Wat zou Volcker doen? Nou, eigenlijk hetzelfde

Heel af en toe loop je in het internationale circuit Paul Volcker nog wel eens tegen het lijf. Hij is moeilijk te missen: boomlang, stokoud en nogal indrukwekkend. En zeer gevierd. Zijn belangrijkste recente wapenfeiten zijn de voorstellen voor de hervorming van het Amerikaanse financiële systeem na de kredietcrisis, het onderzoek naar de betalingen in de olie-voor-voedselregeling van de Verenigde Naties met Irak en het boven water tillen van de verdwenen tegoeden van Joodse oorlogsslachtoffers bij banken. De hele lijst van de nu 84-jarige is zeer, zeer lang.

Dat suggereert dat Volcker al sinds jaar en dag een beroemd en gerespecteerd Amerikaan is. Maar het tegendeel is waar. Hij is een paar jaar lang juist een van de meest verachte beleidsmakers van het land geweest. In 1979 stelde de toenmalige Amerikaanse president Jimmy Carter hem aan als president van de Amerikaanse Federal Reserve, de centrale bank, om orde op zaken te stellen in de economie. Amerika werd geplaagd door economische stagnatie en een gierende inflatie, die 13 procent bereikte.

Volcker verhoogde, eenmaal in functie, prompt de rente naar een moordende 20 procent om de inflatie eens en voor altijd uit het systeem te knijpen. De gevolgen waren uiterst pijnlijk: de zwaarste recessie sinds de jaren dertig volgde, en in het hele land steeg een huil van verontwaardiging op. Congresleden vervloekten de nieuwe centrale bankier, en woedende boeren blokkeerden zelfs het gebouw van de ‘Fed’. In het buitenland, dat eveneens in recessie raakte, vroeg men zich af waarom het mee moest lijden voor de oplossing van een Amerikaans probleem. Toen Volckers termijn in 1987 af liep, herbenoemde president Reagan hem dan ook niet. De Republikeinse president stelde een econoom en adviseur aan als Fed-topman die beter paste bij de renaissance van de vrije markt en de deregulering die dat mogelijk moest maken: Alan Greenspan.

Volcker zou later de erkenning krijgen die hij verdiende, want het tijdperk van lage inflatie en groeiende voorspoed dat volgde was grotendeels te danken aan het fundament dat hij, onder groot politiek en sociaal protest legde. Ook het moderne beeld van de onafhankelijke centrale bankier als laatste bolwerk tegen de politiek kan op hem worden teruggevoerd.

De vraag is dan ook interessant of Europa op dit moment een Volcker nodig heeft. Dat is een definitiekwestie. Op de financiële markten wordt er steeds luider op aangedrongen dat de Europese Centrale Bank eindelijk de rol van ‘lener van laatste instantie’ op zich neemt. Lees: dat de ECB overgaat tot de vorm van monetaire financiering van de staatsschuld die in wezen in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk is doorgevoerd. Volgens deze zienswijze wordt de ECB bevolkt door koppige bureaucraten die het beleid van de vorige eeuw toepassen op de problematiek van nu, en niet met hun tijd meegaan. De roep is, kortom, om een Volcker die de conventies aan zijn laars lapt en doet wat gedaan moet worden.

Maar wat zou Volcker zelf doen? In een voordracht in Singapore, vorige maand, zei hij dat de Europese banken voor 200 miljard geherkapitaliseerd moeten worden en dat er genoeg Europees geld moet zijn om Italië en Spanje een jaar lang te financieren, waarna de kapitaalmarkt wellicht voldoende rust heeft gekregen om de twee landen zichzelf weer te laten bedruipen. Europa heeft zelf geld genoeg om dit te doen, maar moet wel sterker centraliseren.

Dat klinkt niet revolutionair. En zeker niet als monetaire financiering. Het klinkt eigenlijk net als wat de ECB nu nastreeft.

Maarten Schinkel

    • Maarten Schinkel