De leugens over Leningrad

Jessica Gorter won op het IDFA en in Rusland prijzen met de documentaire 900 dagen.

De waarheid achter de officiële façade bij het beleg van Leningrad.

scene uit de documentaire 900 dagen (2011) FOTO: Amstel Film

Dat er achter de heldhaftige, officiële geschiedenis van het beleg van Leningrad (1941-1944) nog een andere ervaringswereld schuilgaat, ontdekte Jessica Gorter (42) tijdens het filmen van Piter in 2004: over de veranderingen in Sint-Petersburg (voorheen Leningrad) rond het eind van het communisme. Bij het maken van die film ontmoette Gorter een oude dame die een schokkende persoonlijke herinnering ophaalt uit de jaren van het beleg, toen de tweede stad van Rusland ruim twee jaar door een omsingeling van Duitse troepen van de buitenwereld was afgesloten en honger en kou heersten. Zij was als kind een huis binnengelopen waar een gezin doodgevroren aan tafel had gezeten.

Gorter raakte geïntrigeerd door zulke bijzonderheden, die je niet terugvindt in de manier waarop in Rusland, en voorheen in de Sovjet-Unie, de overwinning op Hitler-Duitsland en daarmee ook het beleg worden herdacht: met militaire parades, opgewekte marsmuziek en optochten van gestaag ouder wordende, veelal in hun oude uniformen geklede veteranen uit ‘de Grote Vaderlandslievende Oorlog’, zoals de Tweede Wereldoorlog in Rusland heet. „Je hoort eigenlijk alleen maar over heldhaftigheid en weinig over wat mensen tussen 1941 en 1943 hebben meegemaakt”, zegt de filmmaakster. Het heeft haar jaren research gekost om zich een beeld te vormen van die andere werkelijkheid.

Het resultaat is 900 dagen, een prachtige film die vorige maand op het IDFA de prijs voor beste Nederlandse documentaire won en zojuist in Moskou is bekroond met een speciale juryprijs op het Artdok-filmfestival. Na afloop van de Russische première was een jonge toeschouwer in tranen, vertelt Gorter. „Ze was helemaal overstuur: dit is mij allemaal nooit verteld!” Het Russische festivalpubliek apprecieerde 900 dagen zeer, maar dat Gorters film op een nationaal Russisch televisiekanaal zou kunnen worden vertoond, leek iedereen in het huidige klimaat onwaarschijnlijk.

900 dagen begint met een oud echtpaar in Sint-Petersburg dat voor de televisie kijkt naar de parade op de Djen pobjeda (Overwinningsdag op 9 mei) en zich vreselijk zit op te winden: „Allemaal leugens!” In gesprekken met hen en andere Russen die het beleg hebben meegemaakt, komt een hele reeks taboes aan de orde: hoe de omsingeling van de stad mede het gevolg was van Stalins onderschatting van de militaire bedreiging door Hitler-Duitsland en de grootscheepse politieke zuiveringen onder militairen in de voorgaande jaren, hoe de politieke zuiveringen en terreur in de stad gewoon doorgingen tijdens het beleg, hoe Stalin na de overwinning in de zogeheten ‘Leningradse zaak’ nog eens een aparte zuivering liet uitvoeren onder de bevolking en partijkaders van de stad, omdat de vrees bestond dat deze een prestige hadden opgebouwd dat zich met zijn heerschappij vanuit Moskou moeilijk verdroeg.

Maar het voornaamste taboe is eigenlijk niet direct politiek van aard: menselijk leed. Dat wordt in de film bijvoorbeeld gerepresenteerd door Lenina Dmitrijevna Nikitina, een vereenzaamde oude schilderes die met haar honden op een flat woont en vertelt hoe ze in de steenkoude belegerde stad als kind zes dagen in bed lag naast haar overleden moeder. Ook laat ze het schilderij zien dat ze heeft gemaakt over haar persoonlijk dieptepunt tijdens het beleg: dat ze uit honger haar eigen kat heeft gedood om op te eten. Nikitina is vorig jaar overleden, vertelt Gorter.

Toch is 900 dagen niet een omgekeerd heldenepos, zo van: de onderdrukte menselijke en politieke waarheid over het beleg tegenover de officiële propaganda. „Ik heb mijn best gedaan iedereen te begrijpen en niemand te veroordelen”, zegt de filmmaakster. Je ziet ook in de film hoe onder de veteranen weerstanden bestaan tegen een al te sombere beeldvorming. Als tijdens een kringgesprek met veteranen een van de aanwezigen wat dieper in details afdaalt, is er een ander die haar de mond snoert met de woorden: „Maar inmiddels gingen we toch maar mooi een stralende toekomst tegemoet!” Een propagandistische leus van het stalinisme functioneert dan als dooddoener in het heden.

De filmmaakster kan zulke reacties tot op zekere hoogte wel begrijpen: afbraak van de glorieuze mythe van de heldhaftige stad ontneemt de bejaarde veteranen immers een deel van hun maatschappelijke waardering. „En ook van de kant van de Staat kun je het wel begrijpen: Rusland heeft over de twintigste eeuw niet zo heel veel te vieren, dus dan koester je de overwinning op Hitler-Duitsland.”

Jessica Gorters bemoeienis met Rusland begon in de winter van 1989-90, toen zij in een café in de Amsterdamse Jordaan een Rus ontmoette die de toenmalige studente aan de Filmacademie voorstelde naar Sint-Petersburg te komen. Gorter raakte naar eigen zeggen „verliefd op de stad”, waar in deze jaren van perestrojka en glasnost enorm veel gebeurde. „In die tijd kon ik me voorstellen er te wonen”, zegt ze.

Ruim twintig jaar later is ze daar niet meer zo zeker van, „en niet alleen omdat ik nu een tweeling van drie in Amsterdam heb. Begin jaren negentig was er hoop, nu minder.” Sommige veranderingen uit de jaren negentig zijn teruggedraaid: de openheid van archieven bijvoorbeeld. En de manier waarop Poetin en de rest van de regering onlangs omgingen met verkiezingsvervalsingen geeft haar ook te denken. „Zo cynisch. Het is een keihard land. Maar ik blijf wel van Rusland houden hoor.”

Film

900 dagen draait vanaf 12 januari in Nederlandse filmzalen.

    • Raymond van den Boogaard