Bier zuipen is geen studentenactivisme

Leidse studenten drinken bier voor het goede doel. Is dit nu studentenactivisme?

Of zullen we een voorbeeld nemen aan hun collega’s in Kaïro, Peking of Damascus?

Het Glazen Huis is neergestreken in Leiden, de stad waar ik studeer. De keuze voor een studentenstad voor het Glazen Huis is niet zo gek; studenten hebben als geen ander ervaring in het bouwen van een feestje. Daarnaast hebben we tijd en energie genoeg voor allerlei ludieke acties en achter de meeste studentengroepen staat een kapitaalkrachtig netwerk van familieleden en reünisten. Ook zijn al die slimme, mooie en welbespraakte jongelui een prachtig visitekaartje voor de actie. Bovendien zijn studenten, jonge mensen, idealisten en activisten. Toch?

We doen mee. Studentenvereniging Minerva, waar ik lid ben, heeft bijvoorbeeld een hele feestweek met onder andere een veiling en een sponsorloop; elke dag kent zijn afsluiting met een grote disco in de eens zo eerbiedwaardige conversatiezaal. De sociale druk is groot: verenigingsbestuurders doen er van alles aan om hun leden te laten meedoen. Niet alleen voor het goede doel, maar ook om de reputatie van de verenigingen als elitaire zuipholen te logenstraffen.

Op het eerste gezicht lijkt het ook hoopvol dat we ons eindelijk eens een keer inzetten voor de goede zaak. Vergeleken met de generaties van de provo’s, hippies en de krakers lijken de huidige studenten vooral verdeeld in vakinhoudelijk geïnteresseerde, apolitieke wetenschappers en gezellige zuiperds die veel bezig zijn met een goede carrière in de instituten die door vorige generaties zo werden veracht: de banken, de grote kantoren, de overheid. Tenzij er aan de stufi gemorreld wordt, dat is natuurlijk wel reden tot enig rumoer. Maar blijkbaar sluimert er toch nog veel positieve wereldverbeterende energie onder de oppervlakte, gezien de overweldigende respons op het Glazen Huis.

De cynicus zou echter zeggen dat vele studenten slechts meedoen voor het feest. Ook is het hele gebeuren door en door gecommercialiseerd: bijna nergens kun je gewoon rechtstreeks doneren, daar wordt ook nauwelijks voor gebedeld. Nee, je kan dingen kopen. Koekjes, T-shirts, koffie, bier – alles krijgt een glazenhuistax. Het geheel is materialistisch en consumptief gedreven. Men wedijvert om zo raar en zo veel mogelijk geld aan te bieden. Hoe meer geld, hoe raarder de methoden van verwerving en presentatie, hoe meer aandacht van de 3FM-dj’s. Een soort Idols voor goede doelen. Of vergeten we dat goede doel in de concurrentie om zo veel en zo raar mogelijk te geven? Geven we omdat we ons met elkaar verbonden voelen, of omdat we onze weelde en patserige spildrift als sociaal onderscheidend criterium willen gebruiken?

Maar ter zake. Terug naar de betrokkenheid van studenten. Die wordt op de televisie en de radio luidkeels geroemd. Deze roem is wat mij betreft niet geheel terecht. Het getuigt van durf en domheid dit eikelige zuipen en verkleden als studentenactivisme te betitelen. Het enige wat er gebeurt is dat een stel verwende hockeytypes weer een reden gevonden heeft om te zuipen en te naaien, terwijl men ondertussen elkaar op de schouder klopt voor de getoonde menslievendheid.

Probeer de acties maar eens als activisme uit te leggen aan de duizenden studenten wereldwijd die, terwijl wij ons volgooien met biertjes met glazenhuistaks, in de regen, de kou en de ellende dagenlang demonstreren. Die wegens een verkeerde tweet, blog- of Facebookpost in een cel van de geheime dienst belanden. Die in elkaar geslagen worden, met traangas worden bespoten en zonder vorm van proces worden vastgehouden. Die op de faculteit niet hun mening durven geven, omdat de spionnen altijd meeluisteren. Ik heb het hier over de jongens en meisjes van 18-25 die net zoals wij dokter, advocaat of wetenschapper willen worden, maar die gedwongen zijn niet het pad van de wetenschap te bewandelen, maar dat van de partij of God. Onze collega’s in Teheran. In Kaïro. In Peking. In Damascus.

Om de problemen van honger, oorlog en sociale ongelijkheid aan te pakken is het noodzakelijk dat deze mensen zich juist in een vrije academische sfeer onderwijs moeten volgen, zodat er een nieuw hoogopgeleid kader van bestuurders, artsen, journalisten, rechters en dergelijke kan opstaan, dat een land op humanistische, democratische en non-corrupte wijze kan vormgeven – ongehinderd door waanzinnige dogma’s of de oppressie van generaals en geheime diensten.

Het studentenactivisme (als we daar al van mogen spreken) is door de commerciële fopspeen van het Glazen Huis enigszins uit zijn sluimerbestaan getrokken, maar komt voornamelijk tot uiting in een hoop ijdele feestelijkheden – overigens met goede financiële resultaten.

We kunnen deze treurige conclusie ook een positieve draai geven: blijkbaar is er de mogelijkheid om met veel mensen in korte tijd een grote mediastorm en een brede kapitaalstroom te realiseren.

Laten we dus niet te veel nadenken over de volgende ludieke acties voor wat tientjes in de grote pot, maar laten we in plaats daarvan de politiek op nationaal en internationaal niveau overtuigen van de noodzaak van academische en intellectuele vrijheid, wereldwijd.

Constanteyn Roelofs is student geschiedenis in Leiden.