'Coupplan' leger wekt onrust in Pakistan

Het Pakistaanse leger ontkent een staatsgreep in de zin te hebben, maar premier Gilani en anderen vertrouwen het niet. De generaals blijken ook minder feilloos dan ze zeiden.

Het Pakistaanse leger, dat vanouds een bepalende rol speelt in het buitenlands beleid, is gisteren zowel vanuit het buitenland als in eigen land onder vuur gekomen. Niet alleen zou het een verkeerde voorstelling van zaken hebben gegeven over een recente gewapende confrontatie met de Amerikanen, ook zou het een complot smeden om de burgerregering naar huis te sturen. De Pakistaanse premier Yousaf Raza Gilani waarschuwde de generaals dat ze „geen staat binnen een staat” kunnen zijn. „Ze zijn verantwoording schuldig aan het parlement.”

Het respect voor de Pakistaanse strijdkrachten, dat dit voorjaar na de liquidatie – zonder hun medeweten – van Osama bin Laden op Pakistaans grondgebied door Amerikaanse commando’s een knauw had gekregen, was juist de laatste weken weer gestegen. Aanleiding was een bombardement door vliegtuigen van de NAVO eind vorige maand op twee Pakistaanse posten aan de grens met Afghanistan. Daarbij kwamen 24 Pakistaanse militairen om het leven, die volgens de eigen legerleiding niets hadden misdaan.

Het sterkte veel Pakistanen in hun afkeer van de Verenigde Staten. De Pakistaanse generaals maakten daarvan dankbaar gebruik, ook al verkoelden de betrekkingen met Washington er verder door. Maar gisteren publiceerden de VS en de NAVO een rapport, waaruit blijkt dat het grensincident van 25 november voor een belangrijk deel aan de Pakistaanse militairen zelf was te wijten.

In strijd met de afspraken hadden de Pakistanen verzuimd de NAVO in te lichten over de locatie van de militaire posten, die daar drie maanden eerder waren opgezet. Ook hadden volgens het rapport de Pakistanen – anders dan ze steeds hadden geroepen – als eersten het vuur geopend op Amerikaanse militairen die aan de Afghaanse kant een inval wilden doen in een dorp. De NAVO op haar beurt had zich niet gehouden aan de afspraak de Pakistanen over zulke operaties te informeren, mogelijk uit angst dat de Pakistanen zulke informatie zouden laten uitlekken.

In een toespraak ter ere van de geboortedag van de stichter van Pakistan, Mohammed Ali Jinnah, waarschuwde premier Gilani dat er „samenzweringen worden gesmeed om de democratisch gekozen regering” af te zetten. Een niet mis te verstane verwijzing naar de militaire top.

Al weken circuleren er geruchten dat het leger af wil van de regering van de impopulaire president Asif Ali Zardari. Uit vrees voor een militaire staatsgreep, sinds 1947 al drie keer eerder gebeurd, zou de voormalige Pakistaanse ambassadeur in Washington Hussain Haqqani een memo hebben verstuurd naar de Amerikaanse militaire top om dit te helpen voorkomen. In ruil – aldus het memo - zou de regering een deel van de machtige militaire inlichtingendienst ISI willen ontmantelen.

Toen Zardari onlangs wegens hartklachten naar Dubai ging, vermoedden velen dat hij niet zou terugkeren en zou aftreden. Inmiddels is hij echter terug. De strijdkrachten hebben steeds krachtig ontkend dat ze een staatsgreep voorbereiden. Maar gisteren bevestigde het persbureau Reuters, zich beroepend op militaire bronnen, dat de generaals af willen van Zardari, zij het met legale middelen en niet met tanks.

Mede onder druk van het leger zag Haqqani zich genoopt te vertrekken. Het Pakistaanse Hooggerechtshof bekijkt nu, ook weer op verzoek van de militairen, of het ‘memo-gate’ moet onderzoeken.

De ongekend harde kritiek van Gilani, een bondgenoot van Zardari, op de militairen zette de zaak verder op scherp. De vraag is of die een teken van kracht of van zwakte is. De historie wijst uit dat de militairen doorgaans aan het langste eind trekken.