Welkom in Noord-Utopia

De Utrechtse postzegelhandelaar Willem van der Bijl, die deze zomer een tijd vastzat in Noord-Korea, bouwde een grote collectie propagandakunst uit dat land op. Nu Kim Jong-il dood is, voelt hij zich vrij erover te praten. „In werkelijkheid lopen alle voorzieningen in Noord-Korea op hun laatste benen.”

Europa,Nederland, Utrecht, 18-11-2011 De Utrechtse postzegelhandelaar Willem van der Bijl is vermist geweest in Noord-Korea. Willem van der Bijl was al vaker in Noord-Korea geweest om postzegels en propagandakunst te verzamelen. Foto Evelyne Jacq. Evelyne Jacq

Willem van der Bijl is bekend als de Nederlandse postzegelhandelaar die op zijn laatste reis naar Noord-Korea werd opgepakt op verdenking van spionage. Maar de postzegelhandel blijkt maar een onderdeel van het Noord-Koreaans avontuur. Van der Bijl (60), die de afgelopen tien jaar vele reizen naar Noord-Korea maakte, bouwde ook een enorme collectie Noord-Koreaanse kunst op. Eerst nam hij wat schilderijen mee voor zijn vriend Ronald de Groen. Al snel kregen ze er schik in. Ze verzamelden duizenden schilderijen, vertelt Van der Bijl in zijn postzegelhandel in Utrecht.

In de gesloten cultuur van het communistische land slaagde Van der Bijl er in een kantoor op te zetten. Een ‘branche office’, noemt hij het. Zijn medewerkers trokken volgens Van der Bijl onder barre omstandigheden het hele land door en zorgden er later voor dat de schilderijen over de grens kwamen. Dat duurde soms maanden, bijvoorbeeld wegens onwillige douaniers. Hoe het is gelukt wil Van der Bijl niet zeggen, maar zonder medewerking van Noord-Koreanen was het volgens hem nooit gegaan.

Afgelopen zomer sloot Van der Bijl zijn kantoor, waarna de geheime dienst hem bijna direct arresteerde op verdenking van spionage en ‘staatsgevaarlijke activiteiten’. Hij kwam na twee weken vrij en besloot nooit meer terug te keren.

Nu leider Kim-Jong-il is overleden, voelt Van der Bijl zich vrij genoeg om te praten over zijn verzameling. Hij heeft met De Groen voor zover bekend de enige collectie propagandistische Noord-Koreaanse kunst ter wereld, propaganda voor de Noord-Koreanen zelf. De collectie biedt een uniek inzicht in het land dat nauwelijks buitenlanders, laat staan journalisten toelaat.

Wie de schilderijen bekijkt, kijkt in het hoofd van Kim Jong-il. Dit is zijn wereld. Of de wereld die hij wilde creëren. Het regime stuurt tentoonstellingen met deze schilderijen Noord-Korea door om aan het volk te tonen. Tot in detail wordt de propaganda die de staat ophemelt, doorgevoerd. En in propaganda, zegt Van der Bijl, „bestaat geen toeval”.

Een Amerikaan op een Noord-Koreaans schilderij zal nooit afgebeeld worden als krachtig en knap. Grove gelaatstrekken en een zwak gestel. Amerikaanse vlaggen wapperen nooit fier. Ze worden vertrapt, in brand gestoken of er worden Noord-Koreaanse schoenen mee gepoetst. Soms wordt de afkeer van Amerika aangewakkerd met schilderijen waarop Koreaanse kinderen verbrand worden door militairen uit het land. Hetzelfde geldt voor Japanners. De vijand mooi schilderen, dat is verboden.

Noord-Korea komt uit het werk naar voren als het paradijs. Landgenoten zijn groot, sterk en lachen altijd. Met hagelwitte tanden. Een schilderij waarop een Noord-Koreaan gevangen is genomen, laat niet zijn miserabele situatie zien, maar slechts zijn moed. Onder zijn voeten liggen de snippers van de schuldbekentenis. Die weigerde deze ‘kameraad’ te tekenen, hij scheurde hem doormidden. Op de muur heeft hij met zijn eigen bloed een landkaart getekend met de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang als middelpunt.

Op de schilderijen wordt steevast hard gewerkt. Zo staat een schoolklas juichend aan de rand van een enorme ijzergieterij. Gebouwen in Pyongyang zijn zo hoog als de hemel. Van der Bijl: „Zulke hoge gebouwen bestaan helemaal niet in het land. En de kranen waarmee gewerkt wordt… die heb ik in de vierentwintig bezoeken nog nooit gezien. De ijzergieterijen liggen er grauw bij. In werkelijkheid lopen alle voorzieningen in Noord-Korea op hun laatste benen. Als een bus kapot gaat, is het einde verhaal. Vervangen is te duur.”

De schilderijen worden gemaakt in staatsateliers door een speciaal geselecteerde groep kunstenaars. Ze hangen in of op staatsgebouwen en musea of vormen een rondreizende tentoonstelling. Extra zorg wordt besteed aan het schilderen van de grote leider (meestal Kim Il-sung). Deze schilderijen – ze hangen vaak in en op overheidsgebouwen – worden gemaakt door ‘gewone kunstenaars’. Zij moeten de gezichten openlaten: er is maar één kunstenaar in het land die de gezichten van de leiders mag schilderen. Van der Bijl heeft één Kim Il-sung en één Kim Jong-il in zijn collectie.

Van der Bijl zegt dat hij in de staatsateliers terechtkwam via een vriend van de Korean Stamp Corporation, die hij op een postzegelbeurs in Europa ontmoette. Die regelde zo’n tien jaar geleden ook zijn kantoor in Pyongyang. Daar werkten een paar Noord-Koreanen, die op zijn verzoek kunst voor Van der Bijl en De Groen begonnen te verzamelen. Wanneer de postzegelhandelaar in het land was, kon hij de schilderijen zo uitzoeken. Vervolgens nam Van der Bijl de schilderijen zelf mee, of ze werden door zijn medewerkers over de grens naar China gestuurd en daarna naar Nederland verzonden. Hij wil niet zeggen hoeveel de doeken hebben gekost.

In 2004 stelden Van der Bijl en De Groen een gedeelte van hun collectie ten toon in de Kunsthal Rotterdam. Het kwam de postzegelhandelaar op felle kritiek te staan van de geheime dienst in Noord-Korea. Van der Bijl: „Ze schreeuwden dat ik Nederland een negatieve indruk wilde geven van Noord-Korea. Dat ik een spion was.”

Dat hij al die jaren redelijk ongestoord schilderijen heeft kunnen exporteren, is volgens Van der Bijl te danken aan zijn kantoortje en contacten die hij had opgebouwd in Noord-Korea.

Aan vrienden in de communistische staat heeft Van der Bijl wel eens gevraagd of ze echt geloofden in de afbeeldingen op de schilderijen. „Ziet u dan niet dat alles op straat zo grauw is, dat de schilderijen een utopie zijn”, vroeg hij aan zijn gids. Haar antwoord zal hij nooit vergeten. Want dat antwoord, daar geloofde ze heilig in. „Dat zie ik wel, meneer Van der Bijl, maar dit verbeeldt onze toekomst. Iets waaraan we hard moeten werken.”

Enzo van Steenbergen

    • Enzo van Steenbergen