Kracht van het geheugen is te zien

Hoe beter het geheugen, hoe groter het achterste stuk van de hippocampus, de spil in het brein voor het opslaan van onze herinneringen. En hoe kleiner juist de voorkant van dit hersengebied. Dat schrijven twee Canadese hersenonderzoekers deze week in het vakblad Neuron. Hun bevinding maakt duidelijk waardoor eerdere pogingen om een verband te vinden tussen de grootte van de hippocampus en de kracht van het geheugen, strandden.

Een verband tussen het formaat van de hippocampus en de geheugencapaciteit was wel te vinden bij ouderen, bij wie het geheugen verslechtert en de hippocampus krimpt. En bij mensen met dementie of geheugenverlies. Maar bij jonge, gezonde mensen liepen de pogingen om dit verband te vinden op niets uit.

Uit eerder onderzoek was al bekend dat ervaren Londense taxichauffeurs, die de complete kaart van hun stad uit het hoofd kennen, meer cellen hebben in het achterste stuk hippocampus dan gewone mensen. Dit inspireerde de Canadezen om te kijken of de maat van juist dat gedeelte met geheugencapaciteit samenhangt.

Engelstalige twintigers kregen in een fMRI-scanner tachtig onbekende Aziatische spreekwoorden voorgeschoteld. Ze moesten die toewijzen aan een doelgroep, pubers of volwassenen. Of ze moesten ze aangeven of zij het een goed of slecht spreekwoord vonden. Tijdens het leren en in rust maakten de onderzoekers hersenscans.

Later turfden de onderzoekers van hoeveel spreekwoorden de proefpersonen nog wisten in welke test ze waren verschenen. De uitkomst gebruikten ze als maat voor de kwaliteit van het geheugen.

De mensen met een beter geheugen hadden een groter achterste deel van de hippocampus, en een kleiner voorste deel. Het formaat van de hippocampus in zijn geheel was dus niet veranderd. Hetzelfde verband kwam naar voren toen de Canadezen de meetgegevens van drie andere, vergelijkbare onderzoeken van collega’s analyseerden.

Het achterste stuk hippocampus blijkt dus de echte spil in het geheugen. Het mooie is: dit deel lijkt te trainen. Dat blijkt uit het vervolgonderzoek bij de Londense taxichauffeurs. In Current Biology van 8 december staat dat de chauffeurs die, na jaren trainen, uiteindelijk slaagden voor hun examen, duidelijk meer hersencellen in het achterste stuk hippocampus hadden dan bij het begin van hun opleiding.

    • Niki Korteweg