Vondsten in afval Westerbork

Een hanger met davidsster, een zilveren zegelring met monogram, een Duitstalig boekje in Gotisch handschrift en vijf kunstgebitten. Dat zijn enkele opmerkelijke vondsten die de afgelopen twee weken zijn opgegraven van de voormalige vuilstort van kamp Westerbork.

In totaal leverde het archeologisch bodemonderzoek 70 kratten, ongeveer drie kuub, op met onder meer stukjes glas, metaal en porselein, botresten van kippen en varkens, kammetjes, knikkers, kapotte messen en stukjes krant en leer.

De afgelopen week poetsten vrijwilligers de voorwerpen die onder de modder zaten schoon. Die liggen nu te drogen, waarna ze verder worden onderzocht. De kwetsbare krantenresten en het halfvergane Duitse boekje worden vochtig gehouden om uiteenvallen te voorkomen.

De veelzijdigheid van de gevonden voorwerpen en andere bodemresten kan een aanvullend beeld geven van het dagelijks leven in het kamp in verschillende perioden, aldus conservator Guido Abuys. Hij vermoedt dat de vijf kunstgebitten, die op één plek werden gevonden, uit de periode 1942-1945 stammen. „Alleen in die periode was er een tandarts in het kamp. Misschien zijn gebitten vervangen en de oude weggegooid.”

De komende twee weken kunnen bezoekers van het centrum zien hoe archeologen de bodemvondsten onderzoeken. Kamp Westerbork ging in 1939 open als opvangplek voor Duitse vluchtelingen. Tussen 1942 en 1945 was het een doorgangskamp van waaruit 107.000 joden en zigeuners naar vernietigingskampen werden getransporteerd.