Het bureau voor vakbondstaboes

De vakbonden zijn dertig jaar geleden het initiatief kwijtgeraakt, stelt hoogleraar Paul de Beer. De FNV is verdeeld. Zijn nieuwe wetenschappelijk bureau moet discussie op gang brengen. ‘Bonden moeten iets van hoop op een betere wereld bieden.’

Nederland, Amsterdam, 21-12-2011 De Burcht is het oudste vakbondsgebouw van Nederland. Het is ontworpen door Hendrik Petrus Berlage in opdracht van de Algemene Nederlandse Diamantbewerkers Bond (ANDB) in 1899-1900. Het staat aan de Henri Polaklaan 9 in de Plantage in Amsterdam, vlakbij Artis. Sinds 1991 is het Vakbondsmuseum in de Burcht gevestigd. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Roger Cremers - 2011

De familieruzie binnen de FNV is historisch gezien nog vrij beschaafd gebleven. „Ik heb eens een boek gelezen over de opkomst van de socialistische bewegingen in de negentiende eeuw”, vertelt hoogleraar arbeidsverhoudingen Paul de Beer in De Burcht van Berlage, het Amsterdamse FNV-bastion uit 1899. „Er waren veel acties die niets opleverden en steeds matpartijen. Met Oranjegasten, maar ook onderling. We hebben nu zo’n beeld van arbeiders met bepaalde idealen, maar het was vooral veel knokken.” De Beer wil maar zeggen: hoe FNV-voorzitter Agnes Jongerius en FNV Bondgenoten-voorzitter Henk van der Kolk dit jaar rond het pensioenakkoord hun vete uitvochten, was eigenlijk nog „heel prettig.”

Hier aan de Henri Polaklaan bij Artis zit het nieuwe Wetenschappelijk Bureau voor de Vakbeweging. Of korter: De Burcht. Zelf is het monument voor de arbeidersbeweging vorig jaar geheel gerenoveerd. Onder oude verflagen zijn spreuken als ‘Offervaardigheid’ en ‘Standvastigheid’ tevoorschijn gekomen. In de bestuurskamer ligt weer de vergaderhamer van Henri Polak (1868-1943), de oprichter van de Algemene Nederlandse Diamantbewerkersbond, een voorloper van de FNV.

In de statige Bondsraadzaal geven mensen elkaar tegenwoordig het ja-woord. „We doen aan zaalverhuur voor feesten en partijen, maar ook vakbondsvergaderingen, conferenties en symposia”, zegt De Beer. „Niet omdat we dat nu zo’n interessante activiteit vinden, maar om onderhoud te financieren.”

Het wetenschappelijke bureau presenteert morgen officieel zijn eerste publicatie: een literatuuronderzoek naar de sociale en economische gevolgen van de flexibilisering van de arbeidsmarkt. De conclusies zijn nadrukkelijk genuanceerd: flexibilisering op zich is niet goed of slecht, maar kan goed of slecht zijn in bepaalde werk- en privésituaties. Op langere termijn holt flexibilisering zowel werknemers als bedrijven wel uit.

Met onderzoek als dit moet de vakbeweging „beter beargumenteerd” standpunten bepalen, „uit het defensief” komen en „meer richting geven” aan de „sociaal-economische agenda voor de toekomst”, staat in de inleiding. Een grote ambitie van een klein bureau. De FNV geeft circa een ton per jaar en De Beer is de enige vaste medewerker – één dag per week van de tweeënhalve dag die zijn leerstoel aan de UvA behelst. Het bureau leunt op sponsoring en tijdelijke onderzoekers.

Eerst moet de FNV, met 1,4 miljoen leden de grootste vakcentrale in Nederland, zijn eigen agenda ordenen, erkent De Beer. Tijdens crisisoverleg in Dalfsen is deze maand besloten dat de FNV in 2012 moet opgaan in De Nieuwe Vakbeweging; een oplossing voor de interne meningsverschillen en ongelijke machtsverhoudingen tussen de negentien FNV-bonden.

Is dat toeval, een nieuw Wetenschappelijk Bureau voor de Vakbeweging en kort daarna de aankondiging van De Nieuwe Vakbeweging?

„Ja, echt. Vorig jaar hadden we al plannen voor een opstart op 1 januari van dit jaar, ruim voor het conflict in de FNV naar buiten kwam. Sinds begin 2011 zijn we bezig met voorbereidingen. Een maand terug zijn we formeel gestart.”

Doet het bureau nog voorbereidend onderzoek voor de oprichting van De Nieuwe Vakbeweging?

„Voorlopig hebben we daar geen plannen voor. Als Jetta Klijnsma (PvdA, red.) de oprichting inderdaad gaat begeleiden en zij wil ons betrekken, dan zijn we uiteraard beschikbaar. Maar onderzoek naar de vakbeweging zelf is niet onze primaire taak. Wat wij vooral willen onderzoeken zijn maatschappelijke ontwikkelingen rond de arbeidsmarkt en arbeidsverhoudingen. Sowieso willen we ons ook niet mengen in interne discussies over hoe dan zo’n vakbeweging vorm zou moeten krijgen. We willen geen positie innemen of een voorkeur uitspreken.”

Wat vindt u zelf van de hervormingsplannen?

„Alleen in grote lijnen kan ik daar iets over zeggen. Niet in detail – ook in alle eerlijkheid omdat ik daar geen uitgewerkte ideeën over heb. De afspraken in Dalfsen bieden een basis voor een slagvaardiger FNV en het is van groot belang dat er meer eenheid en samenwerking komt, ook binnen de vakbeweging als geheel. Maar de uitwerking is nog erg onduidelijk en wie weet zit the devil in the detail. Wie moet het straks voor het zeggen hebben? De basis of juist de top? En wat is de rol van de vakorganisaties daartussen? Allemaal nog niet uitgewerkt.”

De FNV is de hoofdsponsor van uw bureau. Bent u van de FNV of toch van de hele vakbeweging?

„Eigenlijk zeggen wij: vóór de FNV en ook vóór de andere vakcentrales. We zijn niet zozeer van. En we willen nadrukkelijk voor de hele vakbeweging opereren. Oorspronkelijk was het ook de bedoeling dat alle drie de vakcentrales zouden meedoen. Ik ben jaren bezig geweest om dat te regelen. De vakcentrales wilden het zelf ook wel. Maar helaas lukte het niet om van iedereen een bepaalde financiële bijdrage te krijgen. De FNV was wel bereid, maar bij CNV en MHP lukte het niet. We staan wel open voor meer betrokkenheid van de andere twee vakcentrales. We hopen dat dit nog gaat komen.”

Uw wetenschappelijk bureau wordt gefinancierd door de FNV. Hoe onafhankelijk bent u dan?

„Behoorlijk onafhankelijk, is mijn verwachting. Bij de opzet heb ik het model gekozen van wetenschappelijke bureaus van politieke partijen. Met name van de twee die naar mijn idee het meest onafhankelijk zijn: de Wiardi Beckman Stichting van de PvdA (waar De Beer bijna tien jaar werkte, red.) en de Teldersstichting van de VVD. In de praktijk hebben die vaak een ander standpunt dan de partij. Ik weet dat Wim Kok ooit zei: kon ik de Wiardi Beckman Stichting maar kwijt aan de concurrent, de VVD.”

Welke garanties heeft u ingebouwd?

„Het bestuur van de Burcht moet uiteindelijk het werkplan vaststellen. Ik moet zeggen, daar zitten ook vertegenwoordigers in van de vakbond. Maar daarnaast hebben we een curatorium met vier hoogleraren, iemand van werkgeversvereniging AWVN, een extern adviseur en maar twee FNV’ers. Zelf sta ik als bijzonder hoogleraar ook garant voor onafhankelijk onderzoek. Mijn leerstoel wordt weliswaar betaald door de drie vakcentrales FNV, CNV en MHP, maar als hoogleraar ben ik onafhankelijk en kan ik zeggen wat ik wil. Er zit wel altijd een bias in het perspectief van het onderzoek. Wij zullen ons altijd iets drukker maken om de nadelen van flexibilisering voor werknemers dan om de voordelen ervan voor werkgevers.’

Het wordt laveren tussen kritische afstand en inhoudelijke betrokkenheid bij de vakbonden?

„Ik zal onmiddellijk erkennen dat de praktijk moet uitwijzen in hoeverre wij onze onafhankelijkheid kunnen waarmaken. Ik denk zelf dat zo’n bureau alleen een succes kan zijn als je ook onafhankelijk bent. In eerste instantie zullen bonden het misschien prettig vinden als een wetenschappelijk bureau hun standpunt onderstreept, maar als het dan niet meer serieus wordt genomen, voegt het ook niets toe. In hun eigen belang zullen wij af en toe geluiden laten horen die wat minder geaccepteerd zijn. Ik heb ze ook steeds voorgehouden: als wij drie, vier jaar geleden al bestaan hadden, dan hadden we misschien een rapport uitgebracht over het pensioenstelsel. Dan waren jullie waarschijnlijk allemaal over ons heen gevallen. Dan hadden wij allemaal dingen gezegd die toen nog taboe waren. Maar dat had misschien wel de ruimte gecreëerd om al discussie op gang te brengen, zodat je die hebt gehad op het moment dat je er niet meer onder uitkomt.”

Dat had de schade voor de FNV beperkt?

„Nou, één van de problemen van de FNV, van de vakbeweging in het algemeen, is dat men steeds heeft geroepen: er is niks aan de hand, ons pensioenstelsel staat als een huis, de AOW-leeftijd hoeft niet omhoog. En dan wordt de druk van de stijgende levensverwachting en op de dekkingsgraden van pensioenfondsen ineens zo hoog dat je in één, anderhalf jaar tijd in de ogen van je achterban een enorme draai maakt. Een wetenschappelijk bureau kan discussies aanzwengelen waar het misschien nog te vroeg voor is binnen de vakbeweging zelf. Een van de grootste problemen van de bonden is dat ze steeds heel defensief reageren op voorstellen van de overheid en de werkgevers. Ho, stop! Vaak zie je dan na verloop van tijd dat ze toch moeten erkennen dat er iets moet veranderen. Dan kun je de scherpe kantjes van de voorstellen van de tegenpartij afhalen, maar niet meer de discussie naar je toe trekken.”

Waar komt die defensieve houding vandaan?

„In de jaren zeventig had de vakbeweging nog de ideologische wind mee. Het dominante denken was progressie: meer rechten, meer gelijkheid, meer democratie. In de jaren tachtig is de vakbeweging in het defensief geraakt door de opkomst het het neoliberale denken: marktwerking, privatisering, bezuiniging, grote inkomensverschillen. Allemaal dingen die de vakbeweging niet wil. Mijn stelling is dat sinds het akkoord van Wassenaar in 1982 (de FNV ging akkoord met loonmatiging voor arbeidstijdverkorting, red), bijna dertig jaar geleden, er vrijwel geen sociaal-economisch thema is geweest waarin de vakbond het initiatief nam. Het enige thema dat de vakbeweging zich – beperkt – heeft toegeëigend, is het debat over de combinatie van arbeid en zorg. Ouderschapsverlof , kinderopvang en dat soort dingen.”

Met de huidige verdeeldheid tussen de bonden zal het lastig zijn om het initiatief te hernemen.

„Nee, dat zal zeker niet in één of twee jaar gebeuren. Maar wat ik van harte hoop, is dat de vakbeweging door ons onderzoek toch aanknopingspunten ziet om een eigen agenda voor de toekomst op te stellen. Hoe wil je dat de arbeidsmarkt en de arbeidsverhoudingen er in 2020 uitzien? Niet alleen in termen van behoud van het bestaande, maar wat wil je veranderen? Volgens mij zijn er uiteindelijk niet zoveel mensen die het leuk vinden om lid te zijn van een puur defensieve organisatie. Het is veel aantrekkelijker om lid te zijn van een organisatie die vooruit denkt en toekomstperspectief biedt. Iets van een hoop op een betere wereld.”

Zodat ze ook meer jonge leden kunnen werven.

„De vakbeweging wordt steeds gespleten. Enerzijds moet ze oude belangen verdedigen. Daardoor staan ze bekend als conservatief – zeker als acties worden gesymboliseerd door grijze mannen met petjes en fluitjes. Tegelijkertijd gaan de bonden soms heel ver mee in hervormingen. Het pensioenakkoord is een voorbeeld. En eerder de beroemde Wet flexibiliteit en zekerheid. Of kijk hoe de bonden zijn meegegaan in de hervorming van de WAO tot de WIA (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, red.). De FNV is ook pro-Europa. Er is dus een zekere spanning. Enerzijds moet de vakcentrale opkomen voor mensen die bedreigd worden, anderzijds moet ze openstaan voor hervormingen. De FNV weet die taken nog onvoldoende met elkaar te verbinden.”

Eppo König