Laissez-faire in Groningen

Het Groninger Museum verkeert in grote financiële problemen. Het heeft een schuld van bijna 4,3 miljoen euro en staat op de rand van een faillissement. Dat er problemen waren, was al enige tijd bekend. De omvang ervan is gisteren openbaar geworden. Daarop maakten de artistiek directeur van het museum, Kees van Twist, en drie leden van de raad van toezicht bekend dat zij hun functie neerleggen.

Hoewel hun vertrek niet onmiddellijk iets oplost, is het goed dat zij die stap hebben gezet. De directeur, omdat onder zijn verantwoordelijkheid het museum in zulke grote problemen is geraakt; de leden van de raad van toezicht omdat zij te laat die problemen hebben onderkend.

Het geeft te denken dat het Groninger Museum in de financiële problemen raakte terwijl er niet eens werd bezuinigd. Integendeel, in het recente verleden werd de subsidie juist verhoogd. Wat betekent dit voor al die andere kunstinstellingen die fors moeten bezuinigen de komende jaren? Of was dit een geïsoleerd geval?

Het ziet er naar uit dat het Groninger Museum zo zijn eigen problemen heeft. Het bureau dat de financiële situatie van het museum doorlichtte, Het Expertise Centrum, velt een hard oordeel over de cultuur die er heerste. Die wordt op financieel zakelijk gebied gekenmerkt door „een hoge mate van laissez-faire”. De onderzoekers concluderen dat „financieel ‘netjes’ leven” in het museum voortaan een uitdaging moet worden en geen straf. Dat is een constatering die de directeur moet worden aangerekend.

Het is de raad van toezicht te verwijten dat hij ermee heeft ingestemd dat de artistiek directeur van het museum, die met name inhoudelijk gedreven was, na het opstappen van de zakelijk directeur in 2009 ook haar functie overnam. Een museum heeft, zoals iedere culturele organisatie, behoefte aan een directie waarin het artistieke en het zakelijke in evenwicht zijn. Waar de dromen van de artistiek leider door zijn zakelijke collega op haalbaarheid worden getoetst. En als er dan maar één directeur is, dient de raad van toezicht de ontbrekende component nog beter in de gaten te houden.

Nu wordt er voor het Groninger Museum gekozen voor een zakelijk directeur. Hoewel het museum op dit moment inderdaad gebaat is bij iemand met veel verstand van financiën, is het de vraag of hiermee nu niet het artistieke beleid in het gedrang komt. Bezoekers komen niet naar een museum omdat het zijn financiën zo goed op orde heeft, maar omdat het aantrekkelijke exposities organiseert. En dat was juist iets waarin het Groninger Museum in de afgelopen jaren uitblonk. De twee kwaliteiten kunnen eventueel ook in één persoon verenigd zijn. Het profiel van de nieuwe directeur zou daarom moeten zijn: heeft een hoofd voor cijfers en een hart voor kunst.