Mag een politicus alles zeggen?

Een raadslid in Delft beschuldigt een wethouder buiten de raadsvergadering van corruptie.

De wethouder eist een schadevergoeding.

De Zaak. Een VVD-wethouder eist schadevergoeding van een Leefbaar Delft-politicus omdat die hem beschuldigde van corruptie. Die conclusie had het PVV-raadslid gebaseerd op video-opnamen van een restauranthouder. Daarop was te zien hoe de VVD-wethouder met de (Italiaanse) restaurateur spreekt over subsidie om pleziertochtjes met gondels in de grachten te exploiteren. Ook is te zien hoe de wethouder telefonisch bemiddelt bij de verkoop van een stuk land aan een andere gemeente. Hij lijkt daarbij de eigenaar en zichzelf te bevoordelen. Tegen de verkoper zegt hij: „Je moet gewoon voluit gaan.” En: „Dat weet jij niet, dat heb ik jou niet verteld.” En: „De paar ton die je daarop verdient, steek je in mijn campagne, afgesproken?”

Het raadslid ziet daarin corruptie. Daarbij gebruikt hij ook termen als blaaskaak, dronkelap en leugenaar.

Was er ook corruptie? In de gemeente ontstaat een rel. De raad noemt in een motie de beschuldigingen van het raadslid „onfatsoenlijk”. De gemeente doet intern onderzoek, justitie kijkt ernaar, de raad vergadert er vele malen over. De verhoudingen raken onderling bedorven. Uiteindelijk bleek de gondelsubsidie tegen de regels in (deels) te zijn toegekend. De wethouder is een aantal malen in het restaurant getrakteerd. Maar justitie kan geen strafbaar handelen vaststellen. Rond de landverkoop zou niets onoorbaars zijn gebeurd. De bestuurder wil zijn (reputatie-)schade nu via de rechter vergoed krijgen.

Wat is de kwestie? Dit gaat over de omvang van de vrijheid van meningsuiting voor volksvertegenwoordigers. Wanneer mag je ‘corrupt’ zeggen als politicus. Aan welke normen moet je je dan houden? Let wel: gekozen volksvertegenwoordigers genieten immuniteit voor alles wat zij tijdens de vergadering zeggen. Maar dit werd buiten de vergadering gezegd. En: kan een bestuurder bij de civiele rechter verhaal halen op politieke tegenstanders?

Wat zegt het gerechtshof? Dat vindt dat het raadslid de videobeelden van de wethouder „redelijkerwijs” kon begrijpen als een misstand die aan de orde moest komen. Ook het woord ‘corruptie’ vindt het hof niet zo gek. Dat diende de wethouder op te vatten als een politiek oordeel. „Een openbaar bestuurder moet zich heftiger kritiek laten welgevallen dan een burger. Het politieke debat moet in beginsel op het scherp van de snede gevoerd kunnen worden.”

Bij het beperken van de vrijheid van meningsuiting van een raadslid geldt bovendien „de grootst mogelijke terughoudendheid”.

Wat voert de wethouder bij de Hoge Raad aan? Die vindt dat er een verschil moet zijn tussen wat raadsleden binnen en wat ze buiten de vergadering mogen zeggen.

Hoe oordeelt de Hoge Raad? Die is het eens met het hof en verwerpt het bezwaar van de wethouder. „Met inachtneming van pluralisme, tolerantie en verdraagzaamheid als waarborgen van een democratische samenleving heeft de vrijheid van meningsuiting in het politieke debat niet alleen betrekking op de inhoud, maar ook op de vorm: die mag zelfs offend, shock or disturb. Dat geldt ook voor uitlatingen van een politicus die buiten de gemeenteraad zijn gedaan.” De wethouder verliest, het raadslid wint.

Folkert Jensma

    • Folkert Jensma