Damascus meldt talrijke doden bij zelfmoordterreur

In een nieuwe ontwikkeling in de Syrische crisis zijn vandaag doden gevallen bij een dubbele zelfmoordaanslag bij gebouwen van veiligheidsdiensten in Damascus. Volgens de Syrische staatstelevisie zijn onder de doden verscheidene militairen en talrijke burgers. Het Libanese televisiestation Al-Manar meldde vanmiddag 30 doden en 55 gewonden.

De aanslagen in de wijk Kfar Sousa zouden zijn uitgevoerd door zelfmoordterroristen in van auto’s vol met explosieven. De staatstelevisie wist meteen te melden dat eerste onderzoek naar de daders wijst in de richting van het terreurnetwerk Al-Qaeda.

De aanslagen kwamen een dag na de aankomst van een missie van de Arabische Liga in de Syrische hoofdstad die de komst van honderden waarnemers moet voorbereiden. De waarnemers zijn onderdeel van een vredesplan van de Liga om een einde te maken aan het regeringsgeweld tegen oppositieactivisten. De Verenigde Naties schatten dat door regeringsgeweld meer dan 5.000 doden zijn gevallen sinds de opstand half maart begon.

Het regime van president Assad heeft van het begin af aan gezegd dat de opstand voor een groot deel het werk is van door het buitenland gesteunde extremisten die meer dan 2.000 militairen en politiemannen hebben gedood. De oppositie ontkent dat, hoewel zij toegeeft dat de laatste maanden aan haar zijde eenheden van duizenden legerdeserteurs „defensieve aanvallen” op het Syrische leger uitvoeren. Het regime zal de aanslagen van vandaag waarschijnlijk gebruiken om haar versie van de opstand te onderstrepen.

De missie van de Arabische Liga moet logistieke problemen oplossen voordat zondag de eerste groep van 30 tot 50 waarnemers arriveert. In totaal zouden er 150 tot 200 waarnemers komen. Eerder was sprake van 500 waarnemers. Het is niet duidelijk waarom hun aantal opeens is verminderd. Zij moeten volgens een in Kairo ondertekend akkoord „waar zij maar komen de stopzetting van alle geweld garanderen”.

De waarnemers staan onder leiding van de Soedanese generaal Mohammed Ahmed Mustafa al-Dabi. De Amerikaanse mensenrechtenorganisasie Enough meende gisteren dat zijn benoeming „merkwaardig” is, aangezien hij betrokken is geweest in de oorlog in Darfur. (AFP, AP, Reuters)