Marokkaan en Molukker

Terweijde, Culemborg – net iets andere spelling dan het Terwijde in Utrecht dat ik afgelopen dinsdag beschreef, maar gebukt gaand onder soortgelijke buurtproblematiek. In Terweijde hebben Marokkaanse jongens het sinds 2009 flink aan de stok met Molukse buurt- en generatiegenoten. Het tv-programma Pauw zond er gisteren een diepgravende uitzending over uit. Gisterenochtend ving ik op het Chopinplein in Culemborg alvast een voorbeschouwing op. Een man: „Ze gaan het vanavond weer over die ellende hier hebben.” Een andere man knauwt iets terug met een dik accent waaruit ik een loftuiting aan Wilders kan opmaken. Die had wel raad geweten met het Culemborgse straattuig, zoiets.

Geen tuig te bekennen als ik door Terweijde loop. Wel een duidelijke raciale scheiding. Het gebied in Terweijde waar het herhaaldelijk tot een treffen kwam, is verdeeld in een Moluks blok en een Marokkaans blok. Molukkers wonen in het oudere deel met huisjes uit de jaren vijftig, Marokkanen wonen in moderne nieuwbouw met in de meeste tuinen tv-schotels om Arabische zenders te ontvangen.

Jongerenwerker Said Bensellam uit Bos en Lommer bood in 2010 kosteloos zijn diensten aan de gemeente Culemborg aan. Hij had in Bos en Lommer heel wat onverbeterlijke jochies weer op het rechte pad gekregen. Maar in Culemborg zag hij dat er iets anders aan de hand was. Said: „Bos en Lommer is groot, mensen wonen ruimer uit elkaar. In Culemborg woont een groep moeilijke Marokkaanse jongens heel dicht op een groep moeilijke Molukse jongens. Daardoor blijft de sfeer broeierig.”

Aan de gevel van een kleine flat in Terweijde hangt een poster met een blijmoedige aansporing: „Samen, nu voor de toekomst.” Maar de stichtelijke boodschap wordt ondermijnd door graffiti die Terweijde naar afkomst verdeelt: „Rifpower” bij de nieuwbouw; „Republik Maluku Selatan” bij de oude huisjes.

Het is iets te veel voor mijn gemoed, zo’n tweede bezoek in één week aan een probleemwijk. Ik slof terug richting het treinstation als ik bij het Chopinplein twee jongens zie lopen. De een heeft opgeschoren haar en een weelderige bontkraag – een Marokkaan, geen haar op mijn hoofd die daaraan twijfelt. De ander heeft alle uiterlijke kenmerken van een Molukker. Ze trekken op als, ja, als vrienden. Ik móet ze aanspreken.

Hicham (17) en Cherson (17). Ze wonen in Terweijde, zitten bij elkaar op school en zijn vrienden sinds de kleuterklas. Ze ontkennen dat Molukkers en Marokkanen en masse tegenover elkaar staan. Cherson: „Het gaat om een paar Marokkanen die problemen hebben met een paar Molukkers.” Ze klagen over de maatregelen die genomen zijn vanwege het conflict tussen deze twee groepjes: cameratoezicht, verscherpte politiecontroles. Nergens voor nodig, bezweert Cherson mij met een Marokkaans gekleurd straataccent: „Je weet toch, media overdrijven altijd allez.” Later die avond leer ik uit het tv-programma Pauw dat Terweijde wel degelijk etnische spanningen kent, maar de massaliteit ervan is voor mij eerder op de dag genuanceerd door de korte ontmoeting met de Marokkaanse Hicham en de Molukse Cherson, twee jonge Terweijdenaren, vrienden.