Kerstnummers

Dubbeldikke kersttijdschriften genoeg. Welke te kiezen? We beperken ons voor het gemak tot de opiniebladen. Elle en Playboy hebben ook een feestnummer, da’s waar, maar een aanzienlijk deel van ons zal niet geïnteresseerd zijn in Elle’s bijgerechtmenuutjes en pecannotentaartjes, terwijl een nog aanzienlijker deel van ons geen trek zal hebben in de Playboy, al was het maar omdat het idee van Kerst – gezelligheid, familie, inpandige schoonmoeder – zich slecht verhoudt met een opengeslagen Stacey Rookhuizen.

De vier opiniebladen dus. Elsevier (4,95), Vrij Nederland (5,25), De Groene Amsterdammer (4,95), HP/De Tijd (5,95). Allemaal te herkennen aan hun kerstige omslag en hun hogere prijs die samenhangt met de dikte, gemiddeld 170 pagina’s. Die dikte hoort blijkbaar bij Kerst, maar plaatst de redactie direct voor een probleem. Want hoe vul je die pagina’s? Simpelweg een dubbeldik nummer maken, alsof je twee bladen ineenvoegt? Of maak je een heel ander blad?

Het lijkt erop dat Elsevier, HP/De Tijd en Vrij Nederland voor de 2-in-1-benadering hebben gekozen. Dat leidt tot een ontzagwekkend aantal artikelen over van alles en nog wat. Leuk voor gretige lezers – dat zijn wij, nietwaar – en bovendien hebben we met Kerst eindelijk de leestijd die we de rest van het jaar ontberen.

Maar hoe lang blijven wij gretig? Het aanbod van zo’n lange reeks artikelen brengt een zweem van willekeur en overdaad met zich mee, want urgent zijn ze lang niet allemaal – dat zou ook ondoenlijk zijn voor een weekblad, 170 pagina’s vullen met urgentie.

En dus krijgen wij lezers het ene na het andere interview of achtergrondartikel voorgeschoteld. Zodat we op pagina 121 van, zeg, Elsevier, al kopij hebben verwerkt over Mark Rutte, Camiel Eurlings, Klaas-Jan Huntelaar, KPN-baas Eelco Blok, Rabobank-baas Piet Moerland en schoonheid Kim Feenstra, en dan moeten we nog 123 pagina’s over, onder meer, lekker vogelvlees, Brabantse fanfares, een Gronings internaat, Ronald Plasterk, Sara Lee-baas Jan Bennink, Marks & Spencer-baas Marc Bolland en schoonheid Lotte Verbeek.

Nog steeds gretig?

Als er een lijn te ontdekken is in de kerstnummers van drie bovengenoemde titels, dan is het de focus op Nederlandse onderwerpen. Misschien is ook dat een gevolg van die 2-in-1-aanpak: over Nederland schrijven Nederlanders nu eenmaal het makkelijkst – en het kost het minst. Hoe het ook zij, je mag van een extra dik opinieblad van het kaliber-Vrij Nederland meer verwachten dan welgeteld één groot verhaal overhet buitenland. Dat verhaal, over Libië, kent overigens een Nederlandse invalshoek. Het gaat over de Libische arts die het jongetje Ruben behandelde na de vliegramp in Tripoli. De arts blijkt zich actief te hebben verzet tegen Gaddafi, net als de rest van zijn gezin. Een mooi verhaal.

Dan de Groene Amsterdammer. Dat blad kiest voor een andere werkwijze. Het schaart zijn 136 pagina’s onder één overkoepelend thema: jeugd en toekomst. Zo vermijdt het blad de willekeur van de andere opinietijdschriften. Zonder saai te worden overigens: het thema ‘jeugd’ is rijk genoeg. We lezen over Chinese studenten en over Noorse basisschoolleerlingen een half jaar na ‘Breivik’, we lezen over de verscheurde jeugd van schrijver Jan Cremer en over kinderen die weigeren te poepen. Klinkt ook willekeurig, maar de artikelenkeuze is ten minste te begrijpen.

Vooral lezen we in De Groene over deze generatie jongeren, de twintigers, die de motor zijn geweest achter de wereldwijde demonstraties van protestjaar 2011. Jongeren die – De Groene zegt het nog maar eens – volwassen en verantwoordelijk worden terwijl het stormt in de wereld. Ze zijn steeds vaker werkloos, vaak nog voordat ze überhaupt hebben gewerkt. Niet alleen de kunstacademie leidt tot werkloosheid, maar een studie als rechten. Jongeren stoppen met zoeken, keren zich af van de arbeidsmarkt, en zetten een tent op bij een beursgebouw – wat moet je anders – om te mokken over zoveel oneerlijkheid.

De link met Occupy maken wij vanzelf, en als we de pagina omslaan en een profiel lezen over de grondlegger van, jawel, Occupy, dan voelt dat prettig samenhangend. Prettig is ook dat die grondlegger, antropoloog David Graeber, helder kan vertellen over de aard van de protestbeweging. Dat is fijner dan een zoveelste reportage vanuit een tentenkamp.

Ook te lezen in alleen de Groene: een waar kerstverhaal. Door romanschrijfster Maartje Wortel. Lekker om te lezen als we ons even willen afsluiten van de inpandige schoonmoeder.

Ingmar Vriesema

    • Ingmar Vriesema