Egypte: beter af onder Mubarak

Na de val van tirannen verwachten de Arabische vrouwen vrijheid. In werkelijkheid blijkt in het ene na het andere land, van Irak tot Egypte, dat hun positie juist slechter wordt. Niet alleen door toedoen van fundamentalisten, maar ook door de ‘gewone man’.

Egypte trok de afgelopen week de aandacht met de harde aanvallen, inclusief seksueel geweld, op protesterende vrouwen door militairen die demonstraties op het Tahrirplein in Kairo probeerden uit elkaar te slaan. De regerende militaire raad bood deze week zijn excuses aan. Maar het geweld leidt de aandacht af van wat volgens activisten een grotere bedreiging is voor vrouwen: inspanningen om vrouwen hard bevochten rechten af te nemen door deze in verband te brengen met het gehate regime van Mubarak, en hun marginalisering in de politiek.

De Somalische activiste Hibaaq Osman, die een vrouwennetwerk in Kairo leidt, wees er vorige maand in een vraaggesprek met deze krant op dat er in de Egyptische verkiezingscampagne geen enkele vrouw is die het woord voert, niet alleen niet voor de fundamentalistische Moslimbroederschap en de radicalere salafisten, maar ook niet voor de traditionele politieke partijen. Het vrouwenquotum dat onder Mubarak bestond is afgeschaft. Het ziet er nu naar uit dat er maar heel weinig vrouwen in het 498 zetels tellende parlement komen. In de eerste fase van de verkiezingen (die in januari worden afgerond), die onder andere de miljoenensteden Kairo en Alexandrië omvatten, is geen enkele vrouw gekozen. „Gisteren gooiden vrouwen met stenen voor zichzelf, voor het land, voor iedereen”, zei Osman. „En vandaag klinkt het: je bent niet goed genoeg, je gaat naar huis.”