Vertraagd? Ik ben juist bloedfanatiek

Vandaag in de serie over de zeven hoofdzonden: rapper Gers Pardoel (30).

Zijn hit ‘Ik neem je mee’ staat al zes weken op 1. De Brabander werkte liefst acht jaar aan zijn debuutalbum.

fotografie Lars van den Brink, onderwerp: Gers Pardoel

„Acht jaar, vind jij het vertraagd? Ik heb soms het gevoel dat heel veel mensen er zo over denken. Er zijn rappers die breken in twee jaar door. Maar ik rap niet alleen, ik maak muziek. Rappen kon ik zes jaar geleden ook al, maar niemand wilde mij beats geven. Dus dat gedeelte heb ik toen ook maar voor mijn rekening genomen. Daarom heb ik er acht jaar over gedaan.

„Tot een jaar geleden werkte ik ook nog fulltime als verkoper bij Mandemakers Keukens. Ik werkte 43 uur in de week, terwijl ‘Broodje Bakpao’ al op nummer één had gestaan. Dus dat kwam er ook nog allemaal bij. De meeste rappers beginnen op jonge leeftijd en wonen dan nog thuis. Die zijn achttien, negentien en breken dan door. Het enige wat zij doen is optreden. Maar ik moest in de tussentijd ook werken om mijn huur en mijn telefoonrekening betalen.

„Anderhalf jaar geleden meldde ik me ziek. Toen zei mijn manager: ‘Je was ziek, maar hoe kan het dat ik ergens op een poster in de stad zag dat jij vanavond moet optreden?’ Toen is het contract beëindigd. Het voelde voor mij als een bevrijding. Ik dacht: ik kan elke dag muziek maken van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat!

„Als ik ga luieren, voel ik me schuldig. Maar ik ben nooit heel erg van het luieren geweest. Alleen als ik een kater had en om zes uur thuis was lag ik een keer tot vier uur in mijn nest. Maar dat is al een jaar niet meer gebeurd.

„Muziek is heel mijn leven. Je moet wel echt houden van wat je doet. Ik denk dat dát de manier is om iets te bereiken in het leven. Toen ik skatete, draaide heel mijn leven ook om het skaten. Daarmee ben ik tiende, negende en elfde van Nederland geworden. Ik had een keer skates van een vriendje, Steffen Haars [New Kids, red.] aan, en was vastberaden dat ik tot de top van Nederland wilde horen. Mijn eerste skates kocht ik toen ik vijftien was. Die ging ik halen in Tilburg op de fiets, dertien kilometer verderop. Want ik woonde in Kaatsheuvel en daar kon je geen skates kopen. Toen is het allemaal begonnen. Ik bouwde dingetjes in de tuin. Ik maakte stangen waar ik op kon grinden. In het weekend stond ik om zeven uur ’s ochtends in de garage zodat ik bepaalde trucks onder controle te krijgen. Als het ’s winters miezerde, zat ik binnen skatevideo’s te kijken. Dan kon ik niet wachten tot het einde van de video, omdat ik halverwege alweer zo opgeladen was dat ik zelf weer wilde gaan skaten. Zo gedreven. Goh, heel erg.

„Toen ik hoorde dat ik op één stond ging ik toeren door de kamer. „Ik sta op 1, ik sta op 1”, gilde ik. Gewoon, tegen mezelf. Ik heb heel erg de drang om iets heel goed te doen. Dan kan je me er met geen tien paarden vanaf houden. Dan gaat het gewoon gebeuren. Ik weet niet waarom dat is, dat zit gewoon in mijn aard. Omdat het dan het leukst is, denk ik. Als je niet zo goed kan fietsen, ga je de hele tijd op je bek. Maar als je goed kan fietsen, dan ga je overal naar toe. Ik heb er wel over nagedacht, maar die drang heeft niets met erkenning te maken. Dan zou je dat terughoren in mijn raps. Dan zou ik zeggen: ‘Jullie dachten dat ik niet kon rappen en kijk waar ik nu sta’. Frustratie – dat doe ik niet.

„Muziek begon een beetje op de koptelefoon tijdens het skaten. Dan heb je het gevoel dat je in een skatevideo zit. Dat was in de periode dat het tweede album van Eminem uitkwam, in 2000. Hij had die attitude van I don’t give a fuck en die had ik ook op dat moment. Eigenlijk is de woede die hij uitspreekt gewoon verdriet. En als je heel emotioneel bent, zoals ik dan pakt je dat. Dan voel je dat zo erg, dan denk je: ik wil ook rappen. Niet zo letterlijk. Maar ik was ook boos. Mijn eerste rap ging over mijn moeder. Mijn moeder is aan kanker overleden toen ik zeventien was. Toen heb ik daar al iets over geschreven op een instrumental die ik van internet haalde. Natuurlijk ben je boos, want je begrijpt het niet. Plus, mijn vader kreeg al vrij snel een andere vriendin en dat begreep ik dan ook weer niet. Dat onbegrip uit zich in een bepaalde woede. En toen ging ik rappen.

„Ik was altijd al heel bang dat mijn moeder zou doodgaan. Ik zei altijd: ‘oh, ik zou het zo erg vinden als mama doodging’. Ik was daar heel erg bang voor. Toen is dat gebeurd. Het is niet mijn fout, maar misschien ook wel. Ik weet het niet. Tot nu toe is alles mij overkomen doordat ik het uitsprak. Of doordat ik er bang voor was. Maar in al die jaren heb ik mijn angsten overwonnen. Onzekerheden zijn angsten toch? Ik dacht: ‘Met die zachte g gaat het nooit lukken.’ Maar op een gegeven moment geloofde ik er zo erg in, dat ik zei: ‘Whatever, het is wel míjn zachte g.’

„Ja, ik ben bloedfanatiek, maar ik heb ook heel veel dingen gehad die mij afleidden van de muziek. Ik had een relatie, maar eigenlijk hield ik niet van mezelf. Ik was gewoon nog niet helemaal stabiel. Zo’n relatie kost dan heel veel energie. Een tijdje heb ik ook geroepen: vrouwen zijn de duivel, jullie leiden me af. Dan werd ik weer verliefd en brak ik weer mijn hart. En niet dat ik zo’n hele lieve jongen was die iedere keer werd gedumpt. Maar je steekt daar tijd in en en dan heb je weer een tijdje liefdesverdriet. Sommige jongens praten daar niet over, maar ik vind het stoerder om dat juist wel te uiten. Vroeger werd ik wel makkelijker verliefd, nu niet meer zo snel. Ik ben al verliefd op muziek. Sinds vier maanden heb ik een vriendin. Ik denk als er een vrouw langsloopt nog steeds: ‘Goh, wat een lekkere billen.’ Maar als je ontrouw bent tegenover een ander ben je ontrouw tegenover jezelf. Uiteindelijk houd je jezelf voor de gek. De drang om te jagen of te flirten zal altijd wel blijven. Maar door het respect wat je wederzijds in een relatie hebt, doe je dat niet. Het is niet moeilijk om trouw te blijven. Ik ben nog nooit vreemdgegaan.

„Maar vrouwen waren maar één van de factoren die mij afleidden. Er zijn ook periodes geweest dat ik gewoon helemaal geen geld had. Dat ik dacht: ‘Ik ga mijn vader niet bellen.’ Dan kocht ik een brood en een pot pindakaas en dan ging ik er weer voor. Als je een trein bent die op de rails loopt, zijn dat de haltes die me hebben gestopt. Maar me ook hebben gemaakt. Uiteindelijk moest ik dat soort momenten meemaken om een welvarend leven te leiden. Doordat ik wat minder geld had kon ik niet meer ieder weekend naar Amsterdam, feesten met de boys. Toen ben ik me ook wat meer gaan focussen op die plaat. En mezelf. Mijn conditie was heel slecht. Ik rookte twee pakjes per dag. Toen ben ik daar ook mee gestopt. Daar heb ik wel tien keer over gedaan.

„Als je mijn huis ziet, dan zie je dat geld niet heel belangrijk voor me is. Ik heb nog steeds een gare bank staan. In dat huis heb ik op de grond gelegen terwijl ik helemaal naar de tering was van de drank. Maar in dat huis heb ik ook volop gefeest met mijn vrienden en muziek gemaakt. Dat huis is nu al legendarisch. Er moeten echt miljoenen komen wil ik nog ergens anders gaan wonen. En dan houd ik het misschien nog wel aan.

„Toen ik nog werkte maakte ik ’s avonds muziek. Thuis had ik een studiootje gebouwd, dus ik kon altijd iets opnemen. Maar ik chillde ook wel eens een avond in de week, of twee. Dat kon. Dat ik gedreven ben wil niet zeggen dat ik niet ga karten, of zwaar verliefd heb rondgelopen over de Scheveningse boulevard. Dat wil niet zeggen dat er geen andere dingen zijn gebeurd in die acht jaar. Ik heb zwaar gechilld, ik heb gefeest, noem maar op. Tijdens de treinreis zit dat er allemaal bij. Er is wijn op de trein, er is muziek, je kan computeren. Gedreven betekent gewoon dat je op dat moment óók een liedje in je hoofd hoort. Ik ben daar altijd mee bezig. Maar muziek moet je wel maken in een bepaalde rust. Dat nonchalante en die gedrevenheid gaan gewoon heel goed met elkaar samen.”