Topvolleyballers maken 'getto' weer leefbaar

De Serviliusflats in Weert waren ’s avonds een ‘no go area’. Maar mede dankzij de inzet van topsporters is het er nu „prettig wonen”.

Geen beker maar een doos chocolaatjes. Daarmee werden de bewoners van de flats in de Serviliusstraat in Weert, ook de topsporters, bedankt voor hun bijdrage aan het winnen van de Hein Roethofprijs. Met de prijs beloont het ministerie van Justitie elk jaar het beste project op het gebied van criminaliteitspreventie. „Ik wist niet dat we meededen, kende de prijs niet eens”, lacht volleybalster Angelique Vergeer.

De speelster van VC Weert kwam ruim twee jaar geleden in het flatcomplex wonen, nadat ze was overgekomen van Apeldoorn. Haar huisgenote, spelverdeler Maaike Uijterschout, woont er al vier jaar. „Als mijn ouders hadden geweten waar ik ging wonen, weet ik niet of ze me hadden laten gaan”, bekent ze nu.

Dat het imago van de buurt niet best was, merkte Vergeer vooral bij het uitgaan. „Als je zei dat je in de Serviliusstraat woonde, kreeg je meteen aanbiedingen van mensen die je naar huis wilden brengen.”

De woonruimte werd geregeld door de club en de gemeente Weert. Waar ze terecht was gekomen, begreep Uijterschout pas toen de politie een voorlichtingsavond hield. „Daar kregen we allerlei adviezen. ’s Avonds niet alleen fietsen bijvoorbeeld. In mijn begintijd was het hier ook echt niet veilig. Je moest niets in je auto laten liggen, zelfs geen eten. Bij terugkomst van een training met een teamgenoot had de recherche bij de eerste flat een keer alles afgezet. Bleek dat daar een flinke steekpartij had plaatsgevonden, een afrekening in het criminele milieu.”

Het Limburgse Weert (49.000 inwoners) kent nauwelijks hoogbouw. De in 1971 gebouwde Serviliusflats vormen een uitzondering. Vijf jaar geleden dacht de eigenaar, de corporatie Wonen Limburg, nog aan slopen. Het zich over ruim driehonderd meter uitstrekkende complex is een soort getto in de stad geworden. Een voorbeeld uit Rotterdam-Zuid – de door architect Carel Weeber ontworpen ‘Peperklip’ kreeg dankzij opknappen, toezicht en gemengde bewoning een tweede leven – werkte inspirerend in Weert.

Wonen Limburg zette topsporters in als kwartiermakers voor een nieuwe Serviliusstraat. Zij geven sportclinics aan de kinderen en trokken ook andere jongeren over de streep om in de flats te wonen. „Als straks het opknappen van de flats achter de rug is, moeten ze ook het voorbeeld geven met het netjes houden van de galerijen en het wassen van ramen”, doceert Koos Neijnens, projectmanager van Wonen Limburg.

In ruil voor de voortrekkersrol van de sporters betaalt de corporatie de helft van de huur. Niet sportende jonge bewoners kunnen op hun beurt punten verdienen met het meedraaien in bewaking of het organiseren van activiteiten.

„Het was een bende hier”, vertelt Frank Hoeben, die in 1999 in de Serviliusstraat kwam wonen. „Vuiligheid, drugsdealers, junks en zwervers die inbraken in kelderboxen. Nu is het prettig wonen. Kinderen kunnen ook weer op straat spelen.”

De cijfers onderschrijven het grotere veiligheidsgevoel: 24 procent minder overlast, 13 procent minder geweldsdelicten, 17 procent minder vermogensmisdrijven. „En het project maakt nog steeds vorderingen”, zegt Neijnens. „Al blijft het altijd een buurt die aandacht nodig heeft.”

De sporters zien hoe de kinderen op straat volleyballen en basketballen. Volleybalster Vergeer: „Als het even kan, doen we mee. Maar vaak zijn we er ook gewoon niet. Ik vraag me af of alle buurtbewoners beseffen hoe ons dagritme eruitziet. We zijn twaalf, dertien uur per dag van huis. Werken, studeren, trainen.”

Zelf volgt ze een opleiding voor psychomotorisch therapeut in Nijmegen. Huisgenote Uijterschout werkt als ergotherapeut in Geldrop en Heerlen.

‘Kampioenen wonen in Weert’ staat in chocoladeletters op een zeildoek aan de zuidkant van het flatcomplex. Een intussen vertrokken ploeggenoot figureert als model, net als een basketballer van BSW, ook een Weertse ploeg die op het hoogste landelijke niveau speelt. De meeste mannen uit dat team wonen ook in de Serviliusstraat. Uijterschout: „Als ze een dag eerder dan wij moeten spelen, is het voor ons heerlijk opladen door bij hen te gaan kijken.”

Een enkele keer krijgt Wonen Limburg klachten over de sporters, weet Neijnens. „Als sporters terugkomen van een training of wedstrijd in de avond zitten ze nog vol adrenaline. Dan kunnen ze zich in de ogen van buren te uitbundig gedragen of nog te laat harde muziek opzetten.”

Het zijn uitzonderingen volgens Neijnens. „De topsporters hebben een voorbeeldfunctie. Bewoners zijn trots als ze dat soort mensen op de galerij hebben wonen. Het komt geregeld voor dat ze samen met zo’n grote Amerikaan op de foto gaan.”

Vergeer vindt het normaal dat er iets van sporters wordt terugverlangd. „Voor de sportieve focus is het soms misschien wat minder, maar zo ga je niet vanzelfsprekend vinden wat er door sponsors allemaal voor je gedaan wordt.”

    • Paul van der Steen