Beminnen, benijden, bedriegen, bewenen

Nibelungenlied. Eenmiddeleeuws epos over liefde en wraak. Vert. en ingeleid door Jaap van Vreden- daal. Boom, 357 blz. €36,90

‘Een Duitse Ilias’: zo noemde literatuurwetenschapper Johann Bodmer het Nibelungenlied toen hij in 1755 ergens in een bibliotheek was gestuit op het rond 1200 opgetekende middeleeuwse heldendicht. Sindsdien heeft de Germaanse sage over Siegfried en de op historische waarheid gebaseerde ondergang van de koningen van Bourgonden (rond 436), die status altijd weten te behouden.

In Nederland is het werk driemaal vertaald, in 1926, 1954 en onlangs door vertaler-Germanist Jaap van Vredendaal. De connectie met de opera van de door de nazi’s bejubelde Wagners, zal de argwaan tegen het epos hebben gevoed. Misschien is dat ook de reden waarom veel kinderboekenschrijvers liever klassieken uit de oudheid hervertellen, zoals de Ilias en Odyssee, dan dat ze zich laten inspireren door onze ‘eigen’ middeleeuwse cultuurgeschiedenis.

Opvallend daarom is de grensverleggende onderneming van Simone Kramer. Na zeven op de antieke Griekse cultuur geïnspireerde verhalenbundels heeft ze haar bronnen dichter bij huis gezocht. Ze werkte enkele op Germaanse sagen geïnspireerde, verwante middeleeuwse ridderavonturen – bekend vanuit de Karel- en Arthurromans – om tot toegankelijke verhalen. En ze verviel gelukkig niet in eigentijds taalgebruik.

In Van Parcifal tot Beowulf is – de titel verraadt het al – behalve het levensverhaal van een van koning Arthurs roemruchte rondetafel- ridders en het vroegmiddeleeuwse Angelsaksische heldendicht over de legendarische krachtpatser Beowulf, vanzelfsprekend ook het Nibelungenlied opgenomen. Het siert Kramer dat ze, ondanks haar onopvallende vertelstijl en ontbrekende historische duiding toch de oorspronkelijke plot van de meeste verhalen heeft gehandhaafd. Ook die van het Nibelungenlied.

Wie na het (voor)lezen van Kramers bundel de smaak te pakken heeft en bereid is haar kindertekst naast Van Vredendaals nieuwe speelse Nibelungen-vertaling te leggen zal beamen dat zij dicht bij het origineel is gebleven. Kramer vertelt weliswaar eerst over Siegfrieds heldendaden – zijn gevecht met de draak en het bemachtigen van de Nibelungenschat – maar toont vervolgens hoe de mooie Kriemhilde, eerst als Siegfrieds geliefde en echtgenote en daarna als zijn meedogenloze wreekster, de beide delen van het Nibelungenlied met elkaar verbindt: Kriemhilde is misschien niet zo bekend als Siegfried, maar wel de eigenlijke hoofdpersoon. (Van Vredendaal introduceert haar daarom als eerste) En Hagen, Siegfrieds verraderlijke moordenaar en vazal van koning Gunther van Bourgonden (Kriemhildes broer), haar belangrijkste tegenspeler. In Van Vredendaals heldendicht, dat is voorzien van een heldere, informatieve inleiding en is gebaseerd op de oudste en vermoedelijk meest originele van de drie overgeleverde bronteksten, komt alles wat het Nibelungenlied was en nog steeds is samen.

Natuurlijk is het epos van grote (cultuur)historische waarde. Alleen al omdat de wereld waarin het verhaal zich afspeelt niet geheel fictief is, in tegenstelling tot die van de Arthurromans. Personages als Gunther, Etzel (leider van Hunnenland) en Diederik van Bern (koning van wat toen Noord-Italië was) zijn geënt op historische figuren uit de vroege middeleeuwen en vertellen indirect over de tijd van de grote volksverhuizingen, toen mensen nog samen leefden.Tegelijkertijd weerspiegelt het verhaal in zijn uitgebreide beschrijvingen van hoofse pracht en praal en etiquette de hofcultuur en de geografische werkelijkheid van Rijn tot Donau rond 1200.

Maar wie Van Vredendaals heldendicht leest zal vooral ervaren dat van de amusementswaarde die het lied ooit had toen het nog aan het middeleeuwse hof werd voorgedragen, niets verloren is gegaan.

Spectaculair, maar vooral grimmig zijn de nietsontziende slachtpartijen die het einde van het Bourgondische hof aankondigen. Complex en herkenbaar is de zielenstrijd van de met zichzelf en elkaar worstelende hoofdpersonages die elkaar beminnen, benijden, bedriegen en bewenen. De thematiek, dat ‘lijden het loon voor liefde is’ en ‘zucht naar het grote geld’ [de Nibelungenschat] vaak op ‘onheil’ uitloopt, maakt van het Nibelungenlied een tijdloos en universeel verhaal. Inderdaad, net zo tijdloos en universeel als de Ilias.

Simone Kramer: Van Parcival tot Beowulf. Met illustraties van Els van Egeraat, Ploegsma, 176 blz., €24,05

    • Mirjam Noorduijn