Confrontatie splijt politiek Irak

De Iraakse vice-president Hashemi wordt gezocht wegens terrorisme. Shi’itische en sunnitische politici staan tegenover elkaar. Het is crisis in Irak.

An Iraqi man in Baghdad reads a local newspaper, featuring a front page picture of Vice-President Tareq al-Hashemi with the word "wanted" above his face, on December 20, 2011. Iraq's Sunni Arab Vice-President said he was "ready to face trial" on terror charges on condition that the case be heard in the autonomous Kurdish region, after a five-member judicial panel issued a warrant on December 19 for Hashemi's arrest on terror charges, plunging Iraq into political crisis. AFP PHOTO/AHMAD AL-RUBAYE AFP

Samenvallend met het vertrek van het Amerikaanse leger is in Irak een hoog-oplopende politieke ruzie tussen shi’ieten en sunnieten uitgebroken rond het arrestatiebevel tegen de sunnitische vice-president Tareq Hashemi. Maar de timing is min of meer toevallig. Het arrestatiebevel, op beschuldiging van terrorisme, is het voorlopig hoogtepunt van een campagne van de shi’itische machthebbers tegen sunnitische politici die al voor de parlementsverkiezingen van maart 2010 begon. De afgelopen maanden zijn ook honderden sunnieten op onduidelijke gronden opgepakt.

De naam van Saddam Hussein is alweer gevallen zoals gebruikelijk wanneer het in Irak crisis is. De shi’itische premier Nouri al-Maliki, die er geen geheim van maakt het arrestatiebevel te steunen, wordt door zijn tegenstanders uitgemaakt voor een nieuwe Saddam. Maliki zelf verdedigde de behandeling van de vice-president met de uitspraak dat „we de dictator Saddam een eerlijk proces gaven, en we een eerlijk proces tegen Hashemi garanderen”. Er is juist grote twijfel of Saddam een eerlijk proces kreeg, en internationale mensenrechtenorganisaties beschuldigen de Iraakse rechters ervan over het algemeen verdachten geen eerlijk proces te geven.

In een manoeuvre die inderdaad aan Saddams tijd deed denken, zond de staatstelevisie maandag ‘bekentenissen’ uit van mannen die zeiden lijfwachten van Hashemi te zijn en namens hem geweld te hebben georganiseerd waaronder een aanslag op 28 november op het parlement. In het autonome Koerdistan, waarheen hij zondag uitweek nadat hij had gehoord dat de autoriteiten hem gingen arresteren, beschuldigde Hashemi Maliki ervan achter de zaak te zitten. „Het land is in handen van Maliki [..] Dus ja, ik geef Maliki de schuld.” De premier op zijn beurt eiste gisteren dat de Koerdische autoriteiten Hashemi uitleveren.

De shi’itische meerderheid (60 procent), die nu de macht heeft, kijkt nog steeds verbeten terug op Saddams tijd, toen de sunnitische minderheid (20 procent) de overhand had. De kloof tussen beide gemeenschappen is verbreed door de sunnitische terreur na de omverwerping van het Ba’ath-bewind in 2003, waarbij tienduizenden shi’itische burgers zijn gedood. Op hun beurt hebben shi’itische milities in 2007 en 2007 ook huisgehouden onder sunnitische burgers. Maar shi’ieten wijzen erop dat restanten van sunnitische extremistengroepen regelmatig shi’itische burgers blijven bestoken – zoals vandaag weer – terwijl zijzelf hun milities naar huis hebben gestuurd.

Met warme steun van Maliki werden in de aanloop naar de verkiezingen van 2010 honderden kandidaten van deelneming uitgesloten die van lidmaatschap van Saddams Ba’athpartij werden verdacht. Dat verbod, dat later onder Amerikaanse druk ten dele werd teruggedraaid, trof hoofdzakelijk sunnitische leden van ex-premier Iyad Allawi’s seculiere Iraqiya-blok.

Met haast uitsluitend stemmen van sunnieten kreeg Iraqiya toch de meeste stemmen, maar de shi’itische partijen die verdeeld de verkiezingen waren ingegaan, sloten zich nadien aaneen en wonnen de formatie. Iraqiya trad wel toe tot Maliki’s kabinet – zoals bijna alle partijen; oppositie is immers niet lucratief – maar kreeg bijna alleen marginale posten.

Maliki zelf heeft de veiligheidsministeries van Binnenlandse Zaken en Defensie onder zich, officieel omdat er maar geen geschikte kandidaten voor worden gevonden. Deze opstapeling van macht heeft geleid tot beschuldigingen, ook vanuit de Koerdische minderheid, dat Maliki zich tot een nieuwe Saddam ontwikkelt, zij het light voorlopig.

Vice-president Hashemi is een leider van Iraqiya, net als de sunnitische vice-premier Salah al-Mutlaq, die de premier vorige week op de televisie „een dictator erger dan Saddam” noemde. Maliki eiste meteen dat het parlement Mutlaq ontslaat. Het is wel duidelijk dat Maliki Iraqiya nu wil kortwieken.

Mogelijk speelt de crisis in Syrië op de achtergrond een rol. De Iraakse shi’ieten zijn als de dood dat als president Assad valt, fundamentalistische sunnieten in het buurland aan de macht komen die de relatieve rust tussen de gemeenschappen in Irak (letterlijk) opblazen of zelfs de macht grijpen. Onder de Iraakse sunnieten is juist veel sympathie voor de Syrische (sunnitische) oppositie. Maliki, die eerst zo afgaf op het Syrische regime, dat terroristen op weg naar Irak doorgang zou verlenen, heeft zich de laatste maanden omgebouwd tot steunpilaar van Assad.

De crisis heeft zonder twijfel het wantrouwen tussen sunnieten en shi’ieten weer versterkt. Maar dat de wapens binnenkort weer van zolder worden gehaald is onwaarschijnlijk. Daarvoor zijn de herinneringen aan het blinde geweld van de afgelopen jaren nog te vers.

    • Carolien Roelants