Franse automerken moeten rest van de wereld voorlaten

Fransen kopen liever een Volkswagen of een Aziatische auto dan een Peugeot, Citroën of zelfs een Renault. De roemruchte Franse merken hebben steeds meer moeite om te concurreren. In 2012 zullen duizenden fabrieksarbeiders hun banen kwijtraken.

Employees prepare pressed steel vehicle body sections on the production line at the Renault SA factory in Maubeuge, France, on Tuesday, Oct. 25, 2011. Renault SA Chief Executive Officer Carlos Ghosn said he sees European car demand stable "at best" in 2012 because of the "uncertainty" created by the European sovereign debt crisis. Photographer: Fabrice Dimier/Bloomberg Bloomberg

Op de Franse televisiezenders lopen al enkele maanden een paar opvallende reclamespotjes voor auto’s, waarvan Fransen zelf zeggen dat ze een paar jaar geleden niet hadden gekund. In het eerste spotje zit een jong koppel klaar om de handtekening te zetten onder het aankoopcontract van een nieuwe wagen. De iets te zelfverzekerde autoverkoper feliciteert hen met de uitstekende keuze en overspeelt vervolgens zijn hand: „Wat had u anders voor deze prijs gekocht? Een Volkswagen Polo? Hah!” Het resultaat laat zich raden: in een tel is het koppel, zonder te tekenen, verdwenen uit het suffe kantoor van de verkoper, op weg naar de dichtstbijzijnde Volkswagendealer.

Het andere spotje is nog on-Franser. Want volledig in het Duits, de nadruk leggend op Duitse kwaliteit en grondigheid. De clou: u hoeft geen Duits te spreken om te begrijpen dat deze Opel Corsa een Duitse kwaliteitswagen is, en dat ook nog eens voor amper 8.990 euro.

Een parodie van Renault waarin de nieuwe Mégane in het Duits werd aangeprezen, werd snel weer van het scherm gehaald. Het origineel bleek veel grappiger, en vooral veel efficiënter.

De Franse auto-industrie zit in de hoek waar de klappen vallen, en staat zo symbool voor de hele nationale economie. De grote constructeurs PSA (Peugeot en Citroën) en Renault zijn hun triple A al lang kwijt en hebben grootste moeite om de juiste strategie voor de toekomst te vinden.

De Fransen verkopen hun auto’s voor 60 procent in Europa, een stagnerende markt die dit jaar volgens de vereniging van Europese automobielconstructeurs zelfs 1,2 procent zal krimpen.

Vooral in eigen land is duidelijk dat de Franse automobielindustrie achterloopt op de buitenlandse concurrentie. Over het hele jaar zal het aantal nieuw ingeschreven auto’s in Frankrijk met ongeveer 5 procent dalen. In november daalde de autoverkoop met 7,6 procent en daar waren vooral de Franse merken het slachtoffer van.

PSA zag de verkoop met 15,4 procent dalen, Peugeot 23,4 procent, terwijl Citroën het verlies wist te beperken tot 4,9 procent, dankzij de introductie van enkele nieuwe modellen. Renault zag zijn verkoop met 7,2 procent afnemen. Opvallend: Renault zelf verkocht 13,8 procent minder, terwijl de goedkope Roemeense Dacia, 100 procent eigendom van de groep, met 26,9 procent steeg, en ook het met Renault gelieerde Japanse Nissan meer verkocht: 12,2 procent.

De Franse merken produceren vooral middenklassewagens en dat is volgens analisten het grote probleem: door de financiële crisis is die groep of echt armer, of in ieder geval financieel voorzichtiger geworden. Alleen het topsegment en het lage segment groeien: de verkoop van Rolls Royce nam over het gehele jaar met 41 procent toe, die van Dacia met 51 procent, waardoor Renault enigszins overeind blijft.

In tegenstelling tot PSA is concurrent Volkswagen wel in uiteenlopende segmenten actief: Skoda groeide met 31,7 procent en Audi met 16,8 procent.

Volgens analisten heeft vooral PSA strategische fouten gemaakt, waardoor het minder gewapend is voor de toekomst dan Renault. PSA heeft, op aansturen van de familie Peugeot die nog altijd voor 30 procent eigenaar is, lange tijd strategische allianties met buitenlandse groepen geweigerd. Fiat, Mitsubishi en zelfs BMW klopten aan, er wordt op kleine schaal samengewerkt, maar een alliantie werd geweigerd. Daardoor staat PSA nu geïsoleerd op een wereldwijde markt waar samenwerking steeds belangrijker wordt.

Langzaam wordt nu de eerste toenadering gezocht: zo wordt de Citroën C1 geassembleerd in Tsjechië, in samenwerking met Toyota, maar dat is nog ver weg van strategische samenwerking.

PSA is op wereldvlak een kleine speler met slechts twee generalistische merken. Algemeen directeur Philippe Varin neemt zijn toevlucht tot oude recepten: volgend jaar moet er 800 miljoen euro worden bespaard bij PSA. Er verdwijnen in 2012 6.800 banen bij de groep, waarvan 5.000 in Frankrijk, maar volgens Varin kan dat zonder gedwongen ontslagen. Woensdag werd al duidelijk wat Varin daarmee bedoelt: in de assemblagefabriek in Mulhouse, de grootste werkgever in de Elzas, worden 600 tijdelijke contracten niet verlengd.

Bovendien hoopt Varin de verkoop weer op te krikken door de introductie van een drietal nieuwe Peugeot-modellen, zoals de 508 berline.

Ook Citroën komt in 2012 met enkele nieuwe modellen. De nieuwe marketingdirecteur Thierry Metroz wil teruggrijpen naar de rijke historie van de groep met de wereldvermaarde DS, en wil opnieuw meer nadruk gaan leggen op het design van de middenklassewagens.

Citroën moet volgens hem innovatieve wagens ontwerpen die verfijnd en origineel zijn. Leuk voor de pure liefhebber, zeggen critici, maar of je er het marktaandeel serieus mee verhoogt is een andere vraag.

Volgens analisten kampt PSA bovendien met twee problemen die het in crisistijden extra kwetsbaar maken: de levensduur van de auto en de betrouwbaarheid. In alle lijstjes moeten de Fransen, ook Renault, Duitsers en Japanners laten voorgaan.

Renault is door de alliantie met Nissan iets beter gewapend voor de toekomst. Bovendien heeft de groep een duidelijker langetermijnvisie, waarin volop wordt geïnvesteerd in elektrische auto’s.

Samen met Nissan investeerde Renault al bijna 5 miljard euro in de ontwikkeling van elektrische auto’s, veel meer dan gelijk welke autobouwer ook. En de komende jaren wordt de Kangoo ZE, de elektrische bestelwagen, zichtbaar in het Franse straatbeeld: overheidsbedrijven als De Post en ERDF (beheerder van het elektriciteitsnetwerk) en andere bedrijven als Veolia Environment of GDF Suez hebben de auto besteld.

De komende vier jaar worden er een kleine 20.000 geleverd. Geen wereldschokkend cijfer, en de constructeur erkent dat het een hogere verkoop had verwacht, maar Renault bouwt op die manier wel een mooie voorsprong op. In het hoofdkantoor in Boulogne-Billancourt is de verwachting dat het aandeel van elektrische wagens tegen 2020 10 procent van de markt zal bedragen.

Maar aan de nadruk op elektrische auto’s kleven (voorlopig) ook nadelen. Er zijn interne problemen bij Renault, en er zijn marktproblemen. Begin dit jaar werden drie kaderleden beschuldigd van bedrijfsspionage, ze zouden strategische gegevens over de ontwikkeling van de accu tegen betaling hebben doorgegeven aan concurrenten.

Achteraf bleek de beschuldiging vals, en moest de directie bekennen dat Renault het slachtoffer was geworden van (interne) manipulatie: iemand had erg hard zijn best gedaan om Renault te doen geloven dat het werd bespioneerd.

Sindsdien is de spanning in het bedrijf voelbaar, er heerst ware paranoia, zegt een vakbondsman die actief is in de noordelijke assemblagebedrijven in Maubeuge en Douai.

De sfeer is er om te snijden, en iedereen verwacht dat er komend jaar toch weer ontslagen vallen. Algemeen directeur Carlos Tavares liet al weten dat 2012 een ongemeen hard jaar zal worden.

In Europa verwacht Tavares een daling van de autoverkoop tot 5 procent, en Frankrijk dreigt opnieuw een van de landen te worden waar de verkoop bovengemiddeld daalt. Renault houdt zelfs rekening met een daling van de Franse markt met 10 procent.

Groter probleem voor de populariteit van de elektrische auto is de aankoopprijs, die gemiddeld drie keer hoger ligt dan bij een gewone wagen. Daardoor bestudeert slechts een kwart van de kopers van een nieuwe auto ook het nieuwe elektrische aanbod.

Om het imago wat op te vijzelen opende Renault deze week op de oude bedrijfsterreinen in Boulogne-Billancourt een twee kilometer lang testcircuit, waar particulieren vanaf volgend jaar kunnen proefrijden in de nieuwe wagens. Naast de Kangoo ZE, die al in bedrijf is, wordt vanaf volgend jaar ook de Twizy gecommercialiseerd, meer een soort overdekte bromfiets op vier wielen, vooral geschikt voor het drukke stadsverkeer.

Tegen 2017 wil Renault-Nissan anderhalf miljoen elektrische auto’s hebben verkocht. Gezien de crisis zegt Renault ook voorzichtig en geduldig te willen zijn met de prognoses.

Maar de crisis en de daarmee gepaard gaande hoge prijzen aan de pomp kunnen op termijn ook in het voordeel werken van de elektrische wagens. Onvoldoende om de dalende verkoop van traditionele auto’s te compenseren, maar Renault meent met vier operationele modellen wel de toekomst in huis te hebben.

Dirk Vandenberghe