De technocraten steken nu ook in Spanje de kop op

Premier Rajoy, die eerder zei Spanjes soevereiniteit te zullen verdedigen tegen de markten, valt terug op een technocraat. De apolitieke Luis de Guindos moet Spanje overeind houden in crisistijd.

Anders dan zijn collega’s in Rome en Athene verwierf Mariano Rajoy zijn macht via een klassieke stembusgang. De nieuwe Spaanse premier won de parlementsverkiezingen van 20 november vlak nadat in Griekenland en Italië gekozen regeringen onder druk van de eurocrisis plaats hadden moeten maken voor zakenkabinetten. Tijdens de campagne beloofde hij nog om Spanjes „nationale soevereiniteit te verdedigen tegen de markten” in dit „tijdperk der technocraten in Europa”. Maar gisteren bleek ook hij terug te vallen op een ‘tecnócrata’ als economisch zwaargewicht in zijn kabinet.

De leider van de centrum-rechtse Volkspartij (PP) benoemde Luis de Guindos als minister van Economie. Deze oud-bankier en financieel consultant geldt als pragmaticus met een apolitiek profiel. Hij moet Spanje overeind houden in de eurocrisis. Dit is in feite de opdracht van Rajoys hele ministersploeg. Maar De Guindos is eerstverantwoordelijke. En hij is de enige in het kabinet zonder PP-lidmaatschapskaart.

Toch is De Guindos geen onbekende voor de premier. Net als de andere dertien ministers behoort hij tot diens directe vertrouwenskring. Hij was begin deze eeuw twee jaar staatssecretaris in de regering-Aznar, waarin ook Rajoy diende. Hij weet de weg op Wall Street en in de City, spreekt Engels en adviseerde de PP regelmatig. De regeringsverklaring die Rajoy maandag uitsprak, echode de opvattingen van De Guindos.

Zijn belangrijkste zwakke plek is zijn tijd bij Lehman Brothers. De Guindos leidde de Iberische tak van de Amerikaanse zakenbank, toen deze in de herfst van 2008 omviel. Het was het breekpunt waarna de mondiale kredietcrisis escaleerde.

Uit Rajoys ministerskeuze bleek dat hij zwaar inzet op de verdediging van Spaanse belangen in Brussel. Rajoy wil dat Spanje de invloed terugwint „die het als vierde economie van de eurozone verdient”. Hij vindt dat zijn voorganger Zapatero deze te grabbel heeft gegooid.

Rajoy benoemde José García Margallo als minister van Buitenlandse Zaken. Hij was hiervoor een prominent Europarlementariër met in zijn portefeuille de eurocrisis. Margallo uitte hierbij regelmatig kritiek op Duitsland, bijvoorbeeld door te stellen dat begrotingsdiscipline in het Zuid-Europa gepaard moet gaan met meer solidariteit in het Noorden. Ook blaast Rajoy het onder Zapatero tot staatssecretariaat gedegradeerde ministerie van Landbouw nieuw leven in. Diplomatiek zwaargewicht Miguel Arias Cañete moet als minister de voor Spanje belangrijke EU-landbouwsubsidies veiligstellen.

Verder splitste Rajoy de portefeuilles van Economie en van Financiën op, die onder Zapatero nog onder één minister vielen. Rajoy kopieert hiermee de taakverdeling binnen de Duitse regering – niet onbelangrijk, nu heel Europa moet ‘verduitsen’. De Guindos is verantwoordelijk voor het hervormen van de financiële sector, die door vastgoedcrisis in problemen is gekomen. Hij zal samenwerken met Cristóbal Montoro. Die was de afgelopen jaren economisch fractiespecialist en wordt als minister van Financiën de man van de harde bezuinigingen. Rajoy noemde maandag een bedrag van 16,5 miljard euro in 2012. Maar naar alle waarschijnlijkheid zal dit nog fors oplopen.

Waar deze bezuinigingsoperatie precies pijn gaat doen, blijft onduidelijk. Omdat Zapatero geen begroting voor 2012 nalaat, hoeft Rajoy deze pas in maart te presenteren. Dat respijt komt de PP niet slecht uit. Andalusië houdt dit voorjaar regionale verkiezingen. De PP heeft goede hoop deze volkrijkste regio van het land voor het eerst in ruim dertig jaar op de socialisten te veroveren.

Het wordt interessant hoe Rajoy omgaat met Zapateros erfenis. Bij Spaanse machtswisselingen in crisistijd is het gebruikelijk de puinhopen van je voorganger te overdrijven. De schuld voor harde ingrepen wordt zo op het vorige regime afgeschoven. Voor Rajoy lijkt dit politiek minder opportuun. Ineens een fors hoger tekort melden zou de paniek over Spanje aanjagen. Bovendien zal hij de steun van de socialisten op sommige punten nodig hebben.

De socialistische lijsttrekker Rubalcaba beloofde maandag een „constructieve oppositie”. Maar of de PSOE dit zal waarmaken, is nog onzeker. De partij bepaalt in maart op een congres hoe ze verder moet na haar monsterverlies. Mogelijk komt er een nieuwe leider, die een linksere koers inslaat. Gisteren sneerde een partijkopstuk dat „de nieuwe minister van Economie in deze baan hopelijk meer succes zal hebben dan in zijn vorige bij Lehman Brothers”.