Zonder paspoort heb ik toch de Dalai Lama gezien

Acht jaar geleden werd mijn essaybundel Aantekeningen over Tibet gepubliceerd. Daarin schreef ik bij een foto van een Tibetaanse vader en zoon die heimelijk op weg waren van Lhasa naar Dharamsala, waar de Dalai Lama en de Tibetaanse regering in ballingschap verblijven: ‘De Dalai Lama, die op bescheiden wijze beide kanten observeert en die door velen wordt omringd, is de persoon met wie alle gelovige Tibetanen zich het meest vertrouwd en verbonden voelen, en naar wie ze het meest verlangen.’ Vanwege deze zin en andere stukken over de feitelijke situatie in Tibet werd ik eerst door de autoriteiten beschuldigd van ‘ernstige politieke fouten’, vervolgens werd ik uit mijn functie ontheven en mocht ik Lhasa niet meer verlaten.

Al veel eerder had ik me in bedekte termen in een gedicht uitgelaten:

Ik omhels de bloemen van de mensenwereld die nooit zijn volgroeid,
– buitengesloten voordat ze waren verwelkt.
Mijn ogen vullen zich met hete tranen, ik ren druk in het rond,
alleen om een glimlach te geven
aan een oude man in het rood, om generatie na generatie
samen te binden
.

Later veranderde ik dit gedicht in een lied, waarin ik in alle eerlijkheid zei dat de oude man in het rood ‘Zijne Heiligheid’ was – dat is de titel die de Tibetanen voor de Dalai Lama gebruiken.

Sinds mijn jeugd koester ik het diepe verlangen, net zoals zoveel andere Tibetanen, om de Dalai Lama te zien, om zijn leer te horen en zijn zegen te ontvangen. Maar ik kon geen paspoort krijgen, zoals zoveel andere Tibetanen – een paspoort, dat per gratie wordt verstrekt door het regionale bestuur, dat zijn zaken nooit op orde lijkt te kunnen hebben. Vorig jaar mocht Lhasa paspoorten verstrekken aan zestigplussers, met als gevolg dat de wachtkamer stampvol zat met grijze bejaarden die slecht ter been waren. In feite wist iedereen dat ze naar de voet van de Himalaya trokken voor familiebezoek, een pelgrimstocht naar heilige boeddhistische plekken, én voor het onuitspreekbare verlangen dat een ieder van ons begrijpt. Verdrietig dacht ik bij mezelf dat ik misschien wel zou moeten wachten tot ik zestig jaar was voordat ik een paspoort zou krijgen…

Maar het internet gaf mij, de paspoortloze, haast dezelfde mogelijkheid als iemand met een paspoort: als in een droom zag ik de Dalai Lama toch levensecht, via het web!

Dat was mogelijk door een videogesprek. Op 4 januari 2011 had de Wijze vanuit Dharamsala een gedachtewisseling per videoverbinding met drie Han-Chinese intellectuelen in China. Dankzij het wonder van de digitale revolutie konden geografische, kunstmatige afscheidingen worden overwonnen, er werd een brug geslagen tussen de Dalai Lama, die al een halve eeuw in ballingschap verkeert, en de Chinese intellectuelen – een moment dat onbedoeld van enorm grote betekenis was. En ik had het geluk dat mee te maken, ik hoorde de Wijze zeggen: ‘We horen elkaars ademhaling niet, maar verder is het net alsof we bij elkaar zijn’. Op zichzelf wijzend grapte hij: ‘Je ziet mijn witte wenkbrauwen toch wel?’

Ik heb toen hard moeten huilen. Nadat ik drie voetvallen had gemaakt met het voorhoofd op de grond, zoals Tibetanen dat doen, en in stilte de gebedsteksten had opgezegd, knielde ik voor de computer neer terwijl ik mijn khata, mijn ceremoniële begroetingssjaal, in mijn handen ophield. In een waas van tranen zag ik hoe de Dalai Lama zijn handen van veraf uitstrekte, alsof hij mijn khata wilde aannemen, alsof hij mij wilde zegenen – ik heb geen woorden om mijn gevoelens te beschrijven, die recht uit mijn hart kwamen… Ik had zo ontzettend veel geluk, in Tibet kampen talloze mensen al met problemen omdat ze alleen maar een foto van Zijne Heiligheid in hun bezit hebben. In feite hebben heel wat Chinezen die dag de Wijze gezien, zonder daarvoor hun vrijheid te verliezen; aangezien we allemaal burgers van dit land zijn, zouden ook Tibetanen hem ongestraft moeten kunnen ontmoeten.

‘Het is van groot belang dat Tibetaanse en Chinese intellectuelen elkaar te allen tijde op de hoogte houden van de feitelijke situatie en dat ze de wederzijdse banden versterken, dat moeten jullie niet uit het oog verliezen… Vergeet niet dat jullie hoe dan ook vertrouwen moeten blijven hebben en je moeten blijven inspannen.’ Via de videoverbinding gaf de Dalai Lama in volle ernst zijn richtsnoer.

Op dat moment was ik al gekalmeerd en had ik de woorden van Zijne Heiligheid diep in mij geregistreerd.

Vertaald door Silvia Marijnissen