Hans' huiver voor klef, Henks wakend oog

Tegen Kerst zijn er twee opties. Naar het circus. Of naar een sprookjesballet. Het zwanenmeer zou ik, vrees ik, overslaan. Het is dé klassieker, maar het duurt zo lang. Maar Coppélia is feest, sinds tekenaar Sieb Posthuma het gestoffeerd heeft met dansende honden en veel roze. En ook Sleeping Beauty wil er altijd in.

Deze winter doet Het Nationale Ballet zijn Notenkraker. Op basis van de oude Russen werd het geherformuleerd door Toer van Schayk en Wayne Eagling.

Dat wordt het. Want ik weet, dit is je van het voor de donkere dagen. Deze Notenkraker duikt op spitzen een winters negentiende-eeuws Amsterdam binnen. Er wordt geschaatst en Sinterklaas gevierd en vervolgens kruipen we in een metersgrote toverlantaarn – het excuus voor exotische dans, in weelderige kostuums uit alle windstreken.

Ik laat me betoveren zodra het doek opgaat en ik een mistige Amsterdamse gracht zie, met een brug en wat schaatsers. Het decor kantelt, nu zijn we op een groot familiefeest achter de gevel van het grachtenpand. Er volgen meer magische decorwisselingen. Ze stuwen het verhaal op over een jong meisje dat haar kalverliefde voor een mooie huzaar van zich af droomt. Het sproeit in De notenkraker van de virtuoze dans. Ik ben dol op de solo waarin de prima ballerina net zo’n danseresje op een speeldoosje is, maar net zo goed op de vervaarlijke autonomie van de muizenkoning met zijn rattensnuit. En ik zweer het: zelfs de cynicus die weigert te geven om klassiek ballet, gaat plat voor de dansende sneeuwvlokken.

Het is allemaal fijn en allemaal onzin, glundert iemand in de pauze. Tja, dat kun je zeggen. Maar waarom sleept het dan toch zo mee?

Het antwoord komt met de post: een dvd met een korte film over choreograaf Hans van Manen, bezig met het maken van zijn choreografie Without Words. Drie duetten. Steeds dezelfde ballerina (Igone de Jongh, typische Van Manen-danseres, fier en emotioneel tegelijk), met driemaal een andere partner. Henk van Dijk, videomaster van Het Nationale Ballet en maker van de film, verdeelde 350 stuks van de film, als opmaat voor Van Manens tachtigste verjaardag, aanstaande zomer.

In de film zie ik Hans van Manen aan het werk. Dans is wiskunde, met de muziek als rekensysteem. Het is de tijd vermenigvuldigen met een arm die onder een oksel glijdt. Hem delen door het buigen van een elleboog. Hem met het flexen van twee enkels verheffen tot een hogere macht. Net als de wiskundige is Van Manen uit op de zuiverste oplossing voor een vraagstuk. Vertaal gevoel via de muziek naar dans en dat gevoel wordt een lichamelijk feit. Kijk ernaar en je zie iets wat zonder dans onzichtbaar blijft.

Ik bel Henk van Dijk op. „Het gaat bij Hans altijd om de balans tussen toenadering en eigenwijsheid”, zegt hij.

Van Manen en hij kennen elkaar volgende zomer veertig jaar. „Ik was danser in opleiding en deed een zomercursus bij hem in Keulen. Hij was veertig, ik twintig.” Van Dijk werd geen danser, hij werd de vaste filmer van het balletgezelschap. „Ik ben een wakend oog. Ik houd vast wat er gebeurt. Filmen voelt voor mij als meedansen.”

Van Dijk filmde Hans van Manen terwijl hij denkt, met zijn blik op de grond, nee, met zijn blik dóór de grond. „Je zíét het in zijn hoofd ontstaan. Daarom is hij zo’n dankbaar onderwerp.” Zijn mond hangt open. Hij beweegt als een sierlijke grizzly. Tegen de tachtig loopt hij dus. Dat kan zijn. Het is een futiel gegeven als je hem in de weer ziet.

De duetten zijn versies van verlangen. Van Manen: „En je weet, met verlangen gaat er niks door.” Maar, vermaant hij, „het mag niet romantisch worden”. Daarom verzint hij voor de danseres een sarcastische blik. Want hij houdt niet van „die vrouwen die zich aan die mannen vastklampen. Die kerels moeten een schop onder hun reet hebben.”

Van Manen besluit Without Words met een vrouw tegenover een man. Op enige afstand kijken ze naar elkaar. Het licht dooft. Nu kijken ze voor altijd naar elkaar.

Ik weet het niet, Van Manen, maar dit is romantiek van jewelste. Niet klef. Een sensatie van verbondenheid. Ik zag het ook in het slot van De notenkraker. Het meisje en haar broer, in hun nachthemden, kijken samen naar buiten. Naar de sneeuw en de stad. Naar december. Samen.

    • Joyce Roodnat