'Ik speel de vrouw die maar wat doet'

In haar nieuwe voorstelling Cabaret voor beginners speelt Brigitte Kaandorp opnieuw een chaoot. „Ik laat zien dat we allemaal aan het kneuzen zijn.”

Chaos. Dat is wat Brigitte Kaandorp uitstraalt. Ook in haar nieuwe show, Cabaret voor beginners, speelt ze weer dat verzenuwde type, dat razendsnel spreekt, zichzelf voortdurend onderbreekt en zogenaamd tussendoor komende verhalen laat uitgroeien tot de eigenlijke kern van haar programma. De act van kneus heeft ze geperfectioneerd en het publiek, grote zalen vol, vindt het prachtig als ze zo doet: „Wacht effe hoor, waar is nou mijn..., wacht effe hoor.”

Zo was het al aan het begin van haar carrière, in 1983, toen ze Camaretten won. „Ik kwam het podium op hannesen. Ik was mijn schoenen vergeten, echt. Maar iedereen moest ontzettend lachen. Paul de Leeuw en Hans Liberg deden ook mee en die wonnen mooi niet.”

Bij het 25-jarig bestaan van Camaretten werd haar gevraagd in een half uur uit te leggen hoe een cabaretprogramma werkt. „Dat was hilarisch, dus het leek me een leuke kapstok voor een programma.” Die cursus voor de ‘thuiscabaretier’ is nu het staketsel van haar show. „Het idee heeft me nog een half jaar dwarsgezeten, want die uitwerking slaat natuurlijk nergens op. Iedereen welkom heten, een probleem hebben en oplossen, nog een sok aantrekken ofzo, en dan ondertussen komt er een ander probleem langs. Daar moet je dan handig wat bij kletsen. Dan is het probleem opgelost en dan is het programma afgelopen. Maar zo zitten mijn shows ook vaak in elkaar.”

Waarom legt u niet uit wat goed cabaret nodig heeft?

„De dingen die je nodig hebt op het toneel – timing, uitstraling en een verhaal – kun je niet leren. Toon Hermans was een meester in timen. Die hing achterover in zijn stoel, serveerde een zin uit en wist dan hij precies wanneer de volgende moest komen. De mensen piesten in hun broek van het lachen. Ga jij dat maar eens uitleggen.”

U bent het leukst in de verhalen tussen het staketsel heen. Waarom niet gewoon gaan staan en vertellen?

„Vaak begin ik ook maar ergens. Maar dan ontstaat er toch een grote lijn in het verhaal.

„Wat ik van te voren vooral doe, is liedjes schrijven. Als ik acht liedjes heb, heb ik een programma.”

Hoe schrijft u een liedje?

„Spelend achter de piano. Soms is er een bestaande melodie. Mijn man kwam met een fado, toen mijn oudste kind net uit huis was vertrokken, dus dat paste precies.

„Opeens kan er een zin komen binnenwaaien en dat weet je: dat is een liedje. Zoals: ‘Als ik het maar niet met Andries Knevel hoef te doen.’ Dat is meteen af. Op die fado heb ik lang zitten puzzelen.

„Mijn pianospel is basaal. Ik zou meer les moeten hebben, maar het komt er niet van. Ik ben aan het optreden, ik ben moeder, vrouw, je kent het wel.”

Heeft deze show een centrale gedachte?

„Het begint met: ‘laat het los’. Ik laat van alles los, een koffer, een kind, er laat een teen los. Het idee is dat je je over alles veel te druk maakt. Ik ben 49 en mijn hang-ups blijven bij me. Nu denk ik: zo ben ik nu eenmaal. Dat is een prettige relativering.

„Maar volgens mijn regisseur had ik vooral zin om te keten, niet om verder nog moeilijk te doen.”

Bent u dat chaotische type niet altijd aan het acteren?

„Ik weet wat ik moet doen om mensen aan het lachen te krijgen. Ik speel de vrouw die maar wat doet en die van de hak op de tak springt, maar elk sprong naar elke hak en elke tak is uitgekiend.”

U zei eens: als mensen mij zien, zien ze zichzelf. Wat zien ze dan?

„Iemand die worstelt met vragen waar zij ook mee worstelen: waartoe zijn wij op aarde, hoe moet ik het allemaal doen, mijn relatie ligt aan gort en wat nu, hoe moet het met die kinderen? Nou zo.”

Is het leven zo ingewikkeld voor u?

„Ik kan er behoorlijk mee worstelen, met accepteren wie je bent. Ik weet niet of jij altijd zo blij bent met jezelf, maar het is lastig om mislukkingen te aanvaarden. Ik heb twee kinderen die ik goed wil opvoeden, maar dan ben ik er vaak niet of dan loop ik te sjouwen met mijn eigen bagage, waar ik dan last van heb. Ik ga niet zo lichtvoetig door het leven. Ik heb een man, een talent, geld en toch kan ik diep ongelukkig zijn en denken dat het leven zich daar afspeelt en niet hier, zonder te weten hoe ik daar bij kan komen.

„In mijn vorige show, Zó, had ik dat gevoel gevangen in het beeld van iemand met een mooie jurk en schoenen, die toch langs de zijkant zit en niet gaat dansen. Dat levensgevoel kan me nog steeds overvallen. Zelfs al sta ik vaak voor een zaal van negenhonderd man, ik kan me erg afgesloten voelen. Toen ik die tekst voor het eerst voorlas, kreeg ik tranen in mijn ogen, omdat het zo waar was.”

Heeft u dat levensgevoel altijd gehad?

„Ik heb wel een zwaarmoedige opvoeding gehad. Dat blijft je bij. Mijn ouders zijn schatten, maar wat ik meekreeg was: ‘Het is allemaal moeilijk en kijk nou maar uit en doe maar gewoon en je mag blij zijn als je zonder kleerscheuren het einde haalt’.”

U roept in elke show dat uw huis zo’n chaos is. Waarom?

„Je gelooft het niet, maar het is zo. Ik heb veel onder controle in mijn leven, maar mijn huis is het laatste bastion dat ik moet nemen. Ik heb een soort help-mijn-man-is-klusser-man. Ik had het huis op orde voor een moeder en twee kinderen toen ik hem tegenkwam. Vervolgens hebben we zes jaar in een niemandsland gezeten, want we wilden het anders. En hij had daar alvast de spullen voor in huis gehaald. En zijn eigen spullen. En zijn twee geiten. Ik kwam op een avond thuis en toen stond de inhoud van mijn schuur in mijn keuken en in de schuur stonden twee zwarte geiten. Hij kon er geen afscheid van nemen. Ze hebben nog lang bij ons gewoond. Het rook bij ons voortdurend naar kinderboerderij.

„In zo’n verhaal zit mijn zachtmoedigheid. Het laat zien dat we allemaal aan het kneuzen zijn. Dat wekt saamhorigheid in de zaal.”

U bent niet van de goede smaak, zoals deze show blijkt uit een schetennummer.

„Ik zocht iets waarvan je als cursist zeker weet dat erom gelachen wordt: een wind, een scheet. Een noodtip. Dertig try-outs heeft het niet gewerkt. Tot we hem hadden, heel flauw: door maar door te gaan, met geluiden in alle mogelijke variaties, zacht, hard, gorgelend, met een schepje jus.

„Ik hou erg van simpele humor, van die André van Duin-humor. Schrijf dat maar niet op, want dan krijg ik weer zo’n stigma. Word ik weer niet serieus genomen door de pers.”

Wat Kaandorp dwarszit, is een kritische recensie in deze krant. Het was de avond dat de recensent er was wel een wat stijve show, geeft ze toe. Ze was moe en verkouden. „Ik weet wat ik kan. Als die zaal op zijn kop staat, moet je niet zaniken. Maar goed. Het publiek neemt me wel serieus.”

Ze spreekt zichzelf toe: niet zeuren. Maar toch: „Het cabaret is een mannenwereld. Critici zijn mannen. Ik heb het idee dat ze net niet snappen wat mijn kwaliteiten zijn.”

Wat is uw specifiek vrouwelijke talent?

„Mezelf belachelijk maken. Als vrouwen kritiek hebben, zeggen ze er snel achteraan dat ze het niet zeker weten. ‘Jij bent een trut – denk ik hoor, als u het zelf niet vindt, dan niet’.”

Moeten we u uitnodigen om volgende keer zelf de recensie te schrijven?

„Ja, laten we dat doen: 26 sterren!”

Brigitte Kaandorp: ‘Cabaret voor beginners’. Tournee t/m 15 juni. Inl. brigittekaandorp.nl

    • Ron Rijghard