'Is er geen pil die ons altijd verliefd laat blijven?'

Hij moest zichzelf leren om met de linkerhand te tekenen, en ook praat hij in kortere zinnen dan voorheen. Kunstenaar Aat Veldhoen (76) vindt het desondanks niet erg om ouder te worden.

Nederland, Amsterdam, 21-12-2011 Aat Veldhoen (Amsterdam, 1 november 1934) is een Nederlands kunstschilder. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Roger Cremers - 2011

„Ik merk nauwelijks dat het huis door de overzichtstentoonstelling leger is geworden”, had zijn vrouw al gezegd. Inderdaad: op de vier verdiepingen van het huis van Aat Veldhoen (76) is geen tafel, stukje muur, sofa of kast te vinden of er hangt of staat werk van Veldhoen. Zelfs de tegeltjes in de keuken zijn beschilderd met dezelfde motieven die zijn andere werk kenmerken: veel vrouwelijke naakten, portretten.

En natuurlijk De Daad, laatstelijk door de kunstenaar weergegeven op een ets van meer dan twee meter breedte die op een sofa ligt uitgespreid: een man met vleugels, op de rug gezien, neemt een vrouwengestalte die grotendeels aan het oog onttrokken is. Dit thema – blijkt in het huis maar ook op de thans lopende overzichtstentoonstelling in het CBK van Amsterdam-Oost – is door Veldhoen reeds op vele manieren behandeld: in olieverf, op litho’s en etsen, op aardewerk.

Vrolijke kunst maakt u, alles straalt levensvreugde uit.

„Blij dat je dat zegt. Waarom zou je miezeren. Kunst gaat om iets prettigs. Maar ik ben ook wel boos geweest. Toen ik pas begon met tekenen, heb ik in het WG-ziekenhuis op de verloskamer getekend, met al die vreselijke apparaten. Dat zou nu nooit meer mogen. En ik heb honger getekend. Honger heb ik gekend tijdens de bezetting, in Amsterdam.”

Hij laat een boek met etsen en litho’s uit zijn vroege jaren zien, waarin inderdaad niet alles vrolijkheid is. Tot zijn genoegen is dat vroege werk aangekocht door het Prentenkabinet van het Rembrandthuis.

Sinds een herseninfarct in 2004 spreekt Veldhoen in iets kortere zinnen dan vroeger. Ook heeft hij geleerd met de linkerhand te tekenen en te schilderen, omdat de rechter het niet meer doet. „Moeizaam was dat, maar spannend om helemaal opnieuw te beginnen.” Toch is het, meent hij, ook wel leuk om ouder te worden. „Het is leuk om het leven te overzien. En je leert weer andere mensen kennen, die ook oud zijn. Ik zou niet echt héél oud willen worden, met van die roodomrande ogen.”

Hij laat, om nog verder de indruk weg te nemen dat zijn werk uitsluitend uit copulatie en mooie vrouwen bestaat, een prent zien die hij twee jaar geleden tijdens een reis naar Suriname maakte. Onderwerp vormen de Decembermoorden waarbij legerleider Desi Bouterse 15 politieke tegenstanders liet vermoorden: een soort spookhuis, met vijftien zwarte gezichten erom heen. „Zou ik nu nooit meer heengaan. Bouterse heeft het daar te vertellen.”

Houdt u van reizen?

„Niet erg. Ik was steeds getrouwd met vrouwen die van reizen hielden. Als je een schrijver bent, kun je je werk in een koffertje meenemen. Maar een schilder kan dat niet”, zegt hij wijzend op de rijke inhoud van het huis, een voormalige houthandel aan de rand van het Amsterdamse centrum. „Ik was vorig jaar op Cuba. Gruwelijk daar. Er rijden alleen autowrakken. Iedereen woont in een bouwval. Ik ben eerder teruggegaan. Deed me erg aan de bezetting in Amsterdam denken. Gek, ik was zes toen de oorlog begon, maar soms lijken die vijf jaar wel een half leven. Ik ben nu vijftien jaar met Hedy [de politica Hedy d’Ancona, red.] maar dat lijkt veel korter.”

Wie Veldhoen zegt, zegt nog vaak in één adem: bakfiets. Hoe hij in 1966, in de roerige Provo-tijd, met een bakfiets door Amsterdam fietste om veelal heftig-erotische litho’s voor een prikje aan de man te brengen, blijft een cause célèbre. „Toch heb ik dat maar één week gedaan.” De litho’s lagen voorzichtigheidshalve opgerold op de bakfiets, maar trokken desondanks de aandacht van de politie, die er pornografie in zag.

Nog een keer later heeft hij last gehad met het gezag, door de verdenking van majesteitsschennis. Het corpus delicti hangt anno 2011 probleemloos op de tentoonstelling. Veldhoen is geen bewonderaar van het koningshuis, maar verzoekt zijn kernachtige kwalificaties ter zake niet in de krant te zetten. Wel wijst hij geamuseerd op een sticker met de tekst: „De koningin is een lul. En de prinsesjes is ook een lul.” Die heeft hij jaren geleden nog op een nacht her en der op auto’s geplakt, samen met de uitgever Pierre Vinken, oprichter van het Republikeins Genootschap.

Een deel van Veldhoens werk oogt als een kroniek van het alternatieve Amsterdamse culturele leven sinds de jaren zestig. Op de tentoonstelling hangen prachtige portretten van Simon Vinkenoog, Robert Jasper Grootveld („geschilderd nadat hij had gedreigd mijn huis in brand te steken”), Diana Ozon, Leo van der Zalm, grazige weiden rond het hippiedorp Ruigoord. Maar de vrouwelijke naakten zijn toch veruit in de meerderheid – vaak schildersmodellen, maar ook de drie vrouwen met wie hij getrouwd is geweest. Dat hij er twee met de kinderen heeft laten zitten, is „een schaduw”, zegt hij. „Ze zouden een pil moeten uitvinden die de vlam brandend houdt, dat je altijd verliefd blijft.”

Wel eens heimwee naar Amsterdam in de jaren zestig?

„Nederland was toen een voortvarend land, waar de hele wereld naar keek. Nu is alles bekrompen, burgerlijk. Ik was liever in een grote stad geboren, waar grote dingen gebeuren: Parijs, Rio de Janeiro. Hier hebben ze nog niet eens een brug over het IJ gebouwd, in al die jaren. Ik heb voorgesteld om het gietijzeren beeld van Rembrandt met bladgoud te bekleden. Afgewezen. Het beeld van onze grootste schilder willen ze nog niet eens mooi maken!”

Huis Veldhoen – Aatje’s vrijstaat. Tot 21/1 in CBK Amsterdam, Oranje Vrijstaatkade 71. cbkamsterdam.nl