Woede kan ik wegblazen

Vandaag in de serie over de zeven hoofdzonden: acteur Marcel Musters (52).

Hij is verbonden aan theatergezelschap Mugmetdegoudentand en speelt in veel tv-series en films, zoals De Bende van Oss.

fotografie Lars van den Brink, onderwerp: Marcel Musters

„Ik kom uit een nogal onrustige familie. Er was veel spanning thuis, mijn vader was een wispelturige man, zwaar op de hand, melancholisch en regelmatig ongelukkig en boos, vaak woedend over onrecht of onbegrepen zijn. Dat heb ik ook in me. Ik heb lang gedacht dat het erbij hoorde: hard schreeuwen, een kast omgooien of zoiets. Iets heftigs doen. Tot ik dacht: dat wil ik helemaal niet! Ik hou niet van destructief. Sindsdien probeer ik woede om te zetten in iets constructiefs. En hoe ouder ik word, hoe beter dat gaat.

„Pure woede is ongecontroleerde drift en agressie, maar het gaat erom hoe je dat omzet. Woede ontstaat als ik iets niet kan vatten, als iets me beledigt, als iets me pijn doet waar ik geen kant mee op kan. Dan ontstaat een kracht die negatief zou kunnen zijn. Maar zo ver komt het niet meer de laatste jaren. Woede kan ik van binnen wegblazen. Mijn werk als acteur is daar goed voor geweest.

„Gisteren bijvoorbeeld heb ik de hele dag gedraaid en moest ik vaak kwaad zijn. Ik ben een bad guy in een gangsterserie. Ook op toneel zorg ik altijd dat ik de rollen heb waarin ik heftige emoties kwijt kan. Dan hoef ik thuis niet meer. Zo heeft het acteursvak mij evenwichtig gemaakt in mijn emoties. Het is voor een acteur goed om van al die emoties te snappen hoe het werkt, ook fysiek. Je krijgt een intuïtief reservoir aan emoties en ervaringen.

„Ik zet mijn woede niet echt apart maar ik probeer het te stroomlijnen en te duwen in richtingen waarin ik het kwijt kan. Dat gaat ook met andere emoties. Toen mijn moeder aan het sterven was, moest ik soms huilen, met zo’n bibber bij mijn oog. Ik ging toen in de spiegel kijken hoe ik dat deed. Echt genant! Je bent aan het treuren, maar tegelijk denk je: dat is mooi, dat kan ik gebruiken. Die afstandelijkheid is niet slecht.

„Je hoeft niet alles te hebben meegemaakt om een goede acteur te zijn. Mensen bestaan uit een beperkt aantal emoties. We zijn allemaal een beetje hetzelfde. Allemaal heb je voor het eerst seks, de eerste keer echte liefde, je ontdekt het uitgaansleven, je werkleven, op jezelf wonen, iemand gaat dood. Als je dat allemaal voor je 27ste hebt meegemaakt, dan heb je het meeste wel gehad. Die eerste keren ervoer ik het allemaal veel indringender en heftiger dan nu. En daar ben ik blij mee. Nu ben ik op zoek naar balans.

„Ik vind al die zonden overigens wel leuk: hebzucht, lust. Dat concept ‘zonde’ zegt me weinig. Oké, hoogmoed, daar heb je niks aan. Dat is hooguit nuttig als beschermingsmechanisme als je erg onzeker bent.

„En gulzigheid, gezellig? Nee, dat kan erg verstorend en kapotmakend zijn. Ik strijd er al mijn hele leven tegen dat ik te gulzig ben. Gulzig in alles, niet alleen in eten. Die strijd gaat over wat ik allemaal mee wil maken, wat ik allemaal wil doen, hoe ik relaties wil hebben. Meer, meer, meer! Die gulzigheid is lastig. Want hoe ouder ik word, des te meer balans ik wil. Dat is de grootste strijd in het leven.

„Ik heb veel te lang te veel leuke dingen gedaan, het ene na het andere kwam op me af. Ook als het eigenlijk niet kon, dacht ik: wel leuk. En dan was ik alleen maar bezig om alles goed af te ronden en dan ging ik direct door naar het volgende, en altijd drie dingen door elkaar.

„Nu ben ik er net weer in getrapt. Ik heb waarschijnlijk weer een hoofdrol in een film, terwijl ik ’s avonds op het toneel moet staan. Dat gaat bijna altijd zo! Dan moet ik om zes uur op, word ik om vijf uur ’s middags naar de stad gereden waar ik moet spelen, en dan ben ik om twee uur ’s nachts thuis. De volgende dag begint het weer om zes uur. Ik heb dat lang volgehouden omdat ik honger heb naar een eigen plek in de film en het toneel. Maar die heb ik nu! Ja, ik heb er veel aan te danken, maar daarom hoef ik er nog niet de rest van mijn leven mee door te gaan.

„Ik ben dit jaar bijna 30 kilo afgevallen. Vanaf mijn 38ste ging het fout. Door het werk. Dat eten gaf me een soort rust. Ik kwam vijf kilo per jaar aan, veertig in totaal. En het stomme was: ik kreeg daardoor andere rollen die heel leuk waren, dikke, grove en gulzige mensen. Je hebt niet zo veel dikke acteurs. Daarvoor was ik in de film altijd de mooie slanke jongen: het vriendje dat op een motor aan komt rijden. Niets aan. Of rechercheur in een politieserie: twee seizoenen lang aan komen rennen en je pasje laten zien, Maar toen ik dik werd, was ik een verlopen rockzanger in Oud Geld, een schitterende serie over een oud bankiersgeslacht. Ik werd steeds dikker en de schrijver, Maria Goos, moedigde het aan. Voor die rol was het helemaal goed! Ik liet het gaan en er was geen weg terug meer. Op de filmset staat altijd eten en bij het toneel kun je ook veel eten. De terugweg in de bus is het ergst. Bij elke benzinepomp eten kopen of iemand neemt kippepootjes mee. Dat probeer ik nu te doorbreken. Ik was het helemaal zat.

„Er zit woede in gulzigheid. Maar ook lust: bezitten of bezeten worden. Heel elementair. Ik heb lang mezelf gecensureerd op mijn lustgevoelens, op wat ik echt lekker vind. Het heeft lang geduurd voor ik daarover kon communiceren.

„Lust is een interessant gebied. Want die seksuele drift is veel belangrijker en veel bepalender voor ons leven dan wij erkennen. En niemand heeft het erover. Laatst kwam ik er achter dat ik mensen altijd scan op ‘daar zou ik het mee kunnen’. Dan zou je toch interessante gesprekken over kunnen hebben!

„Lust is zo onbegrepen, zo verborgen, zo’n onderstroom, zo’n dubbelleven en zo ontzettend belangrijk! Ik ken maar twee vrienden die echt open over seks spreken. Die hebben mij echt een stap verder gebracht in het leven. Je veroordeelt jezelf voortdurend als het over seks gaat. Maar zo gauw je niet meer veroordeelt kan je veel beter in het leven staan. Het taboe op overspel interesseert me niet meer. Ik ben dat station al gepasseerd. Ik ben gewoon niet monogaam. En ik ken niemand die dat wel is. Ook geen vrouwen.

„Ik geloof zelfs dat seksualiteit de kern is van iemand. Als ik goede seks heb gehad, kan ik de hele wereld aan. Dat geldt in principe voor iedereen, denk ik, en hoe ouder ik word hoe beter ik weet wat het betekent. Vroeger was ik heel jaloers, totdat ik inzag dat ik bang was dat de ander vreemd zou gaan omdat ik dat zelf wilde. Ik zou wel met iedereen willen! Toen ben ik het het anders gaan doen. Eigenlijk ken ik geen enkele relatie waarvan ik denk dat het een mooie relatie is. Ja, misschien een of twee. De ingewikkeldheid, het gevecht, de machtsspelletjes. Ik heb nu geen relatie en ik weet niet of het er nog van komt. Ik heb liever drie of vier mensen waar ik iets mee heb.

„Ik ken zo veel vrienden die problemen hebben met hun vriendin. Het is een vast patroon. Eerst wil het meisje samenwonen, de jongen heeft eigenlijk geen zin. Dat gaan ze dan toch doen. Dan wil het meisje zwanger worden en de jongen wil niet. Dan wordt ze toch zwanger. Dat wil die man niet, maar als het kind er is dan vindt de man het geweldig. Dan krijgen ze een crisis met veel ruzie en willen ze uit elkaar gaan. Dan komt er het tweede kind en gaat die man toch weg. Naar een nieuwe vriendin. En dan gaan ze het via de kinderen uitvechten. Echt gewoon verstandige, slimme, aardige mensen die in verstandsverbijstering de fouten begaan die ze nooit hebben willen maken. Dat uitvechten met die kinderen is eigenlijk de grootste zonde. Dan ben ik wel blij dat ik homo ben. Dat ik dat traject niet vanzelf oploop.”

    • Hendrik Spiering