Doorgaand geweld Irak eist 60 levens

Zeker 60mensen zijn vandaag gedood bij een kennelijk gecoördineerde serie bomaanslagen in de Iraakse hoofdstad Bagdad. Er vielen bijna 200 gewonden, aldus het ministerie van Gezondheid.

De aanslagen kwamen temidden van een politieke crisis tussen shi’itische en sunnitische politieke facties. Hoewel de aanslagen niet worden gezien als reactie daarop, maar als voortzetting van het jarenlange geweld van sunnitische extremisten, zullen de spanningen er verder door toenemen.

Volgens Iraakse functionarissen ontploften vanochtend tijdens het spitsuur zeker veertien bommen in elf verschillende wijken. Doelwit waren hoofdzakelijk shi’itische buurten, maar ook enkele sunnitische gebieden. Er was zeker één zelfmoordaanslag bij, naast een reeks autobommen. De daders mikten volgens generaal Qassem Atta, woordvoerder van de veiligheidsautoriteiten in Bagdad, op „scholen, arbeiders en het anti-corruptieagentschap”.

De bloedigste aanslag volgens de eerste berichten had plaats in de wijk Al-Amal, waar zeven doden vielen bij een tweede explosie die op een eerste ontploffing volgde. Daarbij werden toegesnelde hulpverleners gedood. Dit is een gebruikelijke tactiek.

De aanslagen kwamen enkele dagen na het vertrek van de laatste Amerikaanse militairen. Veel burgers zijn bang dat het Iraakse leger en de politie nog niet voldoende zijn opgeleid om de resterende terreurgroepen in toom te houden. Maar de regering verzekert dat die angst ongegrond is.

In de jaren 2006 en 2007 vielen tienduizenden doden bij sunnitische aanslagen en shi’itisch tegengeweld. Uiteindelijk legden shi’itische milities de wapens neer, maar sunnitische extremisten, waaronder Al-Qaeda-in-Irak, gingen door. Vorige maand vielen bij aanslagen volgens officiële cijfers 187 doden. De bloedigste dag van dit jaar was 15 augustus, toen 74 doden vielen. Deskundigen hebben voorspeld dat de regering er de komende jaren niet in zal slagen het geweld tot beneden het het huidige niveau terug te dringen. (AFP, AP, Reuters)