De tweede kerncentrale die er niet kwam

Het kabinet-Rutte heeft een ferm standpunt over kernenergie. Het bedrijf dat een kerncentrale wil bouwen en aan de vereisten voldoet, krijgt een vergunning.

Belangrijkste overweging is dat Nederland zo een bijdrage kan leveren aan Europese doelstellingen ter reductie van de uitstoot van het broeikasgas CO2. De coalitie van VVD en CDA wordt hierbij gesteund door onder anderen gedoogpartner PVV. Er is een politieke meerderheid in Den Haag vóór kernenergie.

Dat bedrijf is, zo leek het, Delta, dat in 2009 de procedure in gang zette die moet leiden tot een vergunningaanvraag voor een tweede kerncentrale in Borssele. Dit Zeeuwse dorp is een van de drie plekken (met de Maasvlakte en de Eemshaven) die door de centrale overheid zijn aangewezen als mogelijke locatie voor een kerncentrale.

Maar Delta is aangelopen tegen de grenzen van zijn ambities. Het kan geen partner vinden als mede-investeerder. Het bedrijf beschikt zelf, mede als gevolg van financiële tegenvallers bij de eigen bedrijfsvoering, niet over de mogelijkheden om de 4,5 miljard euro op tafel te leggen die de centrale naar schatting zou kosten.

Bovendien heeft het kabinet nóg een ferm standpunt: het zal zelf geen geld steken in een kerncentrale.

Minister Verhagen (Economische Zaken, CDA) heeft dat, zoals hij zelf heeft gesteld, „veelvuldig aangegeven”, zodat het aan zijn geloofwaardigheid ernstig afbreuk zou doen als hij hierop nu zou terugkomen.

Delta heeft dus meer tijd nodig. Niet alleen de bouw van een kerncentrale is kostbaar, ook de exploitatie ervan. Bijvoorbeeld door de verplichting voor het bedrijf om 700 miljoen te reserveren als schadevergoeding bij een ongeluk. De vraag is nu of van uitstel geen afstel komt.

De onderzoeksbureaus CE Delft en Ecofys kwamen onlangs tot de conclusie dat de bouw van een kerncentrale zonder overheidssteun financieel niet haalbaar is. Dit op zichzelf correcte standpunt van het kabinet verplicht het daarom om te zoeken naar andere wegen om de noodzakelijke diversificatie in de energievoorziening te bereiken. En dat, uiteraard, zoveel mogelijk binnen Europese samenwerking.

De Europese afhankelijkheid op het gebied van energie van het Midden-Oosten en Rusland leidt tot kwetsbaarheid. Nog niet zo lang geleden ondervond een land als Italië dat, toen Libië tijdelijk de leverantie van gas staakte. Om geopolitieke redenen blijft het zeer gewenst dat Nederland en andere Europese landen op energiegebied meer zelfvoorzienend worden . Het is moeilijk denkbaar dat dit én klimaatvriendelijk én zonder kernenergie is te realiseren.