Turkije verbreekt de banden met Frankrijk

Franse Turken kwamen in opstand tegen de wet die Frankrijk gisteren aannam.

Maar de half miljoen Armeense kiezers zijn niet te verwaarlozen door politici.

De Turkse ambassadeur in Parijs is gisteren teruggeroepen naar Ankara, de Turkse regering zet de militaire samenwerking met Frankrijk stop en er komen economische sancties. Dat is het gevolg van een nieuwe wet die gisteren werd aangenomen door het Franse parlement, waarin het ontkennen van onder meer de Armeense genocide strafbaar word gesteld. Wie de volkerenmoord ontkent, riskeert volgens het voorstel een jaar cel en een boete van 45.000 euro.

Turkije had op voorhand gewaarschuwd dat er sancties zouden komen als de Assemblée Nationale het wetsvoorstel zou aannemen. De Franse minister van Buitenlandse Zaken, Alain Juppé – zelf tegenstander van de nieuwe wet – zei eerder al dat „Turkije niet overdreven moet reageren”. De Turkse premier Erdogan sprak de hoop uit dat in de Franse Senaat, die de wet nog moet bekrachtigen, de wijsheid zou terugkeren, „zoals eerder al gebeurde”. De relaties tussen Ankara en Parijs zijn al niet echt hartelijk, omdat Frankrijk zich verzet tegen toetreding van Turkije tot de EU. Het aannemen van de wet wordt door de Turken gezien als een nieuwe provocatie aan hun adres.

De afgelopen dagen laaiden de emoties hoog op, zoals altijd in Frankrijk als de Armeense kwestie ter sprake komt. Maar daar was in de Assemblée gisteren eigenlijk weinig van te merken. Amper 41 van de 577 volksvertegenwoordigers nam de moeite om aan het debat deel te nemen. In Frankrijk hoeft – in tegenstelling tot in andere democratieën – geen minimum aantal parlementsleden aanwezig te zijn om een wet te kunnen aannemen. Vanwege de schaarse interesse werd er eenvoudig gestemd bij handopsteking, waarna de voorzitter zonder het aantal pro-stemmen mee te delen aankondigde dat de wet was aangenomen.

Nog voor de stemming hadden een paar duizend Turken gedemonstreerd voor het parlementsgebouw. Hoewel het wetsvoorstel de Armeense genocide niet bij naam noemt, denken de Turken wel dat de wet tegen hen is gericht. De Turken geven wel toe dat er tijdens de Eerste Wereldoorlog, ten tijde van het Ottomaanse Rijk, tot anderhalf miljoen Armeniërs zijn gestorven, maar bestrijden dat er sprake was van genocide.

Valérie Boyer, het UMP-parlementslid uit Marseille dat het wetsvoorstel indiende, toonde zich niet onder de indruk van het protest. „Mensen die hier voor het parlement met de Turkse vlag komen zwaaien moeten Frankrijk niet de wet voorschrijven”, zei ze nadat haar voorstel was aangenomen. Boyer zei ook blij te zijn dat het parlement niet was gezwicht voor de Turkse dreigementen.

Frankrijk erkende al in 2001 bij wet de Armeense genocide, maar het ontkennen van de volkerenmoord was tot nu niet strafbaar. President Sarkozy beloofde tijdens de verkiezingscampagne van 2007 om daar verandering in te brengen. Later probeerde hij wel Ankara te sussen door te zeggen dat het voorstel in de Senaat een stille dood zou sterven, zoals in mei van dit jaar nog gebeurde.

De Armeense gemeenschap is met ruim een half miljoen stemgerechtigden, vaak nakomelingen van Armeniërs die vluchtten voor de genocide, niet te verwaarlozen door politici. Binnen de rechtse meerderheidspartij UMP waren de meningen nochtans verdeeld. De voorzitter van de Assemblée, Bernard Accoyer, noemde de wet eigenlijk overbodig. Hij waarschuwde er al eerder voor dat het niet aan politici is om de geschiedenis op deze manier in wetten vast te leggen.

Accoyer was wel zo loyaal om deze week nog de wet te verdedigen tegen een delegatie van het Turkse parlement, als een „wet om racisme en negationisme [het ontkennen van de Holocaust] te beteugelen”. Juppé noemde de wet binnenskamers volgens kranten zelfs „intellectueel, politiek en commercieel een grote stommiteit”. Turkije is met 12 miljard euro een belangrijke handelspartner voor Frankrijk. Het land is nu van plan Franse producten te boycotten. Ook worden Franse bedrijven uitgesloten voor overheidscontracten.