Een rouwdienst voor de slavernij

Eerder werd op deze plaats al gemeld hoe hoog de gemoederen opliepen naar aanleiding van de NTR-serie over de slavernij. De nakomelingen van slaven die in Nederland wonen, waren boos over de suggestie dat het met de wreedheid van toen wel meeviel.

Vooral de uitspraak van een historicus, al in het eerste deel van de serie, dat de vrouwen in die tijd niet massaal werden verkracht, wekte woede. Zijn onderbouwing was dat hij geen aanwijzingen ervoor had gevonden in de officiële documenten. Hiermee was het hek van de dam. De discussie ging vooral over hoe we komen aan onze kennis van het verleden – uit documenten die werden bijgehouden door slaveneigenaren, of uit mondelinge overleveringen van slaven. De strijd ging nu tussen daders en slachtoffers, tussen blanken en zwarten.

Deze discussie zal natuurlijk nooit iets opleveren. Na vele bijeenkomsten in bijna alle debatzalen van Nederland kwam men deze week in de Balie in Amsterdam nog eens bij elkaar.

Alle prominenten waren er – professor Piet Emmer, die er behagen in schept telkens olie op het vuur te gooien; John Leerdam, die er een toneelstuk over maakte; Cynthia McLeod, die er een boek over schreef; en Carla Boos, die eindredacteur was van de NTR-serie, maar uiteindelijk niet blij was met het eindresultaat; en Noraly Beyer, die het gesprek leidde tussen een volle zaal en maar liefst zes sprekers op het podium.

Toen gebeurde iets wonderlijks. Het werd een gemoedelijke bijeenkomst. Er werd niets nieuws gezegd. Waarschijnlijk viel er niets nieuws meer te melden. De tegenstellingen zijn net iets te groot geworden. De standpunten liggen iets te ver uit elkaar. Een compromis is niet meer mogelijk. De bijeenkomst kreeg hierdoor het karakter van een rouwdienst.

Ik keek er met verbazing naar. Was iedereen uitgeput en moegepraat? Had ik zelf alles al te vaak gehoord? Is dat wat er gebeurt als je steeds weer naar zulke bijeenkomsten gaat, die meestal slecht worden georganiseerd en voorbereid?

Als ik al mijn bezoeken aan openbare debatten overzie, valt mij dit wel op – de slordigheid, het amateurisme, het ontbreken van een probleemstelling of een einddoel of zelfs maar een draaiboek. Het is alsof zomaar wat mensen worden uitgenodigd. Zij weten zelf niet waarom ze zijn gevraagd. Men vult de avond uiteindelijk met vragen van het publiek – meestal losse opmerkingen of plechtige redevoeringen. Dan worden het inderdaad geen debatten, maar rouwdiensten.

Meestal raak ik onderweg naar huis in een lichte paniek. Wat moet je opschrijven over zo’n bijeenkomst?

Deze keer, na het debat dat werd aangekondigd met ‘Slavernij: verleden, heden en toekomst’, was ik eerder opgelucht dan in paniek. Ik sprak hierover na afloop met een bezoekster. Zij had het gevoel dat dit een gemiste kans was. Zo veel aanwezige prominenten, zo veel deskundigen, geleerden, schrijvers en vertellers, en het leidde nergens naartoe.

Er was evenwel geen kans gemist – er was nooit een kans geweest om iets zinnigs te zeggen over het slavernijdebat. Wat is de waarheid over het verleden? Zouden de aanwezige blanke onderzoekers ooit kunnen toegeven dat ze vanwege hun afkomst gemakkelijk praten hebben? Zouden de zwarte bezoekers ooit toegeven dat ze alleen al op grond van hun afkomst het gevoel hebben de waarheid in pacht te hebben?

Nee, dan heb ik liever een rouwdienst waar iedereen lukraak zijn zegje doet, op plechtige, gedragen toon, zoals je spreekt over de doden.

De bijeenkomst in De Balie was heilzaam, therapeutisch en geruststellend. We zullen er nooit uitkomen. De wond heelt niet, maar de pijn kan wel een beetje worden verzacht.

Toen iemand uit het publiek riep: „iedereen liegt over het verleden, laten we ermee ophouden”, dacht ik: discussie gesloten.

Dit is de laatste bijdrage van Anil Ramdas in de rubriek ‘De reizende commentator’.

    • Anil Ramdas