Ook dit kabinet verdeelt de oppositie

Hoe bestrijd je een minderheidskabinet? De oppositie is er nog niet uit. Paradox: zij die iets verdienen met steun aan het kabinet, krijgen de meeste kritiek.

Zo gek is het niet hoor, zegt Jeroen Dijsselbloem, vicefractievoorzitter van de PvdA. „Stemmen voor maatregelen van een kabinet dat je eigenlijk zo snel mogelijk weg wilt hebben.” Op zijn werkkamer legt hij het nog eens uit, op een moment tussen de laatste debatten voor het kerstreces dat vandaag is begonnen. „Ondanks deze gedoogconstructie is het meestal ‘business as usual’. Ook onder Balkenende II stemden we heus niet tegen ieder plan.”

Ook Gerard Schouw (D66) zegt dat de gedoogconstructie niet heel veel invloed heeft op hoe de oppositie functioneert. In de meeste gevallen zijn de politieke verhoudingen zoals die ook zijn onder een ‘gewoon kabinet’. Schouw heeft er zelfs een inschatting van gemaakt: slechts 30 procent van wat er dit jaar in Den Haag gebeurde is ‘ongewoon’, zeg hij.

Dat is een moeilijk te verifiëren cijfer. Wat zeker is: de regering bestaat uit twee partijen, de coalitie uit drie en de oppositie uit zes. Eén partij, de SGP, heeft de status van informele gedoogpartij.

De zes oppositiepartijen vormen geen front tegen de drie coalitiepartijen. Allesbehalve. Ook deze week bleek bij de talloze stemmingen wat de laatste maanden al steeds duidelijker werd: iedereen doet het met iedereen. Of, zoals Tofik Dibi van GroenLinks zegt: „Het kabinet verdeelt en heerst.” Het gevolg: terwijl dit kabinet voor alle oppositiepartijen een nachtmerrie is, komen de coalitiepartijen ondanks hun minieme meerderheid nooit in de problemen.

Als een oppositiepartij al invloed heeft, wordt dat niet beloond. Er is een paradoxale situatie ontstaan in Den Haag. Juist de oppositiepartijen die door hun cruciale stem op belangrijke dossiers (pensioenakkoord, Kunduz) het kabinetsbeleid beïnvloeden, hebben het moeilijker dan partijen waarvan de stem voor de regering overbodig is, of toch al zeker. Anders gezegd: PvdA en GroenLinks krijgen veel kritiek, staan laag in de peilingen en zijn onzeker over de kracht van hun leider. D66 en SP blaken van zelfvertrouwen, staan hoog in de peilingen en zijn tevreden over hun leider.

„Door een geringer aantal zetels zijn wij inderdaad minder vaak beslissend”, zegt D66’er Kees Verhoeven. Zijn partij en de SP zijn voorspelbaar tegenover het kabinet. „Bij de SP zeggen ze: nee. Wij zeggen: ja.” En als het kan meer: „Echte hervormingen graag.” Die helderheid waardeert het publiek, denkt Verhoeven. Van een morrende achterban hebben D66 en de SP in ieder geval geen last.

Zo blijft de oppositie vrij tandeloos. Niet ’t minst door verdeeldheid, zegt SP’er Ronald van Raak. Hij ziet als belangrijke reden daarvoor het gebrek aan zelfbewustzijn bij GroenLinks en PvdA, waardoor die meer met zichzelf worstelen dan met het kabinet.

Dat die partijen met zichzelf in de knoop zitten, is evident. GroenLinks heeft haar steun voor de politietrainingsmissie in Kunduz nog steeds niet verwerkt, terwijl het in opspraak geraakte Kamerlid Mariko Peters weinig goeds heeft gedaan voor het imago van de partij. Het soms apathische leiderschap van Job Cohen blijft de PvdA bezighouden, net als twijfels over welke variant van de sociaal-democratie in deze tijd noodzakelijk is.

De behoefte van oppositiepartijen elkaar te bestrijden blijft ook een probleem. Neem SP en PvdA. Dijsselbloem vertelt dat zijn partij tegen de hele zorgbegroting stemde, en de SP voor. „Hoe de SP voor privatisering van de zorg kan stemmen, moeten ze zelf maar aan hun kiezers uitleggen.” SP-Kamerlid Renske Leijten: „Belachelijke spin, geen partij heeft harder tegen privatisering gevochten dan wij.” Weer gehakketak dus.

Voor D66 blijft het vooral belangrijk niet links te worden genoemd. Want ‘eenzaam in het midden’, daar zitten de kiezers. Die opstelling bevordert de oppositionele samenwerking ook niet.

Maar de goede voornemens zijn er, voor 2012. Er zijn kansen voor de oppositiepartijen om zich te verenigen, denken ze. Het onderlinge vliegen afvangen moet plaatsmaken voor één boodschap, zegt Van Raak: het kabinet-Rutte weigert echte hervormingen door de voeren. Met die boodschap kunnen de oppositiepartijen zij aan zij strijden en toch hun eigen punten maken. Dat Nederland onder Rutte stilstaat, gaat dan vanzelf aan het kabinet „plakken”, hoopt Van Raak.

Het CDA is misschien wel dé hoop voor de oppositie. Die regeringspartij is zich de afgelopen weken steeds onafhankelijker van de coalitie gaan opstellen. Het CDA realiseert zich dat doorgaan zoals nu, de partij niks brengt. Dat, en verwachte miljardenbezuinigingen, geeft de oppositie hoop. Want wat de oppositie ook doet, voor een minderheidskabinet geldt dat het pas valt als een van de coalitiepartijen dat wil.

    • Derk Stokmans
    • Pieter van Os