72 doden bij geweld Irak

De gecoördineerde aanslagen kwamen tijdens een politieke crisis.

Zeker 72 mensen zijn gisteren gedood bij een kennelijk gecoördineerde serie bomaanslagen in de Iraakse hoofdstad Bagdad. Er vielen 217 gewonden, aldus het ministerie van Gezondheid.

De aanslagen kwamen temidden van een politieke crisis tussen shi’itische en sunnitische politieke fracties. Hoewel de aanslagen niet worden gezien als reactie daarop, maar als voortzetting van het jarenlange geweld van sunnitische extremisten, zullen de spanningen er verder door toenemen.

Volgens Iraakse functionarissen ontploften gisteren tijdens het spitsuur zeker veertien bommen in elf verschillende wijken. Doelwit waren hoofdzakelijk shi’itische buurten, maar ook enkele sunnitische gebieden. Er was zeker één zelfmoordaanslag bij, naast een reeks autobommen. De daders mikten volgens generaal Qassem Atta, woordvoerder van de veiligheidsautoriteiten in Bagdad, op „scholen, arbeiders en het anti-corruptieagentschap”.

De bloedigste aanslag volgens de eerste berichten had plaats in de wijk Al-Amal, waar zeven doden vielen bij een tweede explosie die op een eerste ontploffing volgde. Daarbij werden toegesnelde hulpverleners gedood. Dit is een gebruikelijke tactiek.

De aanslagen kwamen enkele dagen na het vertrek van de Amerikaanse militairen. Veel burgers zijn bang dat het Iraakse leger en de politie nog niet voldoende zijn opgeleid om de terreurgroepen in toom te houden. De regering verzekert dat die angst ongegrond is. (AFP, AP, Reuters)