Juichen bij een kakkerlak

In de afgelopen jaren jaar reisde Detlev van Heest drie keer naar Japan. Zijn verslag daarvan, Het verdronken land, balanceert subtiel tussen heimweereis en ramptoerisme.

RNPS IMAGES OF THE YEAR 2011 - A destroyed piano is partially submerged in water in an area devastated by the magnitude 9.0 earthquake and subsequent tsunami in Rikuzentakat March 21, 2011. REUTERS/Damir Sagolj (JAPAN - Tags: DISASTER ENVIRONMENT) REUTERS

Detlev van Heest: Het verdronken land. Terug naar Japan. Van Oorschot, 224 blz. € 15,-

Op een novemberdag in 2009 slentert Detlev van Heest met Adèle, zijn nieuwe vriendin, door de Japanse stad Nagasaki. Zijn humeur is niet al te best. Hij heeft nieuwe schoenen nodig, maar kan het gewenste model niet vinden, zodat hij genoegen moet nemen met knellende exemplaren. Het regent en hij heeft te dunne kleren aan. Hij moet nog van alles regelen voor het verdere verloop van de vakantiereis. En het atoombommuseum dat ze in Nagasaki bezoeken, bevalt hem niet. Het is hem te glad, te nieuw. Hij houdt er bovendien niet van om, als het ware op commando, samen met andere museumbezoekers, te moeten treuren om de vele atoombomslachtoffers van weleer. ‘Dood en verschrikking interesseren mij maar matig’, noteert hij koeltjes.

In Het verdronken land doet Van Heest verslag van de drie Japanse reizen die hij in de afgelopen twee jaren maakte. De laatste twee reizen werden ingegeven door de tsunami die Japan op 11 maart 2011 overspoelde en een kleine kernramp tot gevolg had. Nieuwe dood en verschrikking dus. ‘Meneer Hoogbrug’, een van de bewoners van een getroffen Japanse kustplaats, veronderstelt dat ‘Heesto-san’ vrijwilligerswerk komt doen. Maar Heesto-san, of ‘Detlev- san’, zoals hij in Japan ook wel wordt genoemd, is gekomen om ter plekke zijn licht op te steken over de rampen en erover te schrijven. Zegt hij tegen meneer Hoogbrug.

In het boek zelf doet hij verder geen erg duidelijke uitspraken over het precieze waarom van de drie reizen naar het land waar hij twaalf jaar woonde en waarover hij in 2009 al De verzopen katten en de Hollander schreef, zijn debuutroman. Wil hij de desastreuze feiten nauwkeurig vastleggen? Hulp bieden aan de buren en kennissen van toen? Of vooral nog een keer de plekken zien die hij ooit met Annelotte, zijn ex-vrouw, bezocht?

Buurman

Het verdronken land balanceert subtiel tussen heimweereis en ramptoerisme. Met tegenzin geeft Van Heest antwoord op de veelgestelde vraag waar ‘Annelotte-san’ is gebleven. Ze bleef in Nieuw-Zeeland, moet hij herhaaldelijk vertellen, bij Pleun, de buurman die hij portretteerde in zijn tweede roman, uit 2010. Hij probeert steeds oude routes, herbergen en strandjes van weleer terug te vinden, maar dringt ook, met ware doodsverachting, ver door in het gebied rondom de lekkende kerncentrale.

Als hij de kustplaats Hirono heeft bereikt, op de kritische ‘twintigkilometerzonegrens’, wordt hij tegengehouden door twintig schreeuwende politieagenten die met witte staven staan te zwaaien. Hij ziet de vreemde bedrijvigheid bij deze zonegrens, ook van de vele mensen die nog dagelijks bij de wrakke kerncentrale werken, geamuseerd aan.

Maar de streepjeskat die hij er ook ziet lopen, wekt meteen zijn warme belangstelling. ‘De poes zet mij meer aan het denken dan de lieden die een paar kilometer verderop hun levensverwachting op het spel zetten.’ Hier hebben we de kern van Heesto-san wel zo ongeveer te pakken. Je hebt mensen, ‘lieden’, die maar wat aanrotzooien en hun leven of dat van anderen op het spel zetten. En je hebt onschuldige dieren, die verstoken zijn van dit soort moedwil, en die daarom onder alle omstandigheden menselijke zorg en bescherming verdienen.

Zijn onvoorwaardelijke dierenliefde richt zich vooral op honden en katten, maar ook everzwijnen en reptielen kunnen rekenen op zijn sympathie. Een nachtelijke mug wordt door hem niet doodgeslagen, maar gevangen en op de gang weer losgelaten – de lakmoesproef van de ware dierenvriend. Een kakkerlak op een hotelkamer begroet hij met gejuich.

Meneer Zevenzeeën, een van zijn favoriete Japanners, daalt ernstig in zijn achting als hij achteloos blijkt om te gaan met kreeften en krabben. En als hij het urnenveld bezoekt waar mevrouw Suzuki, zijn geliefde vroegere buurvrouw, is bijgezet, dan is hij meer aangedaan door ‘het dierencrematoriumpje’ dat er ineens blijkt te zijn gevestigd, dan door de grafsteen van mevrouw Suzuki.

Je zou ook kunnen zeggen dat het gemakkelijker omgaan is met dieren omdat er met hen geen woorden hoeven te worden gewisseld. Want daar gaat het steeds mis, als wij Van Heest mogen geloven. De gesprekken verlopen in Het verdronken land onveranderlijk moeizaam. Er wordt houterig gezwegen, of juist veel te veel gepraat. En steeds liggen de verwijten en de misverstanden op de loer. Het lijkt me niet toevallig dat Van Heest zich bij uitzondering gelukkig voelt als hij in een treintje door de bergen rijdt: nergens auto’s en huizen te bekennen, en dus ook geen mensen.

Zelfkritiek

Van Heest is zelf natuurlijk mens genoeg om het helemaal te moeten hebben van de taal. Met zijn droogkomische observaties en zijn genadeloze zelfkritiek herinnert hij nog steeds wel aan Voskuil en Frida Vogels, maar hij heeft wel degelijk een eigen toon ontwikkeld. Bijzonder aan zijn manier van vertellen is de kleine hapering die er steeds in lijkt te zitten. De zinnen volgen elkaar nooit helemaal vloeiend op, maar noodzaken steeds tot kleine denkpauzes.

Bij deze bondige, prettig afstandelijke stijl passen wonderwel de ingewikkelde Japanse beleefdheidsvormen, waar Van Heest graag gewag van maakt. ‘Mevrouw Remschoen verwelkomt ons met het verzoek haar excuses voor het slechte weer niet te aanvaarden.’ Een andere dame verontschuldigt zich bij voorbaat voor het miezerige onderkomen dat zij te bieden heeft en voor haar beledigende aanwezigheid. Een andere geestige rode draad in het boek vormt het voortdurend aanbieden van paraplu’s die niet teruggegeven hoeven te worden.

Hoe moet het nu verder met Van Heest, nadat hij in drie vlot achter elkaar verschenen boeken zijn belevenissen in Japan, Nieuw-Zeeland en opnieuw Japan heeft beschreven? De tijd zal het moeten leren. Ik sluit niet uit dat het parkeercontroleurschap in Hilversum, zijn huidige werk, vruchtbare aanknopingspunten kan bieden voor een of meer nieuwe romans. En anders kan hij zich natuurlijk altijd nog laten omscholen tot animal cop.

    • Janet Luis