Saddam zou hier nog zijn

Je zou het bijna vergeten, na de Arabische Lente, maar Saddam Hoessein was een held in de Arabische wereld.

De Irakoorlog is niet voor niets geweest.

De Arabische Lente van het afgelopen jaar, met alle omwentelingen en het verzet tegen dictatoren, is zo’n dramatische breuk met het verleden dat nogal eens wordt vergeten hoe het Midden-Oosten er voorheen uitzag.

Meewarig schudden mensen hun hoofd als ze horen dat ik tot ruim een jaar geleden correspondent was in de regio, ‘dan heb je alles gemist’. Het vertrek van Amerika uit Irak helpt herinneren aan de stormachtige tijd voor de Arabische Lente, toen omwentelingen van binnenuit ondenkbaar waren en een tiran als Saddam Hussein alleen door de Amerikanen ten val kon worden gebracht.

Toen de aanslagen van Al-Qaeda ruim tien jaar geleden de VS troffen, zaten de dictatoren nog stevig in het zadel in het Midden-Oosten en hadden ze weinig te duchten van de volkswoede. Veel van de frustraties en de wanhoop, over onderdrukking, armoede en achterstand, waren ook toen al aanwezig, maar de woede richtte zich vaak tegen de buitenwereld, tegen Amerika en het Westen – niet zoals nu tegen de eigen heersers.

Saddam Hoessein, de meedogenloze Iraakse dictator, was een held in grote delen van de Arabische wereld. Op de markten in Kaïro waren poppen van hem te koop en in Amman verkochten winkels horloges met zijn beeltenis op de wijzerplaat. Hij was het toonbeeld van verzet tegen het Westen dat campagne tegen hem voerde sinds hij in 1991 het olierijke Koeweit was binnengevallen; hij had zelfs raketten afgeschoten op Israël.

De snoeiharde internationale sancties tegen Irak en regelmatige bombardementen om no-flyzones af te dwingen, wakkerden de woede in de regio tegen de VS steeds meer aan. Osama Bin Laden fulmineerde tegen de aanwezigheid van Amerikaanse troepen in Saoedi-Arabië, die daar waren gelegerd sinds de Koeweitoorlog. In dat klimaat gedijde Al-Qaeda en werden de aanslagen van 9/11 beraamd.

Voor mij is de sprong van 9/11 naar het verwijderen van Saddam Hoessein nooit een verassing geweest. De situatie in het Midden-Oosten was onhoudbaar, niet alleen voor de mensen daar, maar na de aanslagen ook voor de Amerikanen. De vraag was niet simpel een invasie van Irak of niet, het ging tussen twee onaantrekkelijke keuzes: of proberen de neerwaartse spiraal een halt toe te roepen en Saddam Hoessein te verwijderen, of doormodderen, wat ook veel slachtoffers zou blijven maken en mogelijk een nog donkerder toekomstscenario presenteerde.

Omdat ik rond de invasie in 2003 verslag deed vanuit de regio en vanuit Irak zelf, was ik me aanvankelijk nauwelijks bewust van de massale anti-oorlogsdemonstraties in het Westen. In het Midden-Oosten ging de gebruikelijke antiwesterse mix van fundamentalisten, communisten en pan-Arabische nationalisten de straat op. De westerse activisten die ik in Irak zag opdraven om te dienen als menselijk schild leken wel heel erg in een waanwereld te leven. Ik begreep niet hoe zij zich zo konden inzetten om, waar het uiteindelijk op neerkwam, Saddam te redden.

De morele verontwaardiging lijkt mij nog steeds op het verkeerde doel gericht te zijn geweest. Een totale afwijzing van ingrijpen, een pacifistische instelling, kan ik nog begrijpen. Maar waar waren dezelfde miljoenen dan dit jaar toen de NAVO ingreep in Libië? Mocht dat wel omdat daar de opposanten nog leefden terwijl Saddam Hoessein ze in Irak al lang de mond had gesnoerd?

Via Twitter, YouTube en de satellietzenders volgen we nu de demonstraties en de omwentelingen in de Arabische wereld. We hoeven er dit keer nauwelijks iets voor te doen, behalve in Libië dan, en kunnen ons beperken tot het schrijven van steunbetuigingen in 140 karaktertekens. Het harde werk voor het Westen is acht jaar geleden al door de Amerikanen en bondgenoten gedaan in Irak.

Al snel na de val van Bagdad in april 2003 werd helaas duidelijk hoe de Amerikaanse invasie van Irak de geschiedenis zou ingaan. Dagenlang dwarrelde een grijze asregen uit de lucht, afkomstig van documenten en ander brandbaar materiaal uit zwartgeblakerde regeringsgebouwen, alleen de ministeries van Olie en Binnenlandse Zaken werden door de Amerikanen bewaakt. Alles werd geplunderd, zelfs bizarre buit als vuilniswagens en hartmonitoren uit ziekenhuizen werden door de straten meegevoerd. De Amerikanen hadden de oorlog gewonnen, maar waren bezig de vrede te verliezen.

De tegenstanders van de invasie hebben allang het gelijk van hun positie bevestigd gezien en willen niets weten van een balans die pas later kan worden opgemaakt. Kijkend naar de doden en de verwoesting is dat deels begrijpelijk. Het is onmogelijk de Irakoorlog nu te rehabiliteren door een rechte lijn te trekken naar de Arabische Lente, dat zou puur speculatief zijn. Maar wel is er in de acht jaar sinds de invasie veel veranderd in de regio, in ieder geval zo veel dat de bevolkingen nu hun lot in eigen hand nemen en hun woede zich vooral keert tegen de eigen regimes. Het is de vraag of dat ook was gebeurd als Saddam Hoessein nog de scepter had gezwaaid in Bagdad.

Ferry Biedermann is freelance journalist voor onder meer The National en Jane’s.

    • Ferry Biedermann