Versteende droom van socialisme

De staatskunst in Noord-Korea past opvallend genoeg eerder in de Sovjet-traditie uit de nadagen van Stalin dan in de vrijere Chinese variant. Bernard Hulsman over heldhaftige soldaten en modelboerinnen.

Twee onverbiddelijke wetten kent de totalitaire kunst. De eerste is dat elk totalitair land vroeg of laat totalitaire kunst voortbrengt. De tweede luidt dat totalitaire kunst in een realistische stijl niet de werkelijkheid toont.

Ook de kunst die de Nederlandse postzegelhandelaar Willem van der Bijl heeft gesmokkeld uit Noord-Korea, het laatste onversneden stalinistische land ter wereld, gehoorzaamt aan deze wetten. Alle kunstwerken voldoen aan de eisen van het socialistisch realisme, dat in de Sovjet-Unie ontstond en dat naast wapens het belangrijkste exportproduct van het eerste communistische land ter wereld was.

De ‘doctrine’ ervan, in de jaren dertig geformuleerd door communistische partijbonzen als Andrej Zjdanov, is gestoeld op twee principes: socialistische realistische kunstwerken moesten zowel het ‘socialisme in zijn revolutionaire ontwikkeling’ tonen en ‘socialistisch van inhoud en nationaal in vorm zijn’. Het eerste principe betekende dat de paradijselijke toestand waartoe het socialisme uiteindelijk zou leiden moest worden getoond. De tweede liet ruimte voor nationale stijlen.

Opvallend aan de in deze krant getoonde selectie Noord-Koreaanse schilderijen uit Van der Bijls verzameling van duizenden werken is dat de Noord-Koreaanse kunstenaars nauwelijks gebruik hebben gemaakt van de geringe vrijheid die het socialistisch realisme bood. Het Noord-Koreaanse socialistisch realisme blijft buitengewoon dicht bij de Sovjet-kunst van na 1945 die toen, in de nadagen van Stalin en zijn meedogenloze regime, triomfalistische trekken had gekregen.

In tegenstelling tot de socialistisch-realistische kunst in communistisch China, die al gauw eigen kenmerken kreeg en bijvoorbeeld de invloed van traditionele landschapsschilderkunst liet zien, blijven de Noord-Koreaanse kunstenaars heel dicht bij de Sovjet-clichés. Schoolkinderen bewonderen de vuren van de hoogovens, een vader en moeder, beiden werkzaam in de bouw, kijken vertederend toe hoe hun zoontje een bouwplaats tekent en lachende Koreaanse schoonheden laten een rijke rijstoogst door hun handen glijden. Vooral dit laatste laat zien hoe ver het socialistisch realisme van de werkelijkheid stond: Noord-Koreanen werden en worden regelmatig getroffen door zeer ernstige hongersnood. De geschilderde overvloed is een illusie.

In Van der Bijls verzameling bevinden zich ook veel oorlogstaferelen en ook deze volgen de Sovjet-clichés. De tegenstanders – Japanners en Amerikanen in het geval van Korea – worden afgebeeld als wrede onmensen die vrouwen en kinderen laten verbranden, of als kleumende kneuzen die ongetwijfeld door de socialistische strijdkrachten zullen worden vernietigd. De Noord-Koreaanse soldaten zijn steevast stralende mannen die de wereld gaan verbeteren.

Dat Noord-Koreaanse schilders zo trouw bleven aan de Sovjet-kunst van vlak na 1945, komt doordat het socialistisch realisme naar Noord-Korea juist werd geëxporteerd in de laatste jaren van Stalin, toen het een zeer triomfalistisch karakter had gekregen. Stalin stierf in 1953. Terwijl diens dood ‘thuis’ werd gevolgd door een politieke en culturele ‘dooi’ die Sovjet-kunstenaars meer vrijheid toestond, is Noord-Korea altijd in de greep gebleven van de stalinisten. Zoals heel Noord-Korea na de Koreaanse oorlog (1950-1953), versteende ook de kunst tot een communistisch fossiel.

Opvallend in Van der Bijls collectie is dat afbeeldingen van de stalinistische leiders ontbreken, hoewel het na 1945 in de Sovjet-Unie de gewoonte was om Stalin in allerlei geniale gedaanten – wetenschapper, generaal, staatsman – af te beelden. Maar dit wil niet zeggen dat zulke schilderijen van Kim Il-sung en Kim Yung-il niet bestaan. Integendeel, maar Van der Bijl vond ze niet interessant genoeg. Daar heeft hij gelijk in: weinig mensen in het Westen zullen vooralsnog een Kim Yung-il willen kopen. Maar ook de meeste schilderijen van Van der Bijls collectie schilderijen zijn vermoedelijk te stalinistisch om koopwaar te zijn. Er bestaat in het Westen wel een markt voor socialistisch-realistische kunst, maar daarbij gaat het vooral om ambachtelijke, post-Stalinistische landschappen. Hoogstens de stralende bouwvakkers en Koreaanse schoonheden kunnen uit camp-overwegingen waarschijnlijk rekenen op westerse belangstelling.

Bernard Hulsman

    • Bernard Hulsman