Ze nemen de zorgen van bewoners serieus. „De windturbines willen we inpassen in het landschap”, stelt Ten Have. „Onze landschapsarchitect is bezig met inpassingsstudies.” Mentink wijst erop dat de grond waarop de molens komen, nu landbouwgebied is. „Dat is nooit anders geweest en daar kun je als burger enige overlast verwachten.”

Bewoners kunnen straks participeren in de exploitatie van de windmolens via obligaties of een coöperatie. Hoeveel molens er exact komen en hoe hoog die worden, weten de boeren nog niet. „Vermoedelijk krijgen ze een hoogte van tussen de 100 en 135 meter.”

Dat toeristen Drenthe zullen mijden, zoals tegenstanders beweren, geloven ze niet. Integendeel. „Een windpark kan juist een toeristische attractie worden. Vooral als je er een educatief molentje neerzet met een informatiecentrum.”

Om dat laatste moet de Drentse gedeputeerde Rein Munniksma (PvdA) even lachen. Hij vindt twee grote windparken op Drents grondgebied te veel. „Drenthe ligt in het binnenland, niet de meest logische plek voor grote windparken.”

Omdat het hier echter windparken betreft die meer dan 100 megawatt gaan leveren, vallen ze onder het Rijk en heeft de provincie er in principe niets over te zeggen. De PvdA in Borger-Odoorn en de VVD in Stadskanaal spraken zich uit tegen het megaplan. De agrariërs vinden juist dat ze meer waardering mogen krijgen omdat ze hun nek uitsteken voor de regionale economie. „Je moet lef hebben om deze plannen op te zetten en uit te voeren.”

Feiken wijst in zijn tuin op een ruime blokhut. „De voet van zo’n turbine wordt vier keer zo groot deze hut”, zucht hij. Als de windturbines verrijzen, vertrekt hij zeker uit de streek. „Als ik dan mijn huis tenminste nog kwijt kan.”

    • Karin de Mik