'Ik probeerde iemand te redden, en doodde hem'

Ruim dertig jaar leurde Vietnamveteraan Karl Marlantes met een roman over zijn oorlogservaringen. Die is nu vertaald. ‘Niemand wist wat er in Vietnam te winnen viel.’

Subject: MARLANTES Karl - Copyright: Witi De TERA/Opale - Date: 20101115- Witi De TERA/Opale -

Of met de publicatie van dit boek het trauma Vietnam uit zijn hoofd is verdwenen? „Vergeet het maar”, zegt Karl Marlantes (1945). „Op mijn vlucht hier naar toe viel er een tasje uit de bagagebak in mijn schoot. Ik schrok wakker en sprong op met een verschrikkelijke schreeuw, het hele vliegtuig keek op om te zien wat er gebeurd was. Mijn vrouw heeft me moeten kalmeren. ‘Heb je je medicijnen wel genomen’, vroeg ze. Daarna moest ze de andere passagiers geruststellen.’’

Karl Marlantes’ boek Matterhorn, een dikke roman over zijn ervaringen in Vietnam in 1969, is nu ook in Nederlandse vertaling verschenen. Een boek dat niet alleen bijzonder is omdat het goed geschreven en schokkend is, maar met name omdat het, sinds het vorig jaar veertig jaar na dato verscheen, bij critici en publiek een groot succes is. De auteur vertelt, zonder wrok, over de meer dan dertig jaar dat hij er mee heeft lopen leuren.

Marlantes: „Ik bood het voor het eerst aan in 1977, en bij de volgende tientallen uitgeverijen kreeg ik meestal niet eens antwoord.Er was net een hausse achter de rug van Vietnamboeken, dus ik legde het af en toe maar een half jaar weg. Ik had zelf ook andere dingen aan mijn hoofd, ik werkte al die jaren als consultant voor een energiebedrijf en sleurde mijn gezin de hele wereld over. Maar ergens in de jaren tachtig kreeg ik ineens wel een antwoord. ‘Misschien als je de plot nu eens in de Golfoorlog situeerde?’

Nog eens tien jaar later bleek eindelijk een klein uitgeverijtje in Berkeley geïnteresseerd. Ze brachten mijn boek in 2009 uit, in een oplage van 1200, mijn honorarium bedroeg 120 gratis exemplaren. Mijn vrouw had toen een briljant idee: je moet het voor een literaire prijs insturen. We zochten alle prijzen op op het internet, en via via kwam het boek bij Grove/Atlantic terecht, eindelijk een serieuze uitgever. Maar daar hadden ze ook een verrassing voor me: you have to speed it up. Dus heb ik er nog bijna een kwart uitgehaald: Maar ik moet eerlijk zeggen: het is nu een beter boek.’’

Hoe verklaart u deze respons?

„We zijn nu verwikkeld in een oorlog in Afghanistan en de parallellen met Vietnam zijn angstaanjagend duidelijk. Iedereen zegt dat Amerika’s optreden daar een groot succes is, maar dat zeiden ze over Vietnam ook en we weten wat daarvan is terechtgekomen. We steunen in Afghanistan een corrupte regering, we begrijpen de taal niet, de cultuur niet. En het tweede punt is: mijn leeftijdsgroep, de babyboomers, begint zich nu eindelijk af te vragen wat er in vredesnaam gebeurd is in de jaren zestig. Vietnam scheurde Amerika in tweeën en heeft de politiek daar fundamenteel veranderd. In die tijd zag je dat jongens van de elitescholen in dienst gingen, ze zagen dat als hun plicht. Maar dat doen ze niet meer, het zijn nu vooral de arme jongens die de oorlog vechten.”

Bent u beïnvloed door eerdere Vietnam- boeken, bijvoorbeeld die van Philip Caputo of Tobias Wolff ?

„Beïnvloed, nee, ik vond Philip Caputo’s A Rumor of War erg goed, maar mijn invloeden zijn veel ouder, die gaan terug naar de dichters van de Eerste Wereldoorlog – Sassoon, Owen, Graves. Zij konden goed verwoorden hoe toevallig het er allemaal aan toe gaat in een oorlog: slim of sterk, de granaat of mortierscherf komt omlaag in jouw schuttersputje en je bent er geweest. Zij drukken de gruwel goed uit, zonder dat ze de ingewanden over de pagina’s laten vliegen.”

U schrijft over het belang van het kunstmatig opschroeven van het vijandelijke dodenaantal door de officieren, was dat routine?

„Je moet niet vergeten dat officieren ook gewone managers zijn die promotie willen maken. En als hun succes dan wordt afgemeten aan factoren als het aantal gesneuvelden aan de andere kant, dan zullen ze die cijfers opschroeven. Vietnam was een oorlog waarin niemand wist wat er te winnen viel – wat wél het geval was in WO II. Dus waren die body counts een van de weinige methoden om iets te meten.

„De officieren die ik de rol van slechterik geef, waren ook maar gewone mensen met menselijke fouten. Onder gewone omstandigheden zou hun falen geen gevolgen hebben, maar nu had dat tot gevolg dat jonge jongens doodgeschoten werden. En daar waren ze zich niet van bewust.”

U schreef na Matterhorn een non-fictie boek, What It Is Like to Go to War. Daaruit blijkt hoe dicht u staat naast uw hoofdfiguur Mellas.

„Dat is niet zo heel erg dicht; ik heb hem samengesteld uit verschillende mensen die ik ken, bijvoorbeeld mijn oudere broer, die politicus is geworden en nooit in Vietnam was. Mellas is een ambitieus man zonder hart. Geen makkelijk karakter om op te bouwen; als je hem haat als lezer, kun je het boek ook niet goed vinden. Maar alles wat hij zag heb ik ook zelf gezien, de tijger die een van mijn mannen verscheurt, de bloedzuigers, de modder, de malaria, de eenzaamheid, het racisme, de masturbatie, het gezeul met lijken. Ik voer Mellas mee door al die ervaringen. Maar had ik zulke politieke ambities als Mellas gehad dan was ik nu gouverneur van een of andere staat.”

En Mellas’ schuld aan de dood van Pollini, een van zijn mannen?

„Ja, iets dergelijks is mij overkomen en het heeft me decennia gekweld. Ik heb geprobeerd een jongen te redden, en misschien heb ik hem al doende doodgeschoten. Ik zal het nooit weten, ik moet ermee leven. In het begin was het een scène van twee zinnen, maar een van de eerste mensen die het manuscript las: daar zit meer achter, nietwaar? Inderdaad, zei ik, en dat zit heel diep.”’

Kunnen wij niet-strijders ooit echt begrijpen wat een soldaat meemaakte?

„We werden na terugkeer in de VS als paria’s behandeld, de agressie was enorm. Maar mensen kunnen meer empathie opbrengen voor een veteraan als je in zijn hoofd kruipt. En dat is de kracht van literatuur. Het kost heel veel moeite om te begrijpen wat een veteraan heeft doorgemaakt. Het enige dat helpt is erover praten of schrijven. Hoe kan ik overbrengen wat een geboorte is? Ik kan in de buurt komen, maar uiteindelijk is het alleen een vrouw die weet wat het is.”

U bent nog steeds niet ‘klaar’ met de oorlog?

„Nee, maar dat tweede boek hielp me de nodige afstand te nemen. Ik merkte dat als ik het naar buiten kon brengen en er naar kon kijken, ik verder kon met mijn leven. Een normaal bestaan was lange tijd onmogelijk voor me. Je kan niet slapen, drinkt te veel, schreeuwt tegen je kinderen als dat niet nodig is. Dat heeft in mijn geval dertig jaar geduurd. Ik neem nog steeds medicijnen. Vergeet niet: de term PTSS (post-traumatisch stress-syndroom, red.) bestond destijds niet.”

U schrijft ook hoe het vernietigen van dingen u plezier schonk.

„De meeste veteranen zeggen: ondanks alles was het de mooiste tijd van mijn leven. Maar het verschil met hen is: ik weet nu wat de prijs daarvoor is. De mens is niet het dier bovenaan de rangorde omdat we aardig zijn, we zijn dat omdat we een agressieve kant hebben. Als iedereen zich ervan bewust was dat hij in staat is tot geweld, dan zou er waarschijnlijk minder geweld zijn. We zijn een agressief dier en beschaving is een dun laagje dat ons in bedwang houdt. Als je dat weghaalt en de staat geeft je een geweer, leert je dat te gebruiken en betaalt je er ook nog voor, dan kunnen er rare dingen gebeuren.

„Als je eigen mensen bedreigd worden, ben je bereid te vechten. Maar als je volk niet bedreigd wordt, kun je beter maar twee keer nadenken. In feite gebeurt dat nu in Afghanistan, en eerder in Irak. Bin Laden heeft 3.000 van mijn landgenoten vermoord, en hij was iemand met wie niet te praten viel. We hadden dus een reden om achter hem aan te gaan. Maar de Taliban hebben ons nooit bedreigd en Saddam ook niet. Nu zitten we midden in een onduidelijke oorlog met onduidelijke doelen. En we proberen democratie te brengen in een land dat nog in de Middeleeuwen verkeert.”

Ging u ooit terug naar Vietnam?

„Nee, en ik heb ook niet het verlangen. Degenen die wél teruggingen zeggen dat het een louterende werking had; die loutering kreeg ik door het boek te schrijven. Veel jongens die terug zijn gegaan wisten al hoe een Vietnamees dorp eruitzag, maar ik kende alleen de modder en de jungle. En daar hoefde ik niet naar terug.”

Was Vietnam net zo’n fout als Irak en Afghanistan?

„Zeker. Maar je moet niet ergens een samenzwering vermoeden als er sprake is van stupiditeit. De politici en officieren uit die tijd waren pas 15 jaar verwijderd van de Tweede Wereldoorlog, Zij zagen het communisme als een nieuwe vorm van fascisme, ze dachten: als we ze daar niet tegenhouden staan ze volgende maand in San Francisco.”

Karl Marlantes: Matterhorn. Vertaald door Otto Biersma. Meulenhoff, 544 blz. € 22,95