Beroemd om het verkeerde boek

Moby-Dick van Herman Melville is een goede roman, maar zijn The Confidence-Man is beter. Volgens Pieter Steinz is hij daarom ’beroemd om het verkeerde boek’. Heeft u een vergelijkbaar voorbeeld? Laat het ons weten!

De lof van Moby-Dick hoeft niet meer gezongen te worden. Honderdzestig jaar na verschijning geldt Herman Melvilles zee-epos als een hoogtepunt in de Amerikaanse literatuur, een boek dat steeds weer nieuwe schrijvers inspireert (met Chad Harbach, van de geruchtmakende honkbalroman The Art of Fielding, als recentste voorbeeld). Moby-Dick, or The Whale kan dan ook op alle mogelijke manieren gelezen worden: als een avonturenroman over een gedoemd schip, als een Griekse tragedie, als een aanklacht tegen het kapitalisme, als een pleidooi voor natuurbescherming, en vóór alles als een parabel over zelfvernietiging en de aantrekkingskracht van het kwaad. De eenbenige kapitein Ahab, die man en muis meesleept op zijn wraakactie tegen de witte walvis die hem heeft verminkt, is terecht een van de indrukwekkendste personages uit de wereldliteratuur.

Maar perfect is Moby-Dick niet; er zijn vele hoofdstukken die je straffeloos over kunt slaan (31-35, 37-40, 43-48, 50-70, 72-92, 94-98, 101-107) – als je tenminste niet professioneel geïnteresseerd bent in de walvisvaart of het zeemansleven. En eerlijk gezegd is het ook niet het beste werk van Melville. Lees zijn briljante korte verhalen, zoals ‘Benito Cereno’, over schijn en wezen op een slavenschip, en ‘Bartleby the Scrivener’, over een occupyer avant la lettre op Wall Street. Of lees The Confidence-Man: His Masquerade (1857), mijn persoonlijke favoriet: een boek dat spot met alle wetten van de realistische romankunst en dat tegelijkertijd vol staat met verhalen-in-verhalen, wilde theorieën, wereldse parabels, filosofische bespiegelingen en hilarische dronkemanspraat.

The Confidence-Man vertelt hoe een man in St. Louis aan boord stapt van een raderboot die de Mississippi afzakt. In de uren die volgen, wisselt hij telkens van vermomming, en predikt hij bij zijn medepassagiers het vertrouwen – in de mensheid in het algemeen en in hemzelf in het bijzonder. Niet zonder financieel resultaat trouwens; Boorman, de lijmer uit de beroemde roman van Willem Elsschot, is er niets bij. De raderboot Fidèle (!) blijkt een narrenschip – iets wat we op de eerste bladzijde al hadden kunnen vermoeden, want het verhaal speelt zich af op April Fools’ Day. En wie The Confidence-Man opvat als een satire en een allegorie, kan concluderen dat Amerika anno 1857 stuurloos ronddobberde. Het vertrouwen van de Amerikanen – in zichzelf, in de inrichting van de maatschappij, in de logica van handelstransacties, in de technologische vooruitgang (die in het midden van de 19de eeuw in een stroomversnelling kwam) – wordt door Melville ter discussie gesteld, op een manier die je profetisch kan noemen.

Aan The Confidence-Man van Melville moest ik denken toen ik een paar maanden geleden in The Guardian een column van John Self las onder de titel ‘Famous for the Wrong Book’. Hij stelde dat veel schrijvers hun roem danken aan een boek dat niet hun beste is, en gaf als voorbeelden Joseph Heller (Catch-22  in plaats van Something Happened), Jeanette Winterson (Oranges Are Not the Only Fruit i.p.v. Sexing the Cherry) en Evelyn Waugh (Brideshead RevisitedA Handful of Dust). Natuurlijk werd hij beschuldigd van snobisme (‘het populairste kan zeker weer niet het beste zijn?’) en van het maken van de verkeerde keuzes (‘Scoop is beter dan A Handful of Dust’); maar uit de vele reacties bleek dat hij een gevoelige snaar geraakt had.

John Self ging een stap verder dan de bijlage Boeken, die in het seizoen 2007-2008 acht onbekende romans van wereldberoemde schrijvers ‘uit de schaduw’ haalde en bediscussieerde in de NRC Leesclub. Niemand twijfelde er toen aan dat Jacobs kamer een minder goede roman is dan Mrs Dalloway, of dat Het dorp Stepantsjikovo onderdoet voor Misdaad en straf. Maar er zijn ongetwijfeld vele lezers die vinden dat de roem van Virginia Woolf moet berusten op To the Lighthouse en die van Dostojevski op Aantekeningen uit het ondergrondse.

Ter inspiratie tijdens de kerstvakantie – de hoogtijdagen van het (her)lezen – vroeg Boeken negen van haar medewerkers om één schrijver te kiezen die beroemd is om het verkeerde boek. We kregen negen enthousiasmerende recensies terug, uit drie taalgebieden en over acht verschillende auteurs. Twee recensenten kozen een boek van Hella Haasse dat ze  beter achtten dan Oeroeg of Heren van de thee  – een passend eerbetoon aan het eind van het jaar dat de Grote Dame van de Nederlandse literatuur overleed.

    • Pieter Steinz