Je moet af en toe een beuk uitdelen

Raymon van der Biezen (24) is een BMX’er met olympische aspiraties. Hij hunkert naar een herhaling van zijn succes op de Spelen in Peking, maar wordt in de voorbereiding geplaagd door blessures .

De fysieke pijn is intussen afgenomen, de mentale pijn woekert voort. BMX’er Raymon van der Biezen wordt een beetje moedeloos van al het leed dat hem in het pre-olympische jaar heeft getroffen.

Zodra Van der Biezen is hersteld van de gecompliceerde polsbreuk, hoopt hij genoeg tijd te hebben om zich in vorm te fietsen voor ‘Londen 2012’. Want zijn olympische debuut in Peking inspireerde hem voor een herhaling.

Van der Biezen was op de Spelen van 2008 een rookie van het brutale soort. De jonge Brabander die net kwam kijken bij de senioren reed als een duivel in de stoere sport die pas olympisch is. Hij had lak aan de gevestigde orde, leek op weg naar een medaille.

Tot het noodlot toesloeg en Van der Biezen in de halve finale ruw onderuit werd gehaald. Weg medaillekansen. Wat restte was een wreed verstoorde illusie. „Maar ik heb op de Olympische Spelen mijn beste wedstrijd ooit gereden. Ik was nog nooit zo in vorm.”

Op het nationale sportcentrum Papendal, waar de nationale selectie BMX’ers op een kopie van de olympische baan vrijwel dagelijks traint, kijkt Van der Biezen deze winterdag hoe zijn ploeggenoten zich op kleine fietsjes van de negen meter hoge startbaan als bungeejumpers naar beneden storten, om dan in vliegende vaart al golvend over een bochtig parkoers met 25 bulten te scheuren.

Het is adembenemend om te zien. En ook verslavend, vult Van der Biezen aan, terwijl hij zijn gegipste arm regelmatig ondersteunt. Hij moet voor de zoveelste keer dit jaar toekijken. En dat zint hem allerminst.

Hoe schat je je kansen op deelname aan de Spelen in Londen?

„Ik heb dankzij een tweede plaats bij een wereldbekerwedstrijd al een halve nominatie. Dat geeft vertrouwen. Maar die pols baart me zorgen. Hij was op zes plaatsen gebroken. Met tien schroeven en een metalen plaat is de breuk gerepareerd. De artsen durven geen hersteltermijn te noemen, ik houd zelf rekening met zo’n drie maanden. Gelukkig is de pijn afgenomen, de eerste weken waren een hel. Ik zit veel op de hometrainer om fit te blijven, zodat ik straks zonder veel achterstand bij de trainingen kan aanhaken. Maar de concurrentie is groot. We krijgen nog vier wedstrijden waarin we ons kunnen kwalificeren voor de Spelen. Dat is best spannend.”

Hoe verklaar je de vele blessures?

„Buiten het feit dat het een risicosport is, begon ik met een zware knieblessure, zodat de voorbereiding dit jaar problematisch verliep. Bij een wereldbekerwedstrijd op Papendal brak in mei mijn stuur. Kaak gebroken, zware hersenschudding. Ik kom goed terug, behaal een halve nominatie, waarna ik eind oktober bij de Europese kampioenschappen in Genève werd gevloerd door een vallende teamgenoot en daardoor mijn pols brak. Het was deels botte pech.”

Of is het zo dat BMX steeds gevaarlijker wordt?

„Daar lijkt het wel op. De snelheden worden groter bij BMX. Een crash heeft meestal ernstige gevolgen. Voorheen kwam je er meestal vanaf met een kneuzing of hersenschudding en zat je redelijk snel weer op de fiets. Tegenwoordig niet. Wellicht door de hogere snelheden. De banen worden technisch zo moeilijk gemaakt, dat het al lastig is in je eentje rond te komen, laat staan met acht man tegelijk. Het risico is enorm toegenomen.”

Is een BMX-baan niet aan regels gebonden?

„Nee. De sprongen worden steeds hoger. En het aantal bulten vermeerdert. Vroeger lagen er drie bulten, nu zeker 25. En elke bult is anders.”

Ben je slachtoffer van te veel spektakeldrang?

„Dat gaat me wat ver. Maar de sport evolueert nog steeds. Er wordt ook gewerkt aan reglementen. Een goede zaak, want de limiet is intussen wel bereikt. Vaak werden bulten op toernooien getest. Organisatoren waren wel zo eerlijk door fouten toe te geven, maar het zou veiliger zijn buiten wedstrijdverband te testen. Na het testtoernooi in Londen is de olympische baan aangepast. Zo hoort het. Wij zijn geen robots.”

Maar zachtzinnig gaat het er niet aan toe.

„Nee, er wordt regelmatig een elleboog of schouder gebruikt. Ik was vroeger een nette rijder, maar je moet af en toe een beuk uitdelen. Dat mag. Zolang je elkaar niet van de fiets slaat, mag er veel. Langs de baan staan juryleden die de grens bepalen.”

Vind je al dat geduw en getrek wel oké?

„We zijn zo opgegroeid. Zo zit onze sport in elkaar. Het wordt geaccepteerd als je een duw krijgt. Als je goed de verdedigende lijn fietst, is er weinig aan de hand. Je moet slim zijn. Over het algemeen is het vol gas starten, dan als eerste bij de eerste bocht zijn en daarna een foutloos rondje fietsen.”

Is de status van de sport veranderd sinds die olympisch is?

„Dat mag je wel zeggen. In Nederland draaien we met de nationale selectie een fulltime programma. En er ontstaat acceptatie van onze sport. Mensen begrijpen beter dat BMX meer is dan zomaar wat rondjes fietsen.”

En zijn jullie al verlost van het imagoprobleem. Anders geformuleerd: wat doet een volwassen mens op zo’n fietsje?

„Dat stadium zijn we voorbij. Ik hoor zelden opmerkingen in die trant. Dat zou ook gek zijn, want we bedrijven topsport, we zijn fulltime bezig.”

Wat zijn je ambities?

„Ik wil op de Olympische Spelen in Londen een medaille winnen. Daarna zie ik wel hoe de sport zich ontwikkelt en of ik daar nog deel van wil uitmaken. Zo lang het lichaam niet protesteert en ik het mentaal kan opbrengen om fulltime te trainen, ga ik door.”

BMX’er Robert de Wilde verdient zijn geld als prof in de VS. Iets voor jou?

„Die kans is klein. Robert heeft zes jaar geleden de stap gemaakt. Toen was de sport groter dan in Europa. Dat is nu gelijkgetrokken, ook financieel. Alleen met een lucratief contract is het de overweging waard.”