Tunesië: bang voor salafisten

Na de val van tirannen verwachten de Arabische vrouwen vrijheid. In werkelijkheid blijkt in het ene na het andere land, van Irak tot Egypte, dat hun positie juist slechter wordt. Niet alleen door toedoen van fundamentalisten, maar ook door de ‘gewone man’.

Vader des vaderlands Habib Bourguiba (aan het bewind van 1957 tot 1987) heeft Tunesië tot het meest seculiere land in de Arabische wereld gemaakt. Polygamie werd afgeschaft en echtscheiding voor vrouwen gelegaliseerd. Zijn opvolger Ben Ali ging door op dit pad. Niet veel mensen betreuren de val van Ben Ali, die een repressief en corrupt bewind leidde, maar seculiere vrouwen zijn bang dat aan hun rechten getornd gaat worden nu fundamentalisten grotere zeggenschap krijgen. De fundamentalisten ontkennen dat. De Ennahdapartij, verboden onder Ben Ali, noemt zichzelf de meest progressieve onder de Arabische fundamentalistische partijen. Partijleider Rachid Ghannouchi, die jarenlang in ballingschap in Londen heeft gewoond, heeft gezegd niet alleen niet van plan te zijn aan de rechten van vrouwen te tornen, maar ze te willen uitbreiden. Maar seculiere vrouwen wijzen erop dat radicalere salafisten bij universiteiten actie voeren voor het recht voor studentes een gezichtssluier te dragen en voor scheiding van mannen en vrouwen in de collegezaal. Zij zeggen dat Ennahda wel het geweld , maar niet de eis zelf heeft veroordeeld. Volgens hen wordt in brede lagen van Ennahda, anders dan in de top, heel conservatief gedacht over vrouwenrechten.