'De McKinseyman is nu meer nodig dan de Rietveldman'

Het Groninger Museum zit in grote financiële problemen, en daarom stappen drie leden van de raad van toezicht op. Hoe zit het met hun taken en verantwoordelijkheden?

Voormalig Wegener-topman Jan Houwert, oud-minister van Cultuur Hedy d’Ancona en directeur van kunstinstelling De Appel Ann Demeester maakten gisteren bekend dat zij hun functie neerleggen als lid van de raad van toezicht van het Groninger Museum. Ze lichtten hun vertrek niet toe, behalve dan dat ze „na intensieve besprekingen” tot hun besluit kwamen. Zo’n collectief vertrek van leden van de raad van toezicht is vrij uniek in de museumwereld.

Ruud van Helden is notaris en was betrokken bij het opstellen van de statuten van verschillende rijksmusea, toen deze zelfstandig werden in 1994 en 1995. Hij adviseerde onder meer het Rijksmuseum, het Zuiderzeemuseum en het Van Gogh Museum. De precieze situatie bij het Groninger Museum kent hij niet, wel wil hij in algemene zin iets zeggen over de bestuursstructuur bij musea.

Om te beginnen, zegt Van Helden, is de instelling van mensen die bij een culturele organisatie zijn betrokken belangrijker dan de precieze juridische structuur van die organisatie. „Ik heb wel eens de indruk dat leden van een raad van toezicht vergeten waarvoor ze zijn aangesteld. Ze zouden zich goed moeten afvragen wat hun functie is en hoe ze de nodige informatie krijgen. Als je toezicht moet houden op de cijfers, moet je zorgen dat je iedere week de cijfers krijgt. Of eens per kwartaal, als het goed loopt.’’

Het is volgens Van Helden ook niet altijd gemakkelijk de juiste mensen te vinden voor functies in de culturele wereld. „Goedlopende, grote organisaties hebben het gemakkelijk om de directeur van Shell te krijgen. Kleinere musea hebben het veel moeilijker.” Hij heeft één advies voor culturele instellingen die toezichthouders zoeken: „Zoek mensen die kritisch zijn, die nadenken.”

In de kunstwereld is het volgens hem belangrijk dat toezichthouders goed naar de financiën kijken. In een museum is er altijd een spanningsveld tussen het geld en interessante exposities. „Dat moet in evenwicht blijven. En het publiek wil steeds meer spektakel en dat is duur.”

Toen voor de rijksmusea een bestuursstructuur moest worden gekozen, begin jaren negentig, bestond de keuze uit het ‘raad van toezicht model’, het ‘bestuur plus directie model’ en het ‘bestuursmodel’. Bij de laatste twee modellen is het bestuur direct verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid. Voor het eerste model werd gekozen volgens Van Helden omdat het niet de bedoeling was dat toezichthouders zich gingen bemoeien met bijvoorbeeld aankopen of het restauratiebeleid. „Wat nodig was, is een vorm van toezicht, advies en relaties.”

Volgens de Code Cultural Governance, opgesteld in opdracht van het minister van OCW, bestaat het toezicht houden uit vier onderdelen: goedkeuren van vastgesteld beleid; toezicht houden op dat beleid; zo nodig ingrijpen in het bestuurlijk proces; en adviseren en desgewenst ondersteunen. De directie zorgt voor het beleid zelf. Daarbij stelt de code dat als er een eenhoofdige directie is (zoals in het Groninger Museum) de raad van toezicht moet zorgen dat de balans tussen het zakelijke en het artistieke in evenwicht is.

Leden van de raad van toezicht kunnen niet gauw persoonlijk aansprakelijk gesteld worden voor de financiële verliezen van een instelling, zegt Van Helden: „Tenzij door hun toedoen de puinhoop ontstaan is. Ze zijn ook afhankelijk van de informatie die ze krijgen.”

In feite, zegt Van Helden, is het begrip ‘toezicht’ verkeerd. Een lid van de raad van toezicht moet meer doen dan toezicht houden, hij moet het algemeen belang van de instelling dienen. Het is te vergelijken met een lid van de raad van commissarissen in het bedrijfsleven. „De directie bestuurt het museum, de raad van toezicht houdt de continuïteit in de gaten.” Daarom vindt hij het begrijpelijk dat George Verberg, die lid was van de raad van toezicht van het Groninger Museum, in oktober overstapte naar de directie om er financieel orde op zaken te stellen.

Het Groninger Museum had één directeur, Kees van Twist, die vooral de artistieke kant beheerde. Er komt nu een directeur die bovenal zakelijk is. Begrijpelijk, vindt Van Helden. „Je hebt nu even meer een McKinseyman nodig dan een Rietveldman.”

    • Birgit Donker