Hoezo stadionverbod? Je bent zo binnen

Controle op voetbalhooligans met een stadionverbod werkt bij veel eredivisieclubs niet goed. Alleen een systeem met gezichtsherkenning is waterdicht.

23-01-2005, UTRECHT. VIDEOBEWAKING IN HET STADION VAN FC UTRECHT. FOTO BAS CZERWINSKI Politie Beveiliging Cameratoezicht

Een creatieve voetbalsupporter met een stadionverbod kan relatief gemakkelijk een wedstrijd in het betaalde voetbal bijwonen. Zolang de meldingsplicht tijdens wedstrijden bij hoge uitzondering wordt opgelegd en clubs niet werken met een systeem van gezichtsherkenning zijn er vrijwel altijd sluipwegen te vinden. De ‘supporter’ die woensdagavond AZ-keeper Esteban attaqueerde is er het bewijs van. De negentienjarige man had een stadionverbod van drie jaar voor de Arena, maar beschikte ‘gewoon’ over een toegangsbewijs.

Volgens financieel directeur Jeroen Slop, die bij Ajax verantwoordelijk is voor veiligheidszaken, was de boosdoener binnengekomen met een kaartje dat hij had gekregen van een bevriende clubkaarthouder. Die clubkaart is nodig om toegangsbewijzen te kopen. Het aantal kaartjes is afhankelijk van de risicostatus van een wedstrijd. De tickets staan op naam, maar de controle daarop gebeurt steekproefsgewijs. Bovendien worden de risicovakken in de Arena strenger gecontroleerd dan de andere vakken. Wel beschikken alle controleurs over foto’s van supporters met een stadionverbod. Maar een controle van alle bezoekers via hun identiteitsbewijs zou naar schatting tien uur duren.

Bij de bekerwedstrijd tegen AZ gold een publieksvriendelijk toegangsbeleid. Via de clubkaart konden per persoon vier toegangsbewijzen worden gekocht. De man die Esteban aanviel, kwam binnen via de noordzijde van de Arena. Daar werd een soepele kaartcontrole uitgevoerd. De man heeft het veld vervolgens kunnen betreden via het invalidenplatform, voor bezoekers de enige mogelijkheid om de gracht tussen veld en tribune te overbruggen.

De belager van Esteban was de toegang tot het stadion ontzegd, maar hij had geen meldingsplicht. Hem is een civielrechtelijke straf opgelegd. Niet de politie maar de club is dan verantwoordelijk voor handhaving. Een strafrechterlijke meldingsplicht zou volgens deskundigen een beter middel zijn om een stadionverbod te handhaven, omdat de gestrafte zich dan tijdens wedstrijden bij de politie moet melden. Maar die maatregel wordt met grote terughoudendheid toegepast. Rechters achten dat op rond van de bestaande voetbalwetgeving veelal een (te) hoge straf.

Een alternatief zou de technologie van gezichtsherkenning zijn. Dat systeem lijkt een waterdichte oplossing voor het weren van supporters met een stadionverbod. ADO Den Haag levert het bewijs sinds 2007, toen het nieuwe stadion in gebruik werd genomen. Buiten de eretribune en het kindervak kunnen bezoekers zich onmogelijk aan het elektronische oog onttrekken. Bij ADO Den Haag, een club met een bedenkelijk hooliganverleden, is elke club- en seizoenkaart voorzien van een driedimensionale pasfoto. Bij het passeren van de toegangspoort scant een camera het gezicht en de foto. Alleen bij een match gaat de poort open.

Een woordvoerder van ADO Den Haag vertelt dat het systeem voortdurend wordt verbeterd. De volgende stap moet zijn dat de toegangspoort open blijft en alleen bij een mismatch tussen foto en gezicht dicht gaat. In dat geval zou de kaart zelfs niet uit de zak of de portemonnee hoeven te worden gehaald. Een dergelijke verfijning van het systeem vermindert filevorming bij de toegangspoorten.

Bij ADO Den Haag, dat zo’n honderd supporters een stadionverbond heeft opgelegd, werkt dat systeem van gezichtsherkenning al vier jaar naar volle tevredenheid. De ongeregeldheden zijn de laatste jaren drastisch afgenomen.

Het Centraal Informatiepunt Voetbalvandalisme (CIV) houdt het aantal supporters met een stadionverbod niet gedetailleerd bij. Volgens CIV-baas Ronald Moes is zonder de meldingsplicht en/of technologische hulpmiddelen handhaving van die categorie moeilijk uit te voeren. „Vergelijk het met iemand wiens rijbewijs is afgenomen. Dan is ook nauwelijks te controleren als zo’n persoon achter het stuur kruipt.”

Moes legt uit dat er landelijke, clubgebonden en lokale stadionverboden zijn, waarvan ook de duur verschilt. Het minimumverbod is drie maanden, de maximale straf is een levenslange verbanning uit stadions. Op dit moment zijn er in Nederland zo’n 1.000 supporters met een stadionverbod en maar tien met een strafrechtelijke meldingsplicht. Maar volgens Moes zal dat aantal in 2012 flink oplopen, omdat er zich de laatste maanden ernstige supportersrellen hebben voorgedaan bij achtereenvolgens Feyenoord, NEC, FC Utrecht en Ajax.

    • Henk Stouwdam