Aan tafel met de Duitse kolonel

Vlak voor zijn dood vermoedde Stalin een ‘complot van witte jassen’ tegen hem en andere leiders van de Sovjet-Unie. In Een noodlottig diner, van de Albanese schrijver Ismail Kadare (1936), heeft Stalins dood voor arts Gurameto de Grote grote gevolgen.

ca. 1980s, Tirane, Albania --- Sculpture busts of Joseph Stalin, and Albania's Communist dictator Enver Hoxha in an old warehouse after the fall of Communist rule in Albania. --- Image by © Michel Setboun/Corbis © Michel Setboun/Corbis

Ismail Kadare: Een noodlottig diner. Uit het Albanees vertaald door Roel Schuyt. Van Gennep Amsterdam, 189 blz. €18,90

De Noord-Koreaanse tranen na het overlijden van dictator Kim Jong-il roepen herinneringen op aan Stalins dood in 1953. In het Oostblok leek de wereld stil te staan, de mensen gingen versuft over straat. Het rouwbeklag in Moskou was zo massaal dat honderden door verdrukking om het leven kwamen.

In de boeken van de Albanese schrijver Ismail Kadare (1936) wordt het meermaals vermeld: als je er op Stalins sterfdag op betrapt werd te lachen (niet opzettelijk natuurlijk, zo gek was niemand, maar per ongeluk, misschien als gevolg van de spanning die zich tijdens Stalins ziekbed had opgebouwd), kon je er zeker van zijn dat je loopbaan, hoe succesrijk ook, ten einde was. De autoriteiten zorgden ervoor dat je gezicht de rest van je leven op huilen stond.

Het sterven van de onsterfelijk geachte Stalin betekent niets minder dan een doodvonnis voor Gurameto de Grote, de hoofdpersoon van de roman Een noodlottig diner. Hij is arts in Gjirokastër, de stad waar niet alleen Ismail Kadare, maar ook Enver Hoxha, dictatoriaal leider van Albanië en Stalins vurige bewonderaar, ge boren is.

Gurameto de Grote heeft zijn bijnaam gekregen omdat er in de stad een naamgenoot woont, eveneens arts maar geen familie, die ter onderscheid Gurameto de Kleine wordt genoemd. ‘Dokter Gurameto de Grote was niet alleen ouder en imposanter dan zijn naamgenoot, maar had ook in Duitsland gestudeerd, wat zonder meer een groter en indrukwekkender land was dan Italië, waar dokter Gurameto de Kleine zijn opleiding had genoten.’

Kerker

Beide gereputeerde artsen worden begin 1953 tot ieders verbazing gearresteerd en opgesloten in de donkerste kerker van de stad. Dit is het directe gevolg van een recente politieke orkestratie van de Sovjets: ze hebben het gerucht verspreid dat er een internationale samenzwering van terroristische artsen gaande is – het befaamde ‘complot van de witte jassen’ – die als doel het elimineren van alle communistische leiders ter wereld heeft, te beginnen met Josef Stalin. Binnen de muren van het Kremlin, zo wil het gerucht, is al een groep artsen ontmaskerd, maar de (zionistische!) organisatie is wijdvertakt en ongetwijfeld ook in Albanië actief. Deze complottheorie wint aan kracht wanneer Stalin plotseling ernstig ziek wordt.

Gurameto de Grote wordt eerst beleefd ondervraagd en vervolgens, met gebruikmaking van zijn eigen chirurgische instrumentarium, gefolterd. De aandacht van de onderzoeksrechters concentreert zich op een onopgehelderde gebeurtenis die zich tien jaar eerder heeft voorgedaan, op de dag dat Duitse troepen Gjirokastër binnentrokken. Partizanen vuurden toen op de bezetter, en als vergelding pakten de Duitsers willekeurige gijzelaars op.

Omdat de commandant van de pantserdivisie, een met het IJzeren Kruis gedecoreerde kolonel, een oude studievriend van Gurameto de Grote was, besloot de dokter hem uit te nodigen voor een diner bij hem thuis, en op hem in te praten.

Dat diner, waarnaar de titel verwijst, verloopt uitermate raadselachtig, voor de gastheer, de gast, alle aanwezigen, en al helemaal voor de lezer. Hoewel de Duitse kolonel duidelijk alle troeven in handen heeft, slaagt Gurameto er toch in de gijzelaars vrij te krijgen – zelfs de enige jood onder hen. En het is juist dit onmogelijke feit dat hem tien jaar later zo verdacht maakt in de ogen van zijn ondervragers. ‘Wat was dat voor diner? Een feest van verraad? [...] Misschien was dat diner maar een dekmantel, waarachter nog iets veel verschrikkelijkers schuilging.’

Het ontrafelen van een mysterie uit het verleden is een beproefde verhaalopzet van Kadare, en een die past bij de ondoorgrondelijke maatschappij waarin hij het grootste deel van zijn leven heeft doorgebracht. In het door Hoxha geregeerde Albanië was de staat even wispelturig als almachtig, zodat het voor de burgers leek alsof ze rechtstreeks door het lot geregeerd werden, of door de lichtgeraakte goden uit de Griekse mythologie.

Verkeersongeluk

De geschiedenis van een door duistere krachten bestuurde samenleving laat zich niet gemakkelijk schrijven. Bij ieder verkeersongeluk moet je je afvragen of er drank in het spel was, of toch de staatsveiligheidsdienst. Iedere zelfmoord kan een gemaskeerde moord zijn, elke fatale ziekte een vergiftiging. En een somptueus diner op de eerste avond van de Duitse bezetting kan ofwel een daad van collaboratie of van verzet zijn – of een samenzwering achter een samenzwering, ‘waarbij al het andere verbleekt’.

Als de feiten dubbelzinnig zijn, stijgt de waarde van geruchten, en die krijgen bij Kadare dan ook alle ruimte, naast volksverhalen en klassieke mythen. Een noodlottig diner komt ietwat traag op gang, onder meer door het afstandelijke, boven het verhaal staande perspectief, maar uiteindelijk gaan twee episodes uit de roerige Albanese geschiedenis – de Duitse bezetting en Stalins dood – een bedwelmende verbinding aan met het sprookje over de jongen die van zijn vader aan de eerste de beste voorbijganger een uitnodiging voor een diner moet geven. De jongen laat het kaartje achter het hek van een begraafplaats vallen, boven op een graf. De dode verschijnt op het diner.

    • Marco Kamphuis