Bestelling

‘Goedemiddag, heren.”„Goedemiddag.”

„Wat kan ik voor u betekenen?”

„Wat doen we? Een staatsgreep maar weer, net als vorige week?”

„Goed idee.”

„Doet u ons maar een staatsgreep.”

„Een staatsgreep. Een militaire coup of een revolutie?”

„Nee, nee geen revolutie. We zijn maar met z’n tweeën.”

„Wel met doden en gewonden?”

„Ja, met dooien en gewonden.”

„Een staatsgreep van een generaal?”

„Onze voorkeur gaat uit naar een kolonel. Of misschien nog beter, een paar kolonels.”

„Tanks? Mortiervuur?”

„Ja, tanks en veel mortiervuur.”

„Regeringsgebouwen bestormen?”

„Jazeker. En graag met bezetting van het radio en televisiestation.”

„Executies?”

„Zeker. Veel executies. Het liefst in een stadion.”

„Verkrachtingen?”

„Nou, nee, dat is niet de bedoeling. Geen vrouwen erbij. Het is een mannending tenslotte, zo’n staatsgreep.”

„Wilt u dat er verzet is?”

„Een beetje mag, als het maar niet ten koste gaat van de mooie coup.”

„Slachtoffers?”

„Dooien en gewonden, zeiden we.”

„Uitstekend, heren. Moet het warm of mag het koud zijn?”

„Wat denk jij? Warm of koud?”

„Daar vraag je me wat. Koud is misschien ook aardig voor een keer.”

„Als het jou niet uitmaakt heb ik het toch liever warm.”

„Warm dan maar, heren?”

„Oké.”

„Goed, verlangt u verder nog iets?”

„Ach, nee, wat ons betreft is dit het wel. Tenzij jij nog wat wilt?”

„Nee, ik geloof het niet. Ik denk dat we er wel uit zijn.”

„U begrijpt heren, een en ander kan wel even duren.”

„Dat geeft niet, we hebben alle tijd,”

„Ik bedoel... met tanks en mortieren en bestorming van de regeringsgebouwen en ook nog executies.”

„Vergeet u vooral niet de bezetting van het radio en televisiestation...”

„Is genoteerd. Ik ga dit doorgeven. Kan ik u in de tussentijd iets inschenken?”

„Bloed.”