Hélène was nooit gelukkig

Wie denkt aan Jeroen Brouwers denkt al gauw aan Bezonken rood. Een aangrijpende roman over het Japanse interneringskamp waar hij, als kleuter, met zijn moeder en zus gevangen zat. Deze kampgeschiedenis deed in 1981 veel stof opwaaien. Wás het allemaal wel zo erg in Tjideng? Mocht een romanschrijver, als het om oorlogsfeiten ging, zijn verbeelding wel de vrije loop laten? Ja, zei de een. Nee, zei de ander. Het boek werd en wordt veel gelezen. Vorig jaar werd het voor de 34ste keer herdrukt.

Is Bezonken rood ook het beste boek van Brouwers? Ik vind van niet. Daarvoor zit het te symbolisch, te geconstrueerd, te nadrukkelijk naar zichzelf verwijzend in elkaar. Steeds opnieuw krijgen we te lezen dat hier iemand, Jeroen Brouwers genaamd, aan het schrijven is, over zichzelf, tegen wil en dank. Hij moet schrijven, anders zou zijn leven vergeefs zijn. Maar als hij schrijft, leeft hij niet echt.

Een veel lossere Brouwers is te vinden in het biografische essay dat hij wijdde aan de dichteres Hélène Swarth (1859-1941). Zij schreef zo’n drieduizend gedichten. Het merendeel is niet erg goed. Uit ‘kruimels biografie’ stelde Brouwers met veel geduld en inlevingsvermogen, met veel humor en stilistische brille ook, een prachtig portret samen. Hélène Swarth (1985) leest als een roman – over een anti-heldin. Zij klaagde veel en voelde zich altijd miskend. ‘Het is tranen deppen met een natte zakdoek. Nooit is de dichteres gelukkig, nooit, nooit.’ In het laatste hoofdstuk vinden we haar eenzaam en berooid terug in een pension in Velp. Haar laatste vier persklare bundels werden niet meer uitgegeven. En toen ze stierf, op 81-jarige leeftijd, dachten velen dat ze al dood was.

De vergeefsheid druipt ervan af: een ongelukkig schrijversleven dat als een nachtkaars uitgaat. Brouwers gaf haar, ruim veertig jaar na haar stille dood, een gedenkteken. Daarmee wordt ze niet alsnog een groot kunstenares, maar wel iemand van wie je kunt houden, om haar koppigheid en doorzettingsvermogen. Tot haar laatste snik bleef ze, tegen de klippen op, geloven in haar roeping. In Brouwers’ onvergetelijke verhaal althans.

Wie? Jeroen BrouwersBeroemd om: Bezonken roodmaar lees eerst: Hélène Swarth. Haar huwelijk met Frits Lapidoth 1894- 1910 (Arbeiderspers, 218 blz. Alleen antiquarisch verkrijgbaar)