Werkgevers en crisis: race naar de steunruif

inisters en volksvertegenwoordigers die ondernemingsvertegenwoordigers worden, scheppen vanzelfsprekend spanningen. Maakt een minister z’n relaties in ‘zijn’ voormalige bedrijfstak te gelde als hij overstapt naar de KLM, zoals ex-minister Camiel Urlings dit jaar? Is Jan Peter Balkenende gezien zijn talloze optredens op het Europese toneel de ideale, onbetaalbare deurenopener voor adviesfirma Ernst & Young?

Ministers en Kamerleden ter linkerzijde hebben een extra handicap bij een verlokkelijke overstap. Uit de volksmond klinkt: Zakkenvullers! Laatste mikpunt: Wouter Bos. De bekendste: Wim Kok.

Maar ministers en Kamerleden van links hoeven zich niet te schamen als zij namens een bedrijf of branche in Den Haag op de stoep staan voor extra geld. Iets extra’s dat vanzelfsprekend goed is voor Nederland, voor de economie, voor het ondernemingsklimaat en o ja, en passant ook soelaas biedt aan de private belangen die de ex-parlementariër/minister nu vertegenwoordigt.

VVD-Kamerleden zijn in dat opzichte gehandicapt. De VVD heeft een conflictrijpe relatie met de overheid. Tégen bemoeienis van de overheid met het individu en met de individuele ondernemer. Maar ook vóór steun van diezelfde overheid aan diezelfde individuele ondernemer. Het verschil met links is: de VVD zoekt de steun niet in steungeld dat ambtenaren mogen verdelen, maar in fiscale subsidies. Subsidies van ministeries moeten uiteraard tegenover het parlement verantwoord worden en leiden tot openbaarmaking. Subsidies aan individuele ondernemingen via de Belastingdienst blijven geheim. De fiscus heeft zwijgplicht.

De VVD heeft onder leiding van kabinetschef Mark Rutte en fractievoorzitter Stef Blok zijn anti-overheidsopvatting nieuw elan gegeven. De overheid is geen geluksmachine, maar moet krimpen, zelfs in de borging van nationale defensiebelangen. De laatste tanks rollen straks bij ondergaande zon naar hun laatste appèlplaats.

Kan een ware liberaal in krappe tijden nog pleiten voor extra overheidsinzet voor het bedrijfsleven? Ineke Dezentjé, tot voor kort VVD-kamerlid, nu de nieuwe voorzitter van de werkgevers in de technologische industrie (voorheen ‘de metaal’) vraagt om meer bijstand. Haar achterban is tenslotte de „banenmotor van het land”.

Dat laatste is niet waar. Dé banenmotor in Nederland is de gezondheidszorg. Tussen 2000 en 2010 steeg het aantal banen daar volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) met 385.000 tot bijna 1,4 miljoen. Alleen al de groei is bijna zo groot als de gehele technologische bedrijfstak, die Dezentjé op 410.000 becijfert.

Voordat de hardwerkende Nederlanders via de fiscus meer geld aan de industrie gaan spenderen, is de vraag: wat spendeert de industrie zelf? Het CBS zegt in zijn gisteren gepubliceerde overzicht van het ondernemingsklimaat dat de industrie ten opzichte van het nationaal inkomen en het Europees gemiddelde juist steeds minder is gaan uitgeven aan onderzoek en ontwikkeling, de basis van innovatie en economische groei.

De roep om meer overheidsinzet voor onze industrie omdat buurlanden zoals België en Duitsland guller zijn, staat haaks op strengere Europese controle op nationale begrotingen. De werkgeversvertaling van versoberde overheidsfinanciën is toch geen race naar de steunruif?

Het klinkt als biefstuksocialisme van vóór de eurocrisis.

manno tamminga