Scheidend ECB-lid: zet geldpers maar aan

Als het nodig is, dan moet de Europese Centrale Bank de geldpers aanzetten op dezelfde manier als de Amerikaanse en Britse centrale banken dat hebben gedaan. Dat zegt Lorenzo Bini Smaghi, scheidend bestuurslid van de Europese Centrale Bank (ECB) vanochtend in de Britse krant Financial Times.

De Italiaan gebruikt niet letterlijk het woord ‘geldpers’, maar de eufemistische term quantitative easing, (monetaire versoepeling, ook wel: QE). Bini Smaghi: „Ik begrijp de quasi-religieuze discussies over QE niet.” De Italiaan ziet geen reden dit instrument niet in te zetten als de economische vooruitzichten verslechteren en deflatie dreigt.

QE is binnen de ECB omstreden. De vrees van sommige bestuurders is dat QE voor inflatie zorgt, of dat de centrale bank misbruikt wordt voor het goedkoop financieren van de schulden van Europese overheden.

Met QE wordt meestal het beleid bedoeld dat de Amerikaanse centrale bank, de Fed, inzette om de financiële crisis van 2008 te bestrijden. De Fed kocht massaal obligaties op van de Amerikaanse staat. Zo pompte de Fed geld in de economie, en drukte de centrale bank de rente voor leningen met langere looptijden.

De ECB koopt ook obligaties op, bijvoorbeeld Grieks, Italiaans en Spaans staatsschuldpapier. Inmiddels heeft de ECB voor honderden miljarden euro's opgekocht. Maar omdat de ECB huiverig is voor inflatie, probeert de centrale bank weer evenveel geld uit de economie te halen als het erin stopt. Dit ‘steriliseren’ doet de ECB door banken te verleiden tegen een aantrekkelijke rente geld bij de ECB te stallen.

Bini Smaghi is in het interview scherp. Hij zegt dat „beslissers zich niet moeten verschuilen achter advocaten, om ingrijpen te vermijden.” Daarmee bekritiseert hij volgens de Financial Times Duitse bestuurders van de ECB, die wijzen op Europese verdragen, waarin een verbod is opgenomen op de financiering van overheidsschuld via de ECB.

Bini Smaghi vertrekt deze maand bij de ECB. De reden is de benoeming van de Italiaan Mario Draghi als president. Twee Italianen in het bestuur van de ECB was voor diverse lidstaten teveel van het goede.