Driving home for Christmas

A christmas tree is transported with a lorry by a resident of the North Frisian Hallig island Nordstrandischmoor, northern Germany, on December 20, 2011. The Hallig is connected to the mainland by a 3.8 kilometer railway. Nordstrandischmoor has 18 residents. AFP PHOTO / KAY NIETFELD GERMANY OUT AFP

Hij moet nog een stukje, deze bewoner van het Friese eiland Nordstrandischmoor. Het waddeneiland boven de noordkust van Duitsland is met het vasteland verbonden via een spoorweg van 3,8 kilometer. Aan twee kerstbomen heeft de man op de lorry waarschijnlijk wel genoeg, want hij deelt het eiland slechts met zeventien andere mensen. Nordstrandischmoor is onderdeel van de Halligen, een tiental eilandjes in de Duitse Waddenzee die niet worden beschermd door dijken. Bij vloed lopen de eilandjes onder en daardoor is er een bijzondere flora en fauna ontstaan. Op de kwelders vindt veeteelt plaats en de eilanders leven van het toerisme.

Typerend voor de Halligen zijn de terpen of warften, zoals ze hier heten. De naam ‘Hallig’ komt van het oud-Duitse woord voor zout, ‘hall’. Vanaf de Middeleeuwen werd in dit gebied uit het met zeewater doordrenkte turf kostbaar zout gewonnen. De onbedijkte stukjes grasland zijn ontstaan uit door de zee opgeworpen klei.

Ooit waren er meer dan honderd van dit soort bewoonde kleiplaten, maar de zee gaf en nam. Op Nordstrandischmoor stonden vroeger zestien warften, maar na de Kerstvloed van 1717 bleven er daar vier van over. En nog steeds gaat het laaggelegen eiland zo’n vijftig keer per jaar kopje onder. De gemiddelde overstroming duurt overigens niet langer dan twintig uur.