Een halve ton opgehaald voor ‘intocht Napoleon’. Bekijk het schilderij in detail

Het Amsterdam Museum startte dit najaar een actie om de restauratie van het schilderij ‘De intocht van Napoleon’ te bekostigen. Dat is gelukt: met behulp van crowdfunding heeft het museum 51.349 euro binnen gehaald. Bekijk het schilderij hier in detail.

Het Amsterdam Museum kwam op het idee het publiek bij de restauratie te betrekken toen de begroting van de restauratie niet dekkend bleek. Martine Willekens, woordvoerder van het museum, legt uit:

“De eerste fase van de restauratie heeft het museum zelf betaald, die kwam neer op zo’n 55.000 euro. Voor de tweede fase hadden we 46.200 euro berekend. Uiteindelijk hebben we door de publieksactie voor die tweede fase 51.349 euro opgehaald. De derde fase, de reconstructie van een lijst die om het schilderij moet komen, kost zo’n 20.000 euro extra. We kunnen met het extra geld van de publieksactie nu een kwart van de kosten van de lijst bekostigen.”

Beweeg met je muis over de afbeelding voor een vergroting (het kan even duren voordat de grote foto getoond wordt).

Grootste bijdrage: 25.000 euro

De grootste bijdrage aan het project, dat op 9 oktober dit jaar van start ging, kwam van het Gieskes-Strijbis Fonds, dat 25.000 euro schonk. Ook het Amsterdamse Vossius Gymnasium droeg flink bij: met allerlei klusjes haalden ze 8.000 euro op voor de restauratie. In het voorjaar vindt de restauratie plaats in de Schuttersgalerij in Amsterdam. Voor een tientje per centimeter kun je een stukje van de lijst die om het schilderij moet kopen.

Schilderij jarenlang niet getoond

Sinds begin oktober hangt het schilderij, nog tamelijk gehavend, in het Amsterdam Museum. De Intocht van Napoleon te Amsterdam (vier bij zes meter) werd in 1811 geschilderd door de Antwerpenaar Matthieu van Bree, in opdracht van keizer Napoleon zelf en op kosten van de stad Amsterdam.

Het schilderij werd onthuld op 15 augustus 1813, de verjaardag van Napoleon, een paar weken voordat hij naar Elba werd verbannen en een Nederlands driemanschap het koningschap over een nieuwe Nederlandse staat aanbood aan Willem VI, de latere koning Willem I.

Kunstredacteur Raymond van den Boogaard schreef twee maanden geleden in NRC Handelsblad het volgende over het schilderij:

Nederland maakte sinds 1810 deel uit van het Franse Keizerrijk. Het Amsterdam van 1811 was geen welvarende stad: de plaatselijke economie dreef op de zeevaart en die lag al sinds 1806 voor een groot deel stil door Napoleons maritieme blokkade van Engeland, het zogenoemde Continentaal Stelsel. Er was bij het bezoek van de keizer enige vrees voor verstoring van de orde: notabelen moesten vlaggen, maar het plaatsen van bloempotten in de ramen was verboden. Toch is de eerbied van de stadsbestuurders op het schilderij – van ieder van hen is de naam bekend – vermoedelijk geenszins gespeeld. Burgemeester Van Brienen is katholiek en andere bestuurders doopsgezind – allemaal niet-calvinistische groepen die vóór 1795, toen Franse troepen een eind hadden gemaakt aan de Republiek, buiten het stadsbestuur werden gehouden en hun gelijkberechtiging associëren met de Franse beginselen.

Napoleon bracht de nacht door in het Paleis op de Dam. Amsterdam had het voormalige zeventiende-eeuwse stadhuis in 1808 als paleis weggegeven aan de broer van de keizer, Lodewijk Napoleon, die van 1806 tot 1810 over het Koninkrijk Holland had geregeerd. Het schilderij hing vanaf 1813 in het gemeentehuis aan de Oudezijds Voorburgwal, thans hotel The Grand. Maar tegen het eind van de eeuw werd het daar weggehaald. Het was wel erg groot en dominant en bovendien kreeg ook in Amsterdam, traditioneel de minst Oranje-gezinde stad van Nederland, een nationalistische ideologie de overhand waarbij de getoonde aanhankelijkheid aan het hoofd van een vreemde mogendheid een beetje genant wordt gevonden. Het schilderij verdween naar het in 1885 geopende Rijksmuseum en werd daar in 1891 van de wand gehaald. Anno 2011 is die gêne overwonnen.

    • Judith Laanen