Trapezenummer begint met ruzie

Wereldkerstcircus. Gezien: 23/12 in Carré, Amsterdam. Aldaar t/m 8/1. Inl. stardustcircus.com ****Cascade: Equi-Libre. Gezien: 22/12 in Stadsschouwburg, Utrecht. Aldaar t/m 30/12. Inl. stadsschouwburg-utrecht.nl ****

In het circus heerst de hyperbool. Daarom heten wij het hooggeëerd publiek en beloven alle nummers spanning, sensatie en opperste schoonheid. En daarom kan het Wereldkerstcircus in Carré in Amsterdam zich zonder voorbehoud aandienen als „het mooiste circus van Europa”.

Die claim is niet zo een-twee-drie te verifiëren, maar mooi is het in elk geval wel. Ook de 27ste editie, die bovendien opvalt door kortere nummers met een hoger tempo dan voorheen. Ditmaal ontbreekt zelfs de traditionele paardendressuur, hoewel in het kozakkennummer aan het slot wel een koppel racepaarden door de piste stormt. Dit circus moderniseert zich zonder de traditie geheel te verloochenen. Want een kooi met vijftien leeuwen is er ook.

Aangevoerd door de met een opstaand bezemkapsel getooide clown Bello Nock, die naast zijn puntige slapstick ook een kundig acrobaat is, ontrolt zich een programma vol topnummers. Twee in elkaar verstrengelde luchtacrobaten, een jongleur die zijn effectballen schitterend laat stuiteren (onderwijl ook nog een mobiel telefoontje afwerkend), een danseres in een vrouwshoge hoepel, een verbluffend trapezespektakel uit Noord-Korea, een koorddanseres op spitzen, een dansant diabolonummer uit China, een krachtpatser in de handstand – en dat is nog niet eens de hele lijst van artiesten die bijna allemaal onderscheidingen op circusfestivals hebben behaald. Zo veel topnummers staan zelden in één show.

Maar het hoeft niet altijd groots en grootser om toch bijzonder te zijn. Zo presenteert de Stadsschouwburg in Utrecht al voor de 23ste keer een feestelijke voorstelling in de Cascade-reeks – circus op een toneelpodium, elegant geënsceneerd door Gerrit Reus, in een oogstrelende vormgeving met gedempt theaterlicht.

De nieuwste editie heet Equi-Libre en biedt als altijd geen dieren, maar vooral komische mimiek en acrobatische nummers die niet alleen uitblinken in finesse, maar ook in originaliteit. Een danseres die ronddraait in een brandende jurk had ik nog niet eerder gezien. Evenmin als zo’n formidabele paaldanser die een blok schuimrubber bevecht, en een trapezenummer dat begint als een ruzie tussen de twee acrobates – des te verrassender omdat juist in deze sector uitsluitend topprestaties kunnen worden geleverd bij de gratie van een volmaakte samenwerking.

Opvallend geestig is het optreden van twee vogelspotters die vogelgeluiden maken. En bijzonder is de scène waarin een ordeloos ogende hoop palmtakken wordt getransformeerd tot een intrigerende sculptuur. Hooguit is het aantal clownsnummers met publieksparticipatie iets te overdadig. Maar daar staan de vele staaltjes verfijnd variété tegenover.

    • Henk van Gelder