Armenië splijt partners NAVO

In de geschiedswetenschap gaat het eerst om de (h)erkenning van de feiten. Daarna gaan historici onderzoeken of die feiten goed worden geïnterpreteerd. De vraag ‘hoe het eigenlijk is geweest’, is in de woorden van historicus Pieter Geyl daarom een „discussie zonder eind”.

Zo niet in Turkije en Frankrijk. In Turkije is het wettelijk verboden om de massamoord op anderhalf miljoen Armeniërs in de nadagen van het Ottomaanse Rijk (1915-1918) te kwalificeren als ‘volkerenmoord’ of, zoals het sinds de shoah heet, als ‘genocide’. Wie dat wel doet, loopt de kans te worden vervolgd. In Frankrijk is het sinds gisteren verboden om genocide en andere misdaden tegen de menselijkheid te ontkennen of ruw en publiekelijk te bagatelliseren. ‘Apologie’ kan één jaar cel kosten.

In beide landen denkt het parlement dus dat aan de discussie tussen historici van staatswege een einde kan worden gemaakt. Een fatale fout.

Of gaat het Turkije en Frankrijk niet zozeer om het verleden maar juist om het heden? Het antwoord is ja.

De Armeense genocide is nu een politiek wapen. Parlementariër Devedjian, voorstander van de wet tegen apologie, draaide er in de Assemblée niet omheen. „Er is geen sprake van geschiedschrijving maar van een onontkoombare politieke daad”, zei de Franse politicus. De Turkse premier Erdogan volgde deze redenering: „Dit is politiek gebaseerd op racisme, discriminatie en xenofobie”, zei hij. En bevroor de banden met Frankrijk, na Rusland en VS het derde land waar de Armeense diaspora (circa 600.000 mensen) domicilie heeft gevonden.

De bezwering van minister Alain Juppé van Buitenlandse Zaken dat „onze Turkse vrienden niet zullen overreageren” was dus onbeholpen. Al is het maar omdat de breuk tussen Frankrijk en Turkije de bilaterale betrekkingen nadrukkelijk overstijgt. Beide landen zijn immers ook lid van de NAVO. Turkije is al meer dan 55 jaar een bondgenoot, eerst tegen de Sovjetdreiging en nu als bruggenhoofd naar het Midden-Oosten.

Dat het land, mede door de succesvolle economische ontwikkeling en de dominantie van de islamitische AK-partij van Erdogan, de laatste tijd een autonomere rol speelt in de regio en zich afwendt van Europa, doet minder ter zake. Europa en Frankrijk hebben Turkije nodig voor een effectieve politiek jegens de regimes in bijvoorbeeld Syrië en Iran.

President Sarkozy, van wie wordt vermoed dat hij de wet ziet als een troef om bij de presidentsverkiezingen straks een half miljoen kiezers te binden, probeerde vanmorgen het conflict te sussen: „Ik respecteer de overtuiging van onze Turkse vrienden, zij moeten de onze respecteren.”

Hij maakte het alleen maar erger. Hij doet alsof een politiek gebruik van de geschiedenis een optel- en aftreksom is. Waar het om gaat is dat de Armeense volkerenmoord geen taboe moet zijn dat voor politieke doelen kan worden misbruikt. Niet in Turkije noch in Frankrijk.